1.298
10

Vz. Comité Nederlandse Ereschulden

Jeffry M. Pondaag is voorzitter van de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden, dat onder meer de belangen behartigt van nabestaanden van door Nederlandse militairen geëxecuteerden tijdens de Politionele Acties. De stichting behartigt ook de Indonesische weigeraars die weigerde om gestuurd te worden met de Politionele Acties. Hij won met advocate Liesbeth Zegveld drie rechtszaken daarover tegen de Nederlandse Staat (betreffende Rawagede en Zuid-Sulawesi). December 2012 heeft de stichting de zaak van de Indonesische weigeraars bij de Hoge Raad gebracht. In zijn gewone leven is hij cementarbeider.

Verruim regeling voor nabestaanden van slachtoffers ‘Politionele Acties’

Het wordt tijd de wond van de 'Politionele Acties' te dichten

Op 10 september loopt de termijn af waarbinnen nabestaanden van Indonesiërs die standrechtelijk door Nederlandse militairen zijn geëxecuteerd tijdens de zogeheten Politionele Acties tussen 1946-’49, een verzoek tot schadevergoeding kunnen indienen. Nederland heeft deze regeling ingesteld op 10 september 2013, nadat de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden met advocate Liesbeth Zegveld voor de weduwen van Zuid Sulawesi schadevergoeding afdwongen.

Het Nederlandse beleid ten aanzien van de misstanden begaan sinds tijdens de zogeheten Politionele Acties is altijd geweest dat ons land geen verantwoording wil afleggen. Het onderzoek ernaar vond pas ruim 20 jaar later plaats en het resultaat, de Excessennota, werd zo snel mogelijk in de doofpot gestopt: verantwoordelijke militairen zouden niet vervolgd worden omdat de verjaringstermijn ‘verstreken’ was (van een verstreken verjaringstermijn voor Nederlandse oorlogsmisdaden tijdens de  Duitse bezetting was nooit sprake).

Als we in het achterhoofd houden dat het ons land dus meer dan 20 jaar kostte om eigen oorlogsmisdaden te onderzoeken, en het nog eens tot 2013 moest duren voordat de rechtbank Nederland dwong om toch schuld te bekennen in zake Rawagede, en inmiddels ook voor weduwen en kinderen in Zuid-Sulawesi, dan is duidelijk dat er van ruimhartig Nederlands beleid nog steeds geen sprake is. Sterker nog, er wordt met twee maten gemeten. Nederland maakt het de nabestaanden extra moeilijk door de termijn kort te houden, door uitgebreide documentatie te vragen en de regeling niet uit te breiden tot de kinderen van de geëxecuteerden.

Verder heeft de Stichting documenten in haar bezit waaruit blijkt dat na de uitspraak van de rechtbank in 2013 de Nederlandse ambassade in Jakarta opdracht gaf om uit te zoeken of de weduwen wel de waarheid hebben gesproken. De opdrachten werden gegeven aan Indonesische bevriende reisbureaus en aan taxichauffeurs.

Wij vinden dit wantrouwen een klap in het gezicht van de nabestaanden. Wij vinden het onbegrijpelijk dat de Nederlandse staat niet het oordeel van de rechtbank volgt en de schadevergoedingen onmiddellijk uitbetaalt. Zonder mitsen en maren. Dat er betaald moet worden is duidelijk. Gezien het feit dat Nederland Indonesië in 1949 dwong om 6,5 miljard gulden te betalen aan ons land als schadevergoeding, is schadeloosstelling door een kleine groep weduwen en kinderen een erekwestie en zou er van een gebaar en ruimhartigheid sprake moeten zijn in plaats van krenterigheid en gebrek aan zelfkritiek.

Dat geldt ook voor verruiming van de regeling zelf. Allereerst is de deadline voor aanleveren van die documenten niet realistisch, niet ruimhartig en onwenselijk: de Staat geeft de nabestaanden zeer beperkt de tijd alles te verzamelen, daarna vervalt de claim. Gezien het feit dat de rechter de wandaden van de Nederlandse militairen in de afgelopen jaren tot drie maal toe niet verjaard oordeelde, hebben de nabestaanden wel recht op meer ruimte en tijd. Wij vinden dat de staat hier meet met twee maten en stelt dat de nabestaanden recht hebben op respect en clementie en niet geconfronteerd dienen te worden met kleinburgerlijke beperkende voorwaarden. Wij vinden daarom dat de regeling voor onbepaalde tijd moet gelden. Bovendien heeft de staat nagelaten de bekendmaking in het Indonesisch via een persbericht.

Verder is de beperking tot uitsluitend weduwen niet meer houdbaar, aangezien op 11 maart dit jaar de rechtbank in Den Haag heeft bepaald dat ook de kinderen van standrechtelijk geëxecuteerden recht hebben op genoegdoening en een schadeloosstelling. Zoals de rechtbank oordeelde hebben zij ook veel leed ondervonden van de moord (waarvan sommigen zelfs getuigen waren) op hun vaders en broers. Het is duidelijk de regeling dient te worden uitgebreid.

Ook zijn de administratieve criteria om in aanmerking te komen voor de vergoeding bijzonder beperkend, weduwen kunnen alleen een beroep doen op de schadeloosstelling als het gaat om misdaden die al bekend zijn. Die regeling dient toegepast dient te worden op alle slachtoffers van oorlogsmisdaden, ook van zaken die nog niet aan het licht zijn gekomen. Nog een slotnoot: de staat wil dat de weduwen zelf voor de juridische kosten opdraaien. Ook dit getuigt vooral van weinig clementie.

Op 17 augustus viert Indonesië haar 70 jaar onafhankelijkheid van de kolonisator Nederland. Het is de hoogste tijd dat Nederland in het reine komt met naar haar verleden. Als de houding en het beleid van Nederland niet verandert, en er geen sprake is van ruimhartig schuld bekennen en die inlossen, als de regeling niet wordt aangepast, betekent dat er allereerst weduwen en kinderen nooit meer een schadevergoeding kunnen vragen, maar ook dat de wond van de ‘Politionele Acties’ open blijft.

Jeffry Pondaag schreef dit stuk samen met Harry van Bommel en Tineke Bennema.

Geef een reactie

Laatste reacties (10)