1.779
47

Politiek filosoof

Politiek filosoof en eigenaar van praktijk de Redenarij. Gespecialiseerd in democratische gesprekken en deliberatieve democratie. Oneindig geïnteresseerd. Adviseert over - en betrokken bij - vooral morele en ethische vraagstukken (duurzaamheid, bewust leven, rechtvaardigheid ), politiek en de Europese Unie. Wil altijd meer leren en bijdragen aan positieve verandering.

Verslag van een filosofisch gesprek over gelijk loon

Schoorvoetend opent iemand het gesprek: het voelt als een taboe om te denken, maar ergens heeft ze het gevoel dat een schoonmaker minder waard is. Waarom weet ze eigenlijk niet

gelijk loon
cc-foto: Commons Wikimedia

Het is onverwacht warm deze donderdagavond. Gelukkig functioneert de ruimte in het Vorstelijk complex Zuilen niet als broeikas. De deelnemers kijken me al nieuwsgierig aan. Waarschijnlijk benieuwd naar wat ze over zichzelf hebben afgeroepen, want filosoferen is nieuw voor de meesten. Mooi. We kunnen van start met het eerste filosofische gesprek van Denkstof!

Ik start met een korte introductie hoe je met elkaar filosofeert. Zomaar discussiëren kun je ook op een verjaardagsfeestje doen. Wat maakt filosoferen bij Denkstof (vanaf nu elke donderdag) anders? Het filosofische gesprek stelt zich ten doel om meer inzicht te krijgen. Letterlijk betekent filosofie ‘een liefde voor wijsheid’. We praten dus niet om ons ei kwijt te raken of om gelijk te krijgen. We richten ons op de argumenten en waarden achter een mening en vragen door totdat die duidelijk zijn. Zo kunnen we perspectieven vergelijken en kijken welke argumenten overeind blijven. Geen enkel voorstel is daarbij taboe of absurd. Het is juist de taak van een filosoof om te bevragen wat anderen normaal vinden. We houden ons dus niet enkel bezig hoe het nu is, maar vooral met hoe het zou moeten zijn. Onderwerp van deze eerste Denkstof is of we kunnen concluderen dat een schoonmaker minder waard is dan een bankdirecteur, omdat de eerste veel minder verdient? En zo niet: moet iedereen dan niet gewoon evenveel verdienen?

Waarde
Schoorvoetend opent iemand het gesprek: het voelt als een taboe om te denken, maar ergens heeft ze het gevoel dat een schoonmaker minder waard is. Waarom weet ze eigenlijk niet. Een ander schiet te hulp: in financiële zin kun je zeggen dat een schoonmaker minder waard is. Hij krijgt immers minder loon. Economisch is dit logisch omdat hij minder winst oplevert voor het bedrijf dan een bankdirecteur. Dit is inderdaad een gangbare denkrichting in de zakelijke ethiek, vul ik aan. En een logisch argument binnen een systeem van winstmaximalisatie. “Maar als mens is een schoonmaker toch zeker niet minder waard?” Reageert weer iemand anders. Daar kan iedereen zich in vinden. Als mensen gelijk zijn, dan zijn ze ook evenveel waard als mens. Menselijke en financiële waarde worden duidelijk onderscheiden. Het is echter de vraag of in het huidige systeem menselijke waarde niet teveel afhangt van je financiële waarde. Wellicht dat het gesprek later daarom zo een utopische wending maakt, maar eerst blijven we om de beloning hangen.

“Het is toch niet mijn schuld als ik meer talent heb en daarom meer verdien?” Merkt een deelnemer bijna verontwaardigd op (en zou een bankdirecteur ook kunnen beargumenteren). “Klopt.” Bevestig ik. “Jouw talent is niet jouw schuld en het lijkt me niet handig om je daar dan schuldig over te voelen. Echter geldt het omgekeerde dan ook: een gebrek aan talent is ook niet iemands schuld. Is het dan rechtvaardig dat hij of zij minder verdiend? Als we daar ja op antwoorden, accepteren we dat mensen geboren worden in een ongelijke positie met een uitzicht op weinig loon.” Daar had iedereen moeite mee: als mensen gelijkwaardig zijn, moeten ze ook min of meer gelijke kansen hebben. Talent lijkt dan geen goede methode om het salaris te verdelen. De voorgaande wedervraag is overigens een goed voorbeeld hoe filosofische vragen kunnen functioneren: ze tonen de implicaties (of vooronderstellingen) van een standpunt aan. Als die ongewenst zijn ‘dwingt’ het je om je mening te herevalueren.

Impact
Een andere reden dat een bankdirecteur meer verdient, kan zijn omdat die meer verantwoordelijkheid draagt en een grotere maatschappelijke impact heeft, merkt iemand op. Banken vervullen een spilfunctie in het geldsysteem en het handelen van de bankdirecteur is dus van groot maatschappelijk belang. Schoonmaken is dus een minder essentieel beroep, wil ik concluderen. Maar een deelnemer corrigeert me: denk aan de straten van Italië en Amsterdam als de schoonmakers en vuilnismannen staken. De straten verworden tot een hygiënische nachtmerrie, nauwelijks leefbaar naar huidige standaarden. Ook schoonmaken heeft dus een grote maatschappelijke waarde (die gemakkelijk onderschat wordt). Omdat de bankdirecteur leidinggevende is, kunnen we wel stellen dat zijn individuele impact groter is. Echter is dit een positieve of negatieve invloed? Dat is lastiger vast te stellen. Iemand komt met een makkelijker voorbeeld: een directeur van een sigarettenfabriek. Deze verdient veel meer dan een schoonmaker, terwijl die een veel negatievere impact heeft op de maatschappij. Je zou kunnen stellen dat de beloning stijgt naarmate er meer sigaretten verkocht worden en er meer mensen doodgaan. Van dit soort voorbeelden zijn er veel. Het is duidelijk dat in het huidige systeem de hoeveelheid winst die je maakt en de hoogte van je salaris, niet gekoppeld is aan hoeveel goeds je bijdraagt.

Maar het is toch nodig dat een bedrijf winst maakt, zodat men gemotiveerd is te ondernemen en werkgelegenheid creëert? En het is toch nodig dat iemand meer verdient bij meer verantwoordelijkheid, opleiding, ervaring et cetera, ter motivatie? Het idee dat geld nodig is ter motivatie komt meerdere malen terug. Binnen het huidige economische systeem – waar geld en werk noodzakelijk zijn voor bezit en aanzien – is dat ook zo. Maar is geld ook noodzakelijk de drijvende kracht om mensen te motiveren? Om dit te onderzoeken geef ik het gesprek een utopische wending. “Stel je een geldloze samenleving voor waarin de meeste taken geautomatiseerd zijn. Iedereen krijgt standaard voldoende voedsel en behuizing. Veel hoeft men niet te werken want er zijn minder banen. Er is nog wel wat werk wat gedaan moet worden, zoals in onderhoud, ontwikkeling en zorg. Geld kan niet motiveren want dat is er niet. Wat belangrijk is is dat je iets doet dat een positieve bijdrage levert. Zou zo een maatschappij kunnen werken?”

Werken of niksen
De aanwezigen twijfelen. De angst is dat als mensen niet hoeven te werken voor hun eten, velen gaan lanterfanten. “Hoe zit dat bij jezelf? Zou jij op de bank hangen, alleen leuke dingen doen, of ook iets nuttigs?” Vraag ik. Eén iemand geeft aan misschien iets met haar passie voor muziek te gaan doen. Kinderen muziek bijbrengen. “Hartstikke leuk, maar wat draagt dat bij aan de maatschappij?” Plaag ik als advocaat van de duivel. Een ander springt bij: “Muziek is ontspannend”. Inderdaad, in een maatschappij met veel vrije tijd (zoals nu ook al het geval is), is het best belangrijk dat mensen iets aankunnen met hun vrije tijd. De anderen zien niksen ook niet zitten: “Werk is toch ook een sociaal iets. Ik zou het contact en alles wat er bij komt teveel missen. Bovendien wil ik me wel nuttig voelen.” Ondanks dat iedereen zichzelf wel iets zinvols ziet gaan doen, blijft de zorg leven: “Er zijn nu ook al veel werklozen die niets doen en gebruik maken van het systeem, dat probleem blijft toch bestaan?” “Is dat wel een probleem, in een maatschappij waar er overvloed is en niet iedereen hoeft te werken?” Vraag ik retorisch. Net als nu zouden er werklozen zijn, behalve dat dit niet als probleem beschouwd hoeft te worden.

Maar zijn werknemers of collega’s dan wel betrouwbaar vraagt men zich af? Als iedereen gewoon af en toe een paar uur iets zinvols gaat doen, zonder dat ze echt hoeven, kun je er dan wel op vertrouwen dat ze hun werk afmaken en dat ze afspraken nakomen? “Toen ik vrijwilligers coördineerde, zat er altijd een groep mensen tussen die afspraken gewoonweg niet nakwam, omdat het toch vrijwillig was.” Geeft iemand aan als voorbeeld. “Wat deed je vervolgens met die mensen?” Vraag ik. “Simpel. Niet meer mee samenwerken.” Wat dat betreft lijkt dit dus een zelfoplossend probleem. Met wie geen afspraken te maken zijn, zal steeds minder mensen vinden die bereid zijn om samen te werken. Wie dus gemotiveerd is om iets positiefs bij te dragen in zijn leven, zal dus net als nu afspraken moeten nakomen. Onderschat ook het sociale aspect van afspraken maken niet, geef ik mee. Afspraken op je werk kom je niet alleen na omdat je er geld mee verdient. Ook omdat je een collega niet wilt teleurstellen of wilt opzadelen met extra werk.

Mensbeeld
Hoe deze ‘zinsamenleving’ exact werkt staat nog open. Bijvoorbeeld: worden mensen vagelijk gewaardeerd op basis van de positieve bijdrage, of ontstaat er een puntensysteem in plaats van het huidige geld? Iemand vermoedt dat dit automatisch zal ontstaan: mensen zijn competitief genoeg van aard dat ze elkaar willen gaan vergelijken. Is een puntensysteem wenselijk? Denk aan China die burgers scoort op hun maatschappelijk bijdrage. Dan kan het opeens eng worden. Er zijn natuurlijk ook minder enge opties, maar we laten deze vraag rusten, die is te groot om nu uit te diepen. Op de achtergrond speelt wel een aanname die gewoon is in het huidige economische denken: mensen zijn in competitie met elkaar, gedreven door overlevingsdrang en hebzucht. Ik wijs er op dat dit een eenzijdig mensbeeld is. Uiteraard zijn hongerige mensen tot veel in staat. Maar echte honger komt in het westen weinig meer voor. Is de mens niet bij uitstek ook een sociaal dier? We groeien op in de warmte van een gezin, waar we langdurig zorg nodig hebben voordat we enigszins zelfstandig zijn. Daarnaast hebben we altijd in stammen geleefd, gezamenlijk gejaagd, elkaar beschermd en voor elkaar gezorgd. Ook vandaag kunnen we alleen weinig bereiken. Wat dat betreft lijkt een sociaal mensbeeld beter verdedigbaar dan de mens als competitief, egoïstisch monster.

De anderhalf uur zit er bijna op, we hebben ons (mijn schuld) wat verloren in een utopisch denken. “Weten we nu eigenlijk of een schoonmaker minder waard is dan een bankier?” Als mens in ieder geval niet. Ook draagt hij niet per se minder bij. Wat dat betreft zou hij wel gelijk(er) mogen verdienen. We hebben zeker niet alle argumenten besproken die gebruikt worden om een hoger loon te rechtvaardigen. Denk aan een compensatie voor risico, opleiding, ervaring en extra inzet. Of mensen in een betere onderhandelingspositie. Deze argumenten geef ik aan de deelnemers mee: rechtvaardigen of vereisen deze argumenten wel een hogere beloning? Vermoedelijk zijn veel achterliggende redenen al wel voorbij gekomen: motiveert enkel geld of zou men voldoende intrinsieke motivatie hebben om toch wel voor die risicovolle baan of opleiding te gaan? Vooral vonden we het gek dat je blijkbaar heel veel kunt verdienen en toch een negatieve impact op de samenleving kunt hebben. Is een (overvloedige geautomatiseerde) samenleving gericht op een positieve bijdrage een beter alternatief? De instinctieve tegenargumenten overtuigen niet: de mens is niet enkel egoïstisch, lui of gedreven door geld. Ze wil ook zinvol en sociaal bezig blijven. Vraag en aanbod kan geregeld worden door een marktwerking op basis van het goede. Misschien was het toch geen utopisch denken: een zinsamenleving blijkt verbazingwekkend reëel. En salarisongelijkheid? Die vraag is dan eigenlijk niet langer relevant. Een goed uitgangspunt was het wel.

Geïntrigeerd door dit filosofische gespreksverslag? Denk mee! Denkstof is voor iedereen toegankelijk (€10,- pp). Elke donderdagavond van 19:30 tot 21:00 uur in Buurthuis de Beatrix (Vorstelijk Complex) in Zuilen. Aanmelden kan via guidobik@deredenarij.nl , 06-14199136 of zie www.deredenarij.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (47)