1.235
6

Manager arbeidsontwikkeling

Abdessamad Taheri is manager arbeidsontwikkeling. Daarnaast is Abdessamad trainer en coach bij Pitfit en houdt hij zich bezig al langer dan 20 jaar bezig met maatschappelijke vraagstukken in de Haagsche Schilderswijk.

Vijf jaar na de dood van Mohsin Fikri is de Rif terug bij af

Hoewel Nederland zich in de voorbije jaren solidair heeft getoond door bijvoorbeeld Riffijnse vluchtelingen in bescherming te nemen, is veel meer nodig.

Door: Abdessamad Taheri en Mohand Abbtoy

EPA/ABDELHAK SENNA

Vandaag is het precies vijf jaar geleden dat visverkoper Mohsin Fikri werd vermorzeld in een vuilniswagen toen hij zijn geconfisqueerde vis probeerde te redden. Zijn gruwelijke dood leidde eind 2016 tot een protestbeweging in de Rif (Hirak). Onder leiding van Nasser Zefzafi en met vreedzame betogingen eisten de Riffijnen vrijheid, waardigheid en sociale rechtvaardigheid. De Hirak kreeg veel (internationale) solidariteit. Ook vanuit Nederland was er veel steun. Voor het gebouw van de Tweede Kamer staan we vanmiddag stil bij deze tragische gebeurtenis. In de Rif, waar de repressie voortduurt, is publiekelijk herdenken van Mohsin Fikri onmogelijk gemaakt.

Ongekende repressie
In plaats van een luisterend oor te bieden, reageerde de Marokkaanse staat medio 2017 met de harde hand. Honderden demonstranten werden opgepakt en veroordeeld. De leiders van de Hirak kregen in juni 2018 zware straffen. Nasser Zefzafi en drie andere kopstukken verdwenen voor 20 jaar in de cel. Terecht was de grote golf van kritiek op de vonnissen. Stef Blok, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken noemde de straffen van de Hirak-activisten ‘aan de hoge kant’. Zijn terechte statement leidde tot een diplomatiek conflict tussen Nederland en Marokko. De veroordeling van mensenrechtenschendingen werd door Marokko gezien als inmenging in interne zaken. Een trucje dat autoritaire landen al te graag gebruiken.

Geen vrijheid en perspectief
Veel Nederlanders met een Riffijnse achtergrond zijn bezorgd over de alarmerende situatie in de Rif. Hierover berichten de mensenrechtenorganisaties constant. Ondanks de vrijlating van veel activisten, zitten Nasser Zefzafi, Mohamed Jalloul, Nabil Ahmjik, Mohamed El Haki, Zakaria Adahchour en Samir Ighid nog steeds onterecht vast. Ook belanden kritische journalisten onder valse voorwendselen achter de tralies. Zo zijn Taoufik Bouachrine (12 jaar celstraf), Souleiman Raissouni en en Omar Radi (beiden 6 jaar gevangenisstraf) monddood gemaakt vanwege hun kritiek op de Marokkaanse autoriteiten. Ook durven veel activisten in Europa niet naar de Rif te gaan uit angst daar opgepakt te worden.

De voortdurende repressie heeft geleid tot een klimaat van angst en sociaaleconomische malaise in de Rif. Als gevolg hiervan zien we een enorme vlucht van jongeren naar Europa. In gammele bootjes steken zij dagelijks de Middellandse zee over. Niet iedereen haalt de overkant. Ondernemers en aanjagers van de lokale economie hebben het zwaar. De haven van de Al Hoceima – de belangrijkste bron van werkgelegenheid – is leeggelopen. De bevolking moet het vooral hebben van familiesteun uit het buitenland.

Opkomen voor mensenrechten is geen inmenging
Het is wrang om vast te stellen dat vijf jaar na de dood van Mohsin Fikri de situatie in de Rif verergerd is. Dit kan zo niet langer. De Marokkaanse staat, die verantwoordelijk is voor de huidige toestand, moet stoppen met zijn repressieve beleid. De leiders van de Hirak, journalisten en andere mensenrechtenverdedigers horen vrij te zijn. Eveneens dient het land bevrijd te worden van het onderdrukkende klimaat.

De diaspora heeft de morele taak de mensen in de Rif te blijven steunen en aandacht te vragen voor hun beklemmende leefomstandigheden. Ook de Nederlandse politiek is aan zet.
Hoewel Nederland zich in de voorbije jaren solidair heeft getoond door bijvoorbeeld Riffijnse vluchtelingen in bescherming te nemen, is veel meer nodig. Het nieuwe kabinet moet een helder mensenrechtenbeleid jegens Marokko uitdragen. Schendingen dienen ondubbelzinnig veroordeeld te worden. Het opkomen voor mensenrechten is geen inmenging in interne zaken zoals Marokko betoogt, maar een universele plicht.

Abdessamad Taheri en Mohand Abbtoy

Geef een reactie

Laatste reacties (6)