6.270
100

Natuurwetenschapper

Joep Bos-Coenraad ('82) is informaticus en chemicus en werkt als onderzoeker aan de Radboud Universiteit. Tevens is hij, en dat is allemaal misschien nog wel belangrijker, vader, blogger, windsurfer, open standaarden activist, kippenhouder, moestuinier, fijnproever, duiker en recreatief l33th4x0r. Joep kent alle songteksten van Guillermo & Tropical Danny uit zijn hoofd.

Ik vind de donorwet stom, dus ik schrijf me uit. Tuurlijk.

Mijn gut feeling zegt me dat de overgrote meerderheid van deze opstandelingen nooit orgaandonor is geweest. En dat mag, niemand hoeft orgaandonor te zijn.

cc-foto: British Columbia
cc-foto: British Columbia

Toen ik hoorde dat de nieuwe donorwet was aangenomen door de Tweede Kamer was ik blij. Meer dan honderd Nederlanders overlijden jaarlijks bij gebrek aan donororganen, daar zou nu eindelijk verandering in kunnen komen. Van nog veel meer mensen kan de kwaliteit van leven worden verbeterd.

Natuurlijk is het een gevoelig onderwerp. Ging het om een minder belangrijk onderwerp, waarmee niet zoveel levens gemoeid zijn, dan zou het logisch zijn alles bij het oude te laten en mensen niet onnodig te confronteren met verandering.

Toch zijn de reacties van tegenstanders, mild uitgedrukt, enorm overtrokken. “ORGANENROOF!”, roept de een. “DE STAAT EIGENT ZICH ALLES VAN ONS TOE!”, protesteert de ander. “DIT IS NIET LIBERAAL!” stelt de conservatief die normaliter alleen liberaal is als daarmee minder belasting kan worden betaald.

Natuurlijk kunnen bovenstaande argumenten worden afgedaan met het meest treffende en eenvoudige argument: iedereen mag bezwaar hebben en dat doorgeven, en er gebeurt niets wat men niet wil. Over devaluatie van het woord “roof” gesproken.

Tenzij je in een land woont waar de koning graag zit op een troon van mensenbotten, bekleed met mensenhuid op een kussentje van mensenlevertjes, heeft een overheid natuurlijk geen enkel zelfverrijkend belang bij een humane donorwet. Er zullen alleen minder Nederlanders onnodig sterven of lijden, en dat lijkt me een prima motivatie voor de wetgever.

In een digitale discussie wist collega-auteur Niels Spierings illustratief het “niet liberaal” te weerleggen:

Rust ook dit pleidooi [de overheid moet zich er niet mee bemoeien] niet op de assumptie dat de status quo is dat er geen keuze door de overheid gemaakt wordt? Dat is een absoluut onjuiste assumptie. Het enige liberale beleid is dan toch dat de staat zich er niet mee bemoeit, tenzij je zelf iets regelt. Maw als je doodvalt blijft je lichaam liggen waar het ligt totdat willekeurige mensen er met je oogballen en lever vandoor gaan. Tenzij je het dus zelf regelt.

Sommige internetters houden het echter niet bij argumenten, maar stellen over te gaan tot actie. Er blijken tal van reeds aangemelde donoren die zich uit protest nu zeggen uit te schrijven. U vindt ze bijvoorbeeld tussen alle verontwaardigde gal onder het Facebookbericht van D66.

Als ook maar één procent van deze groep daadwerkelijk een aangemelde donor is zou het me al verbazen. Waarom zou je een patiënt die wacht op een donororgaan willen benadelen omdat je boos bent op de politiek? Mijn gut feeling zegt me dat de overgrote meerderheid van deze opstandelingen nooit orgaandonor is geweest. En dat mag, niemand hoeft orgaandonor te zijn. Maar volgens mij zijn deze mensen gewoon te angstig om dit daadwerkelijk te laten registreren. Angst om hardop te zeggen “mijn organen krijg je niet”, of misschien wel voor de vermeende hypocrisie in het geval dat zij zelf ooit een orgaan nodig hebben. In buurland België is al jaren een dergelijk systeem, en het functioneert daar goed. Het leed door gebrek aan donoren is er veel minder, dus met het daadwerkelijke aantal rancuneuze uitschrijvers zal het ook wel meevallen.

Ik zou nu kunnen afsluiten met een verhaal over verschillende prachtige mensen die ik ken, die buiten hun schuld om in een situatie verkeren waarin hun functioneren of zelfs hun leven ernstig bedreigd wordt door slecht functionerende organen. Toch wil ik het ook eens van de andere kant benaderen.

Drie jaar geleden hebben mijn vrouw, mijn oudste zoon en ik, onverwacht afscheid moeten nemen van ons twee maanden oude zoontje en broertje. Door een (zo zou later blijken) aangeboren afwijking werd hij plots ernstig ziek. Drie dagen na zijn opname in het ziekenhuis vertelden artsen ons dat ze niets meer voor hem konden betekenen, en dat we afscheid van hem moesten nemen. Ondanks het grootste verdriet dat we ooit gevoeld hebben, vroegen we toen aan de artsen of zijn mooie orgaantjes dan konden worden afgestaan voor donatie, aan iemand die ze nog wel kon gebruiken. Tot zowel onze teleurstelling als die van de behandelende arts, mocht dit wettelijk niet door bepaalde medische omstandigheden. Wel konden na zijn overlijden zijn hartkleppen (weefsel, geen organen) worden afgestaan voor donatie.

We hopen dat een deel van zijn mooie hartje nu verder klopt in een hartje van een ander kind. Wat hadden we graag gehad dat ook zijn niertjes of zijn longetjes niet voor niets waren gestorven. Dan had zijn veel te korte leventje nog wat meer verschil kunnen maken.

Deze bijdrage verscheen ook op Vrij-Zinnig

Geef een reactie

Laatste reacties (100)