Laatste update 18:46
5.376
24

Columnist, wetenschapsjournalist

Gard Simons (Kerkrade, 1963) is schrijver, columnist en wetenschapsjournalist. Hij woont en werkt in Limburg. Van februari 2007 tot januari 2014 schreef hij columns en essays voor de twee Limburgse dagbladen. Na publicatie in het Limburgs Dagblad en Dagblad De Limburger verschenen zijn columns op dit weblog. Sinds december 2013 publiceert Simons bij gelegenheid in landelijke dagbladen.

Verder maakt Simons bedrijfsfilms, info-mercials, commercials, evenementenreportages (denk bijvoorbeeld aan Pinkpop), korte documentaires en promotievideo’s.

Vitamine-C is minder goed voor je dan je denkt

Onze vitamine-C obsessie is het gevolg van het werk van één kwalijke kwakzalver. Denk niet: 'baat het niet dan schaadt het niet', want het schaadt wél

Hoewel voedingsdeskundigen het erover eens zijn dat alle noodzakelijke vitamines en mineralen in een normaal, gevarieerd dieet ruimschoots voorhanden zijn, blijft de farmaceutische industrie enorme winsten boeken met de verkoop van vitaminesupplementen. Die ‘vitaminecultuur ‘is grotendeels terug te voeren op de kwalijke kwakzalverij van één persoon: de Amerikaanse scheikundige Linus Pauling (1901-1994).

11118436783_774fb50a4e_z25 jaar ouder door vitamine C
Pauling was een van de succesvolste wetenschappers ter wereld. Hij kan worden beschouwd als de vader van de moleculaire microbiologie, won twee Nobelprijzen, bezat een keur aan eredoctoraten in binnen- en buitenland en kreeg verschillende prestigieuze wetenschapsprijzen. Zijn autoriteit was schier onaantastbaar. De ommekeer, of zo u wilt de val, begon in 1966, toen hij zijn oren liet hangen naar ene dr. Irwing Stone, die twee jaar chemie had gestudeerd maar een academische titel mocht voeren vanwege een eredoctoraat van het Los Angeles College of Chiropractic. Stone verzekerde Pauling dat hij minstens 25 jaar langer zou leven als hij dagelijks 3 gram vitamine C zou slikken. Dat is 50 keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH). Pauling volgde het advies van Stone op en deed er zelfs nog een schepje bovenop: na een paar jaar slikte hij 18 gram, of 300 keer ADH. In 1970 publiceerde hij Vitamin C and the Common Cold, waarin hij beargumenteerde dat de verkoudheid als ziekte zou worden uitgeroeid als we allemaal 3 gram vitamine C gingen slikken. Het boek werd een bestseller en de vraag naar vitamine C verviervoudigde binnen enkele maanden.

Geen effect op gezondheid
Pauling’s bevindingen wekten echter bevreemding bij zijn collega’s. Zij refereerden aan een studie uit 1942, waarin al werd aangetoond dat er geen enkele relatie bestond tussen het voorkomen of verkorten van virusinfecties van de bovenste luchtwegen en vitamine C. Er volgden nieuwe onderzoeken, die hetzelfde resultaat lieten zien. Tot op heden zijn er vijftien breed opgezette studies gedaan op dit gebied, en de conclusies zijn identiek: geen enkele causaliteit te bespeuren.

Nog een schepje bovenop
Pauling bleef echter niet alleen volharden, hij deed er zelfs nog een schepje bovenop en begon vitamine C aan te prijzen als geneesmiddel voor kanker, omdat hij in 1971 een brief had gekregen van een Britse chirurg, die beweerde dat kankerpatiënten die dagelijks 10 gram vitamine C kregen toegediend, betere overlevingskansen hadden. Later bleek dat de ‘vitamine C-groep’ al minder ziek wás dan de placebogroep, maar Pauling was door het dolle heen en ‘voorspelde’ in 1977 dat kanker door vitamine C en andere supplementen binnenkort tot het verleden zou behoren. Kankeronderzoekers begonnen knarsetandend studies uit te voeren met vitamine C en de conclusies daarvan kunt u raden. Maar Pauling ging onverstoorbaar door met zijn onzin en beweerde dat vitamine C in combinatie met de vitamines A en E, selenium en beta-caroteen zo ongeveer alles kon voorkomen en genezen, van de mazelen tot de bof en geestesziekten en van longontsteking tot nierfalen en zelfs aids. Die wonderbaarlijke genezende eigenschappen schreef hij toe aan de werking van antioxidanten, en daarmee maakte hij een cruciale denkfout.

Het gevaar van antioxidanten
Voor het omzetten van voedsel in energie heeft het lichaam zuurstof nodig. Dat proces heet dan ook oxidatie. Een nadeel van oxidatie is dat er zogenaamde vrije radicalen bij vrijkomen, die vaatwanden kunnen beschadigen en DNA structuren kunnen aantasten. Om die vrije radicalen te neutraliseren, maakt het lichaam antioxidanten aan. Antioxidanten, die met name bestaan uit de voornoemde vitamines A, C, E en selenium en beta-caroteen, zijn vooral te vinden in groente en fruit. Mensen die veel groente en fruit eten krijgen minder vaak kanker en hart- en vaatziekten en leven iets langer. Dat staat als een paal boven water. Het slikken van supplementen die enorme hoeveelheden antioxidanten bevatten, is dus heel gezond. Nee. Het is zelfs ongezond. Legio studies hebben inmiddels aangetoond dat het slikken van grote hoeveelheden antioxidanten het risico op kanker en hart- en vaatziekten zelfs verhoogt. Hoe kan dat? De oplossing is relatief eenvoudig: vrije radicalen zijn niet alleen maar slecht. Ze hebben een belangrijke functie in het bestrijden van schadelijke bacteriën en in het uitschakelen van nieuwe kankercellen. Te grote doses antioxidanten vernietigen te veel vrije radicalen, waardoor de balans in het immuunsysteem wordt verstoord en schadelijke indringers vrij spel hebben. Dat is de denkfout van Pauling, en wat onderzoekers de ‘antioxidanten-paradox’ noemen. Er is slechts een handvol specifieke aandoeningen waarbij vitamines enig soelaas bieden, zoals bijvoorbeeld aften, die bestreden kunnen worden met extreem hoge doses vitamine B.

Niettemin blijft de industrie vitaminesupplementen promoten. Voor hen is het een kip met gouden eieren. Maar het adagium ‘baat het niet, dan schaadt het niet’ gaat hier niet op. Het slikken van grote hoeveelheden antioxidanten is schadelijk, of: hoe Linus Pauling van een gerenommeerd wetenschapper een kwakzalver werd.

Beeld: Lesley van Damme

Geef een reactie

Laatste reacties (24)