4.410
193

Modeontwerper

Rachida Aziz is modeontwerpster en activiste. Ze runt de superdiverse culturele hub Le Space in Brussel en schrijft regelmatig opiniestukken voor onder meer De Standaard.

Vlaamse kranten verpesten eerste schooldag met racistische cartoons

Het publiceren van islamofobe uitingen is niet zomaar een uitglijder. Er zit een heel systeem achter

Ik heb mij een maand in een kleine, afgelegen Marokkaanse stad teruggetrokken om te schrijven aan een boek. Waar kan je beter de realiteit van elke dag buitensluiten, dan in het huis dat je vader bouwde in een stad omgeven door bergen? Aan het begin van elke schrijfdag logde ik even in om te checken of er dringende mails zijn. Dinsdag, 1 september, viel mijn oog plots op een cartoon die iemand mij had doorgestuurd.

De tekening werd naar aanleiding van de eerste schooldag gepubliceerd in Het Belang van Limburg, een mainstreamkrant uit België. Ik zag een rij huilende kindjes die om hun mama riepen. Eén kindje deed dat niet. Hij schreeuwde Allahu Akbaar en sneed zijn teddybeer de keel over. Mijn bloed begon te koken. Heel boos, maar ook heel lucide, gooide ik de cartoon op Facebook en contacteerde ik een advocaat. Maar toen merkte ik een tweede cartoon die die ochtend op de website van een zusterkrant gepubliceerd werd. Een andere krant, een andere cartoonist maar precies dezelfde stigmatiserende boodschap. Enkele blanke kinderen met een appel in de hand en één stereotyperend beeld van een kind met jellabah en donkere huidkleur die een bom vasthoudt. “We zijn deze zomer op vakantie geweest in Syrië.” De prent zorgde voor een kortsluiting in mijn hersenen.

Toen drong het door dat dit niet zomaar een uitschuiver was, maar dat er een systeem achter zit. Deze twee tekeningen verzinnebeelden alles waar deze kinderen vanaf hun eerste schooldag mee geconfronteerd zullen worden. De toon werd gezet voor de rest van hun schooljaar. Ik moest naar lucht happen. Mijn hersenen slaagden er niet meer in om de correcte opdracht door te geven aan mijn longen. Ik moest mezelf heel hard concentreren om te blijven herhalen: adem in, adem uit. Ergens van heel diep kwamen er luide snikken die ik niet onder controle kreeg. 

Het is niet dat op zo’n moment de herinneringen aan die eigen traumatische ervaringen in de lagere school naar boven komen. Maar het is wel zo dat ik door die ervaringen precies weet hoe die kinderen zich voelen. Mijn jongste zus had net nog iets gepost op Facebook over dat gevoel. ‘Morgen terug naar school. Het is niet het werk of de inspanning waar ik tegen opkijk. Waar ik neerslachtig van word is de terugkeer naar een voorgekauwd systeem dat je probeert te uniformiseren en te onderwerpen. Van zodra ik het gebouw binnenstap, volgen de onrechtvaardigheden elkaar op. De allereerste handeling die ik moet doen, is het uitdoen van mijn “hoofddeksel”. Zo onderwerp ik me aan een niet gerechtvaardigd reglement uitgevonden door enkele gefrustreerden die met dit pathetische middel ons proberen te duwen in hun pasvorm van middelmatigheid.’

Bij de ouders zie ik de bezorgdheid. Bij de kinderen lees ik de angst in de ogen. Angst voor de pijn, omdat de school één van de eerste plaatsen is waar je met discriminatie, de stereotypes en het dagelijkse racisme geconfronteerd wordt. In de school word je definitief de “ander”. De kleuters van een goede vriend kwamen vorig schooljaar op een avond beteuterd thuis. ‘Papa, waarom roepen de andere kinderen Charlie naar ons?’ Mijn vriend verhuisde deze zomer met zijn gezin naar Marokko. ‘Daar zullen mijn kinderen tenminste dat nooit meer meemaken.’ Het is het zoveelste gat dat racisme in mijn vriendenkring sloeg.

In een West-Vlaams dorp stond een school in rep en roer omdat een pubermeisje een ongelukkig gebaar had gemaakt tijdens een hoogoplopende ruzie met haar vriendin. Ze had, stel je voor, met haar vinger langs haar keel gewreven. Mocht ze niet toevallig een Arabische familienaam gehad hebben, zou er geen haan naar gekraaid hebben. Dan zouden de twee kemphanen gewoon uit elkaar gehaald zijn en zouden ze een paar dagen later wellicht weer zitten giechelen. Maar nu werd de directie er bij gehaald en moest ze in een brief uitleggen waarom ze zoiets gedaan had. Deze tiener die bezig is met alle problemen waar meisjes van haar leeftijd van wakker liggen, werd plots geassocieerd met IS, een terreurbeweging die in een ander deel van de wereld een oorlog uitvecht.

Het overkwam mij zelf ook toen ik mijn Facebook-post publiceerde over deze cartoon. Er moeten koppen rollen, zei ik. Ik had daar niet bij stilgestaan. Het was niet eens een woordspeling, want ik bedoelde echt dat deze kranten er niet vanaf kunnen komen met flauwe en haastige excuses. Maar sommige perverse geesten zagen daar al meteen een verwijzing naar IS in. Door een andere nieuwssite die het bericht oppikte, werd ik meteen bestempeld als islamactiviste. Nog een andere nieuwssite titelde dat ik een ‘woeste moslima’ ben. Parlementslid Peter Dedecker noemde me ‘knettergek’.

Dergelijke incidenten volgen een obligaat scenario. Er komt protest tegen de cartoon en al snel duiken de eerste tegenreacties op van mensen die het enige citaat van Voltaire dat ze kennen opdreunen en die klagen over het gebrek aan humor van moslims. Even later is er natuurlijk ook de leukerd die de hashtag #jesuisCanaryPete lanceert. Die reageerders proberen er een debat over de vrije meningsuiting van te maken. Maar dit gaat niet over de uiting van meningen. Dit gaat over de verantwoordelijkheid van mainstreamkranten in een maatschappij waarin een verstikkend islamofoob klimaat heerst. Op een continent waar partijen die moslimhaat als enige programmapunt hebben overal wortel schieten en waar overheden van landen als Polen, Bulgarije, Tsjechië en Slovakije openlijk aankondigden dat ze wel vluchtelingen willen opnemen maar geen moslims.

Christelijke vluchtelingen veroorzaken minder angst bij de bevolking, zei de Slovaakse premier zonder schroom. De Belgische staatssecretaris van Migratie twijfelt openlijk aan de meerwaarde van mensen met Arabische en Congolese roots. De Franse bestsellerschrijver Éric Zemmour suggereerde om alle moslims te deporteren uit Frankrijk. De burgemeester van Nice noemde de Franse moslims een vijfde kolonne in zijn land terwijl volgens hem de Derde Wereldoorlog al is losgebarsten. Mocht er in een gezonde antiracistische maatschappij op een marginale blog wat gore praat worden verkocht, dan zou ik verveeld mijn schouders ophalen. Maar dat is helaas niet het geval. Kranten hebben een probleem. Dat bewees eerder ook al De Morgen toen die krant Barack en Michelle Obama afbeeldde als apen.

In een dergelijk klimaat volstaat het dan ook niet om haastig excuses aan te bieden voor een zoveelste islamofoob incident. De crisiscommunicatie van de twee kranten trok op niets. Aanvankelijk verwezen ze alle twee naar technische mankementen. ‘Oeps, sorry, computerfoutje.’

Bij dergelijke incidenten zouden kranten en organisaties volgens mij vier stappen moeten nemen.

Eén: trek het boetekleed aan. Geen flauwe excuses, maar een welgemeende mea culpa. Twee: neem sancties tegen de mensen die voor deze fout verantwoordelijk zijn. Drie: onderzoek hoe dit kon gebeuren en stel een procedure op om dit in de toekomst te vermijden. En vier: denk na hoe je de golf van solidariteit kan versterken, die opstak als reactie op de hetze tegen vluchtelingen en moslims.

Er kwamen hartverwarmende signalen van mensen die de verharding en de verzuring niet meer pikken, die een hart tegenover hard zetten. Media hebben de verantwoordelijkheid om die tendensen te versterken met correcte en verantwoordelijke berichtgeving. Het vertrouwen in de media is onder mensen van kleur om het zacht uit te drukken heel broos. Dergelijke incidenten slaan dat vertrouwen helemaal kapot. Het doorlopen van die procedure kan een klein beetje van de schade herstellen.

De crowdfund-actie steunen om een proces te starten kan hier.

Geef een reactie

Laatste reacties (193)