Laatste update 04 januari 2016, 14:58
1.743
38

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Vluchtelingencrisis: hoe Scrooge te bezweren

Een kerstlied hebben we nodig om het menselijke in ons te doen ontwaken

Charles Dickens, een van de grootste verhalenvertellers ter wereld, schreef zijn ‘A Christmas Carol’ vlak voor de Kerst. Het dunne boekje verscheen op 19 december van het jaar 1843 en was meteen een bestseller. Wat hij met het verhaal vooral wilde raken was het hart van rijke Londenaren, die zonder enige schroom of vertwijfeling hun in overvloed gedrenkte leven voortzetten temidden van de mensonwaardige levensomstandigheden van hun eigen personeel; de armen en de arbeidersklasse.

winter in ArcheonIn haar prachtige biografie van Dickens schets Claire Tomalin (Charles Dickens, A Life 2011) een treffend beeld van de drijfveren van deze begenadigde verteller. Wat me treft in dit levensverhaal is een diepe kennis van de menselijke geest en een meesterlijk vermogen tot het ontmantelen van de smoezen en excuses die de rijken en machtigen inzetten om maar geen helpende hand naar de ander uit te steken. Dickens’ grootsheid bestaat wat mij betreft naast zijn meesterlijke vertelkunst ook uit zijn intellectueel en kunstzinnig geweten dat hij ten dienste stelt van de samenleving. Ontbreekt in de maatschappij zo’n besef dan is dat een groot gemis, een teken van emotionele en morele armoede.

Het Nederland dat ik ken, bezit veel barmhartigheid en een sterk geweten maar dat wordt dezer dagen overschaduwd door het brute geschreeuw van een op materialisme geënte dikke-ik mentaliteit. Er heerst een mentaal regiem van ‘jezelf kunnen verkopen’ waarbij een ‘verdienmodel’ de toetssteen voor alles is, zelfs voor onbetaalbare zaken als schoonheid en troost. In deze dagen, nu het gaat om de opvang van vluchtelingen en hulpbehoevenden, toont dat regiem zich van zijn lelijkste kant.

We laten ons bewust of onbewust gevangen zetten in een duistere tunnel van ‘schaarstedenken’, zelfs in tijden van overvloed. Ja, ik weet het, er zijn ook hier en nu genoeg mensen met geldzorgen. En er zijn vele tienduizenden die, net als ik, onder euforische titel van ZZP’er moeten leven van gunsten van vrienden en familie omdat ze het vertikken tot slaaf van het UWV-bewind te worden gemaakt. Maar is dat een kwestie van armoede en tekort in dit land of juist een gevolg van hoe de verdeling van de enorme rijkdom die we bezitten scheef georganiseerd is? Die vraag durven stellen is de vraag beantwoorden.

Hoe valt dit tij te keren? Om te beginnen door het gesteggel van Scrooge, die in ieder van ons leeft, te ontmantelen omdat het ingaat tegen ons fundamentele verlangen om de medemens bij te staan. Een kerstlied hebben we nodig om het menselijke in ons te doen ontwaken.

Zo’n kerstlied schrijven kan ik helaas niet maar hier is dan een fragmentarische poging om te bezweren wat mij als ex-vluchteling het hardst heeft getroffen aan ‘Scrooge’-argumenten tegen de ruimhartige opvang van vluchtelingen:

Een Hollandse moeder schreef enige tijd terug naar een Syrische moeder in NRC-Brieven: “Laat je jongens thuisblijven en vechten voor hun land!”. Twee vragen aan deze moeder uit de Lage Landen: ten eerste, tegen wie moeten deze jongens precies gaan vechten? Tegen Assad, ISIS, de Russen, Hezbollah of toch tegen onze bondgenoot Amerika? En mijn tweede vraag aan deze Nederlandse moeder: had uw oma hetzelfde gedicteerd aan haar zoon, uw vader, toen de nazi’s hier de dienst uitmaakten en het hier vooral in stilte wachten was op geallieerde bevrijders van de andere kan van de oceaan? Neen, ik hoef uw antwoord niet, beantwoordt uw moederlijke geweten maar in stilte.

De zogenaamd sociaal-democratische minister Dijsselbloem zegt: “Uitkeringen aan vluchtelingen zullen ons systeem opblazen.” Is deze ‘zeur-bloem’ werkelijk een erfgenaam van Troelstra? Zou de vader der Nederlandse sociaal-democratie hem niet kritisch bevragen? “En jongeman, de twee miljard die we jaarlijks aan wapens aan de wereld verkopen, is dat wel ten goede van onze land, onze wereld?” “En de 50 miljoen aan vuurwerk die we op Oudejaarsavond de lucht in knallen, is dat het ultieme geluk dat de sociaal-democratie beoogde? Dient uw systeem daartoe?”

We zijn een decadent dorp geworden, middenin een armoedige wereld, mijnheer ‘iets met bloem’. Met uw systeem als doel en niet als middel voor een werkelijke solidariteit. Neen, bespaar mij uw lange, kromme repliek. Gaat u maar eens zwijgend oog in oog met het portret van Troelstra staan en voel hoe bekrompen uw sociaal-democratie is in vergelijking met de zijne.

Een begin dertiger, keurig in pak, maakte bij een inspraak avond op 7 december in Leidschendam-Voorburg over wel of geen asielzoekerscentrum in zijn gemeente, de volgende vergelijking: “Ook bij de Ebola-epidemie hebben we een visumverbod ingesteld voor burgers uit landen waar dat zich afspeelde. Niet alle moslims of Syriërs zijn terroristen maar dat werelddeel wordt door terrorisme geteisterd en dus moeten we ons beschermen tegen die epidemie en het inreizen van mensen daar vandaan.” Mensen op basis van hun afkomst als mogelijke dragers van een dodelijke barbarij af te schilderen om ze zo buiten de poorten van ons zo beschaafde werelddeel te houden is niets nieuws. Wat nieuws is, beste man, is dat de ‘barbaren’ nu jouw taal kennen en iets terug te zeggen hebben. En dat ze je zullen blijven confronteren met het feit dat je met je drogredenen verstoppertje aan het spelen bent met morele waarden, die aan je zullen blijven knagen. “You can run, but you can’t hide”. Wij zullen onze verhalen steeds vaker en luider vertellen en bezingen, tot ze op den duur ontwapenen.

(Wat ik zelf tijdens deze bijeenkomst vertelde is te vinden via deze link)

cc-foto: Hans Splinter


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (38)