Laatste update 20:01
11.777
102

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Voedselracisme steekt de kop op

Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of je zuster te verwijderen

Naarmate de coronacrisis voortschrijdt, zien wij steeds meer blijken van voedselracisme. Wij weten: het virus is overgesprongen van dier naar mens. We geven vervolgens de schuld  aan vreemde volkeren omdat die in onze ogen enge en smerige dingen eten. Dan kan het om soorten gaan maar net zo goed om ingrediënten. Zo moeten de Chinezen het al maanden ontgelden omdat zij vleermuizen en schubdieren in de soep doen. Dat is de wortel van alle ellende. Dezer dagen werd bezorgd vastgesteld dat er in Indonesië nog steeds overal markten worden gehouden waar rare beesten te koop zijn voor op het menu. In het bijzonder op het eiland Sulawesi zou dit het geval zijn: daar kun je pas echt griezelen. Blijkbaar zijn buitenstaanders nog niet wezen kijken bij de Ilocanen die het noordelijk gedeelte bewonen van het Filipijnse eiland Luzon. Ferdinand Marcos is hun bekendste zoon. Probeer eens Papaitan, een soep op basis van runderingewanden, pens, nier, lever, hart, alvleesklier en darm, op smaak gebracht met gal. Tijdens mijn reizen heb ik meteen geleerd: eerst je bord leegeten en dan pas vragen naar het recept. Nooit omgekeerd.

Vleermuizen bestemd voor consumptie | Cc-foto: Wikimedia

Als U eerlijk bent, dan schrikt U erger van de vleermuissoep dan van de papaitan, omdat alle ingrediënten afkomstig zijn van dieren die ook bij ons op het menu staan. Alleen eten wij hier in Nederland over het algemeen uitsluitend het vlees en niet de hersenen of de ingewanden. We kunnen ons daar wel een voorstelling van maken want in de keuken van het Franse Lyon bijvoorbeeld nemen darmen een ereplaats in. Daar is door Bernard Rapp een aanbevelenswaardige psychologische thriller over gemaakt: Une Affaire de Goût. De suspense in deze knappe film heeft veel te maken met messen, hakbijlen en opmerkelijke ingrediënten. De hoofdpersoon wordt als voorproever in dienst genomen van een miljonair met veel allergieën.

Wij zijn mentaal althans allemaal een beetje voorproever nu wij weten dat veel ziekteverwekkers van dier op mens overspringen. Omdat virussen eng zijn, associëren wij die gemakkelijk met gedierte waar we van gruwen. Tegelijkertijd vermoeden wij, dat mensen die we niet vertrouwen zulk gedierte toch op tafel zetten. Tijdens de eurocrisis werden zuidelijke lidstaten met een hoge schuld in sommige kringen aangeduid als de “knoflooklanden”. Door Europa loopt tot op de huidige dag een vrij precieze grens: aan de ene kant bakken ze met boter, aan de andere kant met olijfolie. ’t Is in de ogen van bevooroordeeld Nederland tegelijk zo’n beetje de grens tussen de ijverige Noord-Europeanen met hun spaarzin en de zuidelijke broeders die het er maar van nemen zonder te denken aan de dag van morgen.

Wij zullen niet gauw zoals Mexicanen bijen in chocoladesaus mee naar huis nemen maar wij eten zonder blikken of blozen grote hoeveelheden garnalen, beesten met akelige antennes en niet minder dan twaalf poten. In het toprestaurant bestellen we krab en kreeft die vervolgens door de restaurateur uit een aquarium worden gehaald en levend gekookt. Ook eten wij weekdieren: mosselen, oesters, sint-jacobsschelpen en slakken. Mag je dan de Chinezen erop aanzien dat zij een vleermuisje niet versmaden? Wat is er eigenlijk zo verkeerd aan een goed toebereide hond of een met de juiste specerijen op smaak gebrachte kat? In de hongerwinter stonden die trouwens als dakhaas op het menu.

Wat mensen wel of niet eten, is cultureel en soms religieus bepaald. Virussen zijn niet eenkennig. Ook dieren die we vanuit onze achtergrond en tradities graag eten, kunnen gevaarlijke ziektekiemen herbergen die onder de juiste omstandigheden op ons overspringen.

Daarom is voedselracisme een noodlottige vorm van vooroordeel. We zien het gevaar bij anderen wel maar bij onszelf niet. Terwijl we het Chinezen kwalijk nemen dat ze vleermuizen in de soep doen, maken we dieren tot onderdeel van industriële productieprocessen alsof het levende radertjes zijn in een machine. We fokken variëteiten die in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk vlees opleveren ten koste van andere eigenschappen waaronder weerstand tegen ziektekiemen. We sluiten ze hun leven lang bij honderden, bij duizenden en als het om gevogelte gaat, bij tienduizenden en honderdduizenden op in afgesloten ruimtes. Wie wel eens een moderne varkensboerderij of een kippenfarm heeft bezocht – ook de zogenaamd humane variant met  uitloop –  weet dat aan het over de drempel stappen een heel ontsmettingsritueel vooraf gaat waarbij vergeleken het handjes wassen van deze coronatijd in het niet valt. Anders heerst er zó een epidemie in de stal. Iedereen herinnert zich nog hoe aan het begin van de eeuw pluimvee en varkens massaal werden afgemaakt (“geruimd” heet dat in het versluierend boerenjargon) om de verspreiding van een virus tegen te gaan. Wat dat betreft mogen we nog blij zijn dat men zich bij mensen op principiële gronden tot ophokken beperkt.

Toen de mensen nog jagers en verzamelaars waren, leefden zij op vrij grote afstand van dieren. Dat veranderde tienduizend jaar geleden toen ze overgingen op landbouw en veeteelt. Sindsdien zitten mensen en dieren dag en nacht zo dicht op elkaar dat bacteriën en virussen gemakkelijker dan ooit kunnen overspringen. Toen is de kiem gelegd voor wat wij nu doormaken.

Een wezenlijke les uit de coronacrisis is dat we waakzaam moeten zijn overal waar mensen en dieren in nauw contact tot elkaar staan. Denk niet dat de besmetting komt door het eten van een of andere rare soep. Daarin zijn de virussen al lang kapot gekookt. Patiënt zero wordt dat door aanraking met levende dieren. En dan is een kalf in principe net zo verdacht als een vleermuis. Wie zijn voedselvooroordelen de vrije loop laat, gaat aan het risico voorbij. De Schrift steunt ons. Jezus zegt immers in Matteus 7: “Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: ‘Laat mij de splinter uit je oog verwijderen? Zolang je nog een balk in je eigen oog hebt? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of je zuster te verwijderen’.”


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (102)