823
19

Econoom

Tsjalle van der Burg doceert economie aan de Universiteit Twente. Hij is columnist van De Twentsche Courant Tubantia. Hij is auteur van het boek “Een kleine economie van het voetbal”.

Voetbalsector levert wanprestatie

Joop-Debat: Vrije markt fnuikt Europese competities; sterke clubs worden steeds sterker

Ook in het moderne voetbal zijn er teams die erin slagen hun fans met een kampioenschap te verblijden. Dat is van alle tijden. Maar wie het clubvoetbal van bovenaf bekijkt, wordt minder vrolijk. Er zijn nog maar weinig teams die serieus kans maken om de Champions League te winnen. Ook in nationale competities nemen de krachtsverschillen toe. Veel wedstrijden worden hierdoor saai.

Ondertussen stijgen de prijzen van kaartjes en televisiebeelden. Zo kost het in Spanje nu 12 euro om alleen al Real Madrid tegen Barcelona op televisie te zien. Verder hebben overheden het Europese voetbal de laatste tien jaar voor miljarden moeten steunen. Eigenlijk levert de voetbalsector een wanprestatie: liefhebbers en belastingbetalers betalen steeds meer voor een product dat steeds minder wordt. Hoe komt dit, en kan het ook anders?

De oorzaak van de problemen is de markt. De inkomsten van een club hangen vooral af van het aantal mensen dat de club op televisie volgt. Dat aantal wordt bepaald door de sportieve resultaten. Promotie verhoogt de kijkcijfers, Europees voetbal nog meer. Een club die vaak wint, krijgt dus veel geld. Daarmee kan het nog betere spelers halen, en nog meer verdienen. Sterke clubs worden zo steeds sterker. Bij andere clubs gaat het andersom: wat vaker verliezen, minder geld, minder goede spelers, nog vaker verliezen. Zo worden zwakke clubs steeds zwakker.

In deze moordende concurrentieslag proberen alle clubs veel geld te verdienen om het elftal te versterken. Daarom worden de kaartjes duurder, daarom verdwijnt voetbal achter de decoder. Een aantal clubs geeft te veel aan spelers uit, waarna overheidsgeld redding moet brengen. Sommige clubs zijn naar de beurs gegaan om geld op te halen, andere clubs hebben langs andere weg commerciële eigenaars gekregen. Verenigingen die als doel hadden de supporters te vermaken, worden organisaties die supporters vooral als inkomstenbron zien.

Om het voetbal weer spannend en goedkoop te maken moet de Europese Unie de markt aan banden leggen. Om te beginnen moet er een Europees coderingsverbod voor voetbalbeelden komen. Alle beelden worden dus gratis, zodat meer mensen gaan kijken. Dit laatste gebeurt zonder dat de productiekosten stijgen, wat volgens economen betekent dat de welvaart stijgt. De clubs krijgen minder inkomsten, maar kunnen dat opvangen door de spelers minder te betalen.

Verder moet Europa een progressieve voetbalheffing invoeren, gebaseerd op het bedrag dat een club aan spelers spendeert. Voor Heracles bedraagt de heffing een ton, voor Chelsea 80 miljoen. Omdat vooral rijke clubs zo minder overhouden voor de spelers, worden de competities weer spannender. De opbrengst van de heffing gaat naar het amateurvoetbal en sociale projecten van profclubs. Zo komt het voetbal terug bij zijn sociale oorsprong. Want voetbal is groot geworden dankzij vrijwilligers en verenigingen die sociaal waren.

De maatregelen moeten ruim van tevoren worden aangekondigd, zodat clubs de tijd krijgen hun uitgaven aan te passen. Het gevaar bestaat dat sommige ambitieuze clubbestuurders dit toch niet kunnen opbrengen, zodat nog meer clubs in financiële problemen komen. Om dit gevaar te keren, moet de UEFA de clubs een strenge begrotingsdiscipline opleggen, met zware sancties zoals puntenaftrek en uitsluiting van Europees voetbal. De UEFA heeft zulke maatregelen ook al aangekondigd. Maar het blijft de vraag of men de daad bij het woord zal voegen. Gebeurt dat niet, dan moet Europa de gewenste discipline van bovenaf afdwingen. Het profvoetbal is de belastingbetaler dan nooit meer tot last.

De meeste supporters en belastingbetalers zullen deze tamelijk radicale maatregelen toejuichen. Maar zal Europa ze ook doorvoeren? Europa heeft bewezen tot grote veranderingen in staat te zijn. Het heeft de Europese markt vrij gemaakt, over landsgrenzen heen. De eurolanden zijn tot grote bezuinigingen verplicht, en tijdens de bankencrisis hebben de banken veel steun gekregen. Dit ‘rechtse’ beleid is vaak zinvol geweest.

De vraag is of Europa ook hulp wil bieden aan de door graaiende bankiers werkloos geworden Spaanse bouwvakker die zich blauw betaalt aan vaak saaie voetbalbeelden. Om hem te helpen zal Europa zich tegen de rijke voetbalclubs en hun nieuwe eigenaars moeten keren, en tegen mediamagnaten als Berlusconi en Murdoch. Dat zal niet makkelijk zijn, want ondernemers hebben in Brussel een sterke lobby. Toch kunnen politieke partijen de maatregelen middels het Europees Parlement en de media tenminste op de agenda zetten. Dan zal Europa moeten laten zien waar het staat. Is Europa er voor de mensen of voor de ondernemers? &ltclassifier1/&gt &lthl21/&gt De auteur is verbonden aan Universiteit Twente. Onlangs verscheen zijn boek Een kleine economie van het voetbal. Om het voetbal spannender en minder kostbaar te maken moet Europa volgens hem de markt aan banden leggen. Er moet een progressieve voetbalheffing komen, gebaseerd op het bedrag dat een club spendeert aan spelers.

Tsjalle van der Burg debatteert over de kwestie in DeGids.FM, live op Radio 1 dinsdag 12 oktober 11:45-12:00.

Geef een reactie

Laatste reacties (19)