831
20

Hoofd communicatie Vogelbescherming

Kees de Pater (1958) begon al als jongetje met vogels kijken. Het duurde echter tot 2002 voor hij de liefde voor vogels tot zijn beroep kon maken bij Vogelbescherming. Voor die tijd was hij met onder andere een eigen bureau actief voor verschillende goede doelen op het gebied van mensenrechten, ontwikkelingssamenwerking en duurzame ontwikkeling. In de rol van hoofd Communicatie zet hij zich onder andere in om de situatie voor de vogels op het boerenland beter te maken.

De volgende regering moet voorkomen dat landschapspijn landschapsheimwee wordt

Het landschap waar mensen tot rust komen en van natuur en frisse lucht genieten verdwijnt. En dat doet pijn

Landschapspijn. De teloorgang van het eens zo mooie en natuurrijke Friese platteland heeft een naam gekregen. Rijke weides vol bloemen en vogels hebben plaats gemaakt voor strakke monotone, bijna steriele, weilanden. Niet alleen in Friesland maar in heel Nederland en in grote delen van Europa heeft het landschap de afgelopen decennia een metamorfose ondergaan. Van natuurrijke cultuurlandschappen naar eenzijdige agrarische productieterreinen, waar voedsel in bulk voor de wereldmarkt geproduceerd wordt. Het landschap waar mensen tot rust komen en van natuur en frisse lucht genieten verdwijnt. En dat doet pijn. De overheid moet de regie nemen en het beleid veranderen.

cc-foto: Marcel Oosterwijk
cc-foto: Marcel Oosterwijk

Kaalslag is overal
Niet alleen de menselijke bezoeker van het boerenland voelt deze landschapspijn. De vogels gaan er letterlijk aan ten onder. Van de ooit honderdduizenden patrijzen zijn er nog geen 20.000 over; 95% afgenomen in vijf decennia. De veldleeuwerik: 97% achteruit in vijftig jaar tijd. De grutto: 65% achteruit. De eens zo gewone argusvlinder is bijna helemaal verdwenen. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Deze kaalslag speelt zich niet alleen in Nederland af, maar in vrijwel de hele EU. Het is de schandvlek van het Europese landbouwbeleid. We wijzen daarbij niet met de beschuldigende vinger naar de boer. De boer is óók slachtoffer geworden met hoge schuldenlasten en lage inkomens. Het zijn de agro-industriële reuzen die profiteren van het model dat is gericht op maximale productie. Het is de plicht van de politiek het probleem eindelijk eens serieus aan te pakken. Het zijn immers de EU en de Europese regeringen die het zo ver hebben laten komen. Mensen willen een gezond, natuurlijk en leefbaar platteland waar ze tot rust kunnen komen en trots op zijn en geen agrarische industrieterreinen met megastallen. Dat kan een overheid niet op zijn beloop laten. En dat mág de overheid ook niet. De EU-lidstaten hebben in 2011 ondubbelzinnig afgesproken dat de biodiversiteit vanaf 2020 niet verder achteruit mag gaan. Die doelstelling gaat bij lange na niet gehaald worden als het landbouwbeleid niet drastisch wijzigt.

Landbouw met de natuur
Met de verkiezingen voor de boeg is dit het moment te kiezen voor een ander landbouwbeleid. Maak een nieuwe natuur-inclusieve landbouw – landbouw met zorg en aandacht voor milieu, natuur en landschap die mét de natuur en niet tégen de natuur werkt – uitdrukkelijk onderdeel van het Europese landbouwbeleid. Het nieuwe Europese landbouwbeleid staat voor 2020 geagendeerd. Dé kans om van prioriteit in dit beleid te switchen. Van een beleid dat alle boeren subsidieert naar een beleid dat alleen boeren ondersteunt die maatschappelijke prestaties leveren: denk aan natuur, landschap, milieu, maar ook zorg en educatie. Eenzijdig op productiegroei gericht landbouwbeleid naar een beleid waarin natuur en landschap, milieu, dierenwelzijn en voedselkwaliteit centraal staat. Als het enorme budget van de EU voor landbouw (59 miljard Euro, bijna 40% van het totale budget!) voor een substantieel deel wordt ingezet voor natuur-inclusieve landbouw valt er nog heel wat te redden.

Overheid moet regie nemen
Voor deze omslag zijn natuurlijk ook bedrijven als zuivelgigant Friesland Campina, supermarkten, landbouworganisaties en boeren nodig. Een groeiende groep boeren en bedrijven in de voedselketen laten nu al zien dat zij in staat zijn met zorg voor natuur en landschap te produceren, en vele andere willen graag maar kunnen (nog) niet. Dat is hoopvol, maar niet genoeg. Het is de overheid die de regie moet nemen. Gebeurt dat niet dan zal de landschapspijn die menigeen voelt, gevolgd worden door een definitief sterven van ons Nederlandse landschap. Want dan rest nog slechts de landschapsheimwee.

Geef een reactie

Laatste reacties (20)