3.405
14

Fotograaf

Ik ben documentair fotograaf. Woonachtig in Rotterdam maar gestudeerd aan de AKV St.Joost in Breda en in 1987 geboren in het Zeeuwse Goes. Ik ben nu 27 en voor een half jaar in Indonesië om aan mijn project Kembang Kuning Gele Bloem te werken.

Volkskrant de mist in met zoektocht naar ‘daders van de Bersiap’

De Indonesische veteraan Hario Kecik wordt door de krant in verband gebracht met geweld tegen Nederlanders en Indo's, ten onrechte. Rectificatie zou op zijn plaats zijn

In Nederland praten over de zogenaamde Bersiap-periode is je op glad ijs begeven. De Bersiap is de periode na de Japanse capitulatie waarbij sommige Indonesiërs zich met geweld keerden tegen de Nederlanders en Indo’s, waarbij soms ook vrouwen en kinderen niet werden ontzien. Het is helemaal glad ijs als je het zelf niet hebt meegemaakt en ook je familie niets te maken heeft gehad met de eerste dagen van de Indonesische revolutie in het najaar van 1945. Maar een Volkskrant artikel over een door mij in april geïnterviewde Indonesische veteraan dwingt mij ertoe om de beschuldiging aan zijn adres te weerleggen. Hij wordt nu onterecht gebruikt en neergezet als de personificatie van het geweld tegen de Indo’s en Nederlanders. Ik vind dat de Indonesische veteraan Hario Kecik een rectificatie verdient door een verontschuldiging van De Volkskrant.

Op zaterdag 10 mei 2014 publiceerde de krant een artikel over de ‘dader’ Hario Kecik (93). Hij was in het najaar van 1945 een van de commandanten van de militaire politie in Surabaya en had een leidende rol in het verzet tegen de geallieerde troepen. Meneer Hario beheerst zes talen waaronder het Nederlands en als ex-generaal, intellectueel, dokter, kunstschilder, Sukarno-loyalist maar bovenal schrijver van vele boeken is hij een kleurrijk persoon.

Daders
De NOS- en Volkskrantcorrespondent Michel Maas vroeg mij al in januari of mijn contacten in Surabaya hem aan ‘daders van de Bersiap’ konden helpen. Hoewel ik vraagtekens zette bij dit uitgangspunt heb ik Maas voorgesteld om eens te praten met Ady Setyawan, een geschiedeniskenner uit Surabaya. We stelden eind januari een ontmoeting in Jakarta voor, maar Maas had geen tijd. Pas in april stuurde hij Ady een berichtje of hij hem nog aan een Bersiap-dader kon helpen.

Ady wist ook niet goed hoe hierop te reageren want hoe vertel je een senior journalist dat je het niet eens bent met zijn dader-slachtoffer aanpak? Uiteindelijk stuurde Ady de video van mijn interview met meneer Hario door. Maar bepaald niet omdat Hario een dader is zoals Maas die zocht, meer om hem met iemand te laten praten die uit ervaring over die tijd zou kunnen vertellen en hem wellicht duidelijk zou kunnen maken dat het niet zo zwart-wit is. Ik had toen geen idee dat de Volkskrant hem als enige getuige zou opvoeren. Zonder ons nog verder te contacten heeft Michel Maas meneer Hario nu als de door hem gevonden dader opgevoerd.

Dat Maas uiteindelijk maar één dader gevonden heeft en ook nog eens een waarvan hij de betrouwbaarheid al in de eerste alinea in twijfel trekt, heeft volgens hem te maken met het feit dat ‘ze’ (de Indonesiërs) niet willen praten. Zijn artikel over Kecik vormt de helft van een tweeluik. De andere helft is een interview met een slachtoffer van de Bersiap, de Nederlands-Indische Jan Somers. Hij was net als Kecik getuige van de roerige revolutie in de havenstad Surabaya. Aan de betrouwbaarheid van Jan Somers wordt overigens geen moment getwijfeld.

Propaganda
Wanneer je niks van het onderwerp weet denk je: wat goed dat we nu ook de Indonesische kant van het verhaal kunnen horen. Maar schijn bedriegt, wanneer je je wel verdiept hebt in de Indonesische geschiedenis begrijp je dat de Volkskrant al de mist ingaat bij het zoeken naar een Indonesische dader en een Nederlands-Indisch slachtoffer. Het is geheel volgens de Nederlandse propaganda van die tijd om Indonesische nationalisten als Hario en masse als ‘dader’ en dus als harteloze moordenaar weg te zetten. Het zou haast de politionele acties daarna verantwoorden; er moest toch iets gedaan worden tegen de losgeslagen bendes en terroristen. De Volkskrant maakt dan wel onderscheid tussen Hario en de kampongbevolking maar er missen belangrijke details. Ik denk: óf Maas had meer onderzoek moeten doen en een echte ‘dader’ uit de kampongbevolking moeten opsporen óf zijn eerste plan opgeven en het frame dader – slachtoffer moeten aanpassen.

Wanneer je Indonesische bronnen raadpleegt weet je dat het niet zo zwart-wit is. De propaganda is toentertijd o.a. ontstaan door eenzijdige berichtgeving van Nederlandse media. De Volkskrant heeft daar ook een belangrijke bijdrage aan geleverd en is kennelijk anno 2014 nog niet veel wijzer geworden.

Omdat ik al vier jaar werk aan een foto- en interviewproject over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, kwam de Bersiap en de slag om Surabaya verschillende keren op mijn pad. Nog steeds worden er verhitte discussies gevoerd en recent wilde men het Indonesische geweld zelfs als genocide classificeren. En er zijn Indo’s in Nederland die vinden dat officiële excuses van de Indonesische regering op zijn plaats zouden zijn. Alsof de Bersiap losstaat van honderden jaren koloniale overheersing en niet gevolgd werd door een vierjarige oorlog waarin het Indonesische vrijheidsstreven hardhandig de kop in werd gedrukt. Naar mijn mening is die periode op geen enkele manier los te zien van de gebeurtenissen ervoor en erna.

Gubeng-transport
Hario Kecik was in 1945 een van de jonge Indonesiërs die de wapens op had gepakt om de zojuist uitgeroepen republiek te verdedigen. Door het Nederlands-Indische onderwijs wat hij genoten had zag hij veel van de Nederlanders (en Indo’s) als vrienden. Met zijn groep viel hij de zo gevreesde Kempetai binnen. Maar nee… zijn doel was niet om zoveel mogelijk Nederlanders en Indo’s te vermoorden, dat is het verschil. Het ging hem om de buitenlandse machthebbers uit zijn geboortestad te verdrijven: de Japanners, de Britten en later de Nederlanders.

Hario Kecik: “Ik heb tijdens de Bersiap geen enkele Indo of Nederlander gedood.”
Onder zijn foto in de Volkskrant lees ik: “wij vielen trucks aan waarin ook vrouwen en kinderen zaten. Allemaal weg.” Waarom juist die quote onder zijn foto? Als onwetende Volkskrantlezer zou ik dat interpreteren alsof Hario zelf erbij was en dus ook vrouwen en kinderen heeft vermoord. Het gaat hier natuurlijk over het Gubeng-transport van 28 oktober 1945 waarbij Britse militaire trucks, die voornamelijk Indo-vrouwen en kinderen vervoerden, op een Indonesische strijdgroep stuitten die het vuur opende. Maar niet onbelangrijk: meneer Hario Kecik was niet bij deze confrontatie, hij praat in het algemeen: “wij Indonesiërs”. Eind oktober 1945 kozen de Surabayanen, nadat de Britten de overeengekomen afspraken aan hun laars lapten, voor de frontale aanval en de strijd barstte massaal los. “Bijna de hele Britse divisie werd in een paar dagen in de pan gehakt”, vertelt Hario, maar nee hij bedoelt niet: ik heb de trucks met vrouwen en kinderen aangevallen en vermoord.

Nadat er op die bewuste dag op het Gubeng-transport was gevuurd, ontstond er een situatie waarin een woedende menigte zich op de weerloze slachtoffers stortte en dood en verderf zaaide met alle mogelijke wapens die ze maar hadden kunnen vinden. Eigenlijk had Michel Maas natuurlijk iemand uit die woedende menigte willen interviewen, maar nu hij in Jakarta is gebleven en alleen meneer Hario heeft gesproken moet deze het ontgelden.
Bovendien, de strijdgroep die het vuur opende op de in hoge snelheid voortdenderende truck kon ook niet weten dat er vrouwen en kinderen in zaten, aan de buitenkant was het een Britse truck die van alles van plan kon zijn. Dat was bedreigend. In de chaos daarna zijn er juist Indonesische strijders geweest die het moorden probeerden te voorkomen en hielpen om de vrouwen en kinderen in veiligheid te brengen. Informatie die schrijnend ontbreekt in het Volkskrant artikel.

Vlaggenincident
Wanneer het artikel ingaat op het zogenaamde vlaggenincident lees ik alleen over de Nederlandse dode terwijl de krant zwijgt over de vier Indonesische doden die eveneens gevallen zijn. En inderdaad ook in het gesprek met mij betoogde Hario vol vuur dat meneer Ploegman de sleutelfiguur is in het ontsporen van het geweld daarna. Hario is ervan overtuigd dat wanneer de Nederlandse vlag niet gehesen was, het anti-Nederlandse geweld ook niet was losgebarsten. Of dat een juiste analyse is, weet ik niet. Persoonlijk vermoed ik dat er al van alles broeide.

“Niemand wist meer wie de baas was in het land”, lees ik verder. Maar in werkelijkheid werden al vrij snel na de onafhankelijkheidsverklaring lokale overheden geïnstalleerd. Al waren de nieuwe autoriteiten natuurlijk nog onervaren, zij namen hun taak uiterst serieus. De Britse troepen konden hier niet omheen en na de landing in Surabaya maakten ze enkele afspraken met de lokale vertegenwoordigers
van de jonge Republiek. Volgens de Indonesiërs hielden de Britten zich niet aan de gemaakte afspraken en dit leidde tot de gevechten in de straten van Surabaya waarbij een groot deel van de Britse divisie geëlimineerd werd en een van hun generaals de dood vond.

Nieuwe realiteit
Duidelijk was dat de overgrote meerderheid van een grote groep Indonesiërs de Nederlandse overheersing zoals die van voor de oorlog bestond, verwierp. Nederlands-Indië bestond voor hen niet meer na 1942 toen Japanse troepen met het grootste gemak de Nederlandse krijgsmacht versloegen. Dat de geallieerde grootmachten buiten hen om Azië verdeelden en de Britten het gezag over Indonesië kregen, interesseerde de Indonesiërs niet. En het is de vraag of de net uit de kampen bevrijde Nederlanders en Indo’s die nieuwe realiteit ten volle beseften.
Voor de Indonesiërs was het beangstigend dat ze niet wisten wat de geallieerden precies zouden gaan doen en niet wisten wat de voormalige Nederlandse bezetters van plan waren. Zij waren, later bleek niet onterecht, bang dat de Nederlands-Indische overheid de Republiek niet zou erkennen en het Nederlands-Indische gezag weer hersteld zou worden.

Het gaat niet om het oordelen over nationaliteiten in termen van goed en kwaad. De pemoeda’s waren geen heilige boontjes maar ook zeker niet de moordzuchtige criminelen zoals ze nog regelmatig beschreven worden. Het waren Japanners die de Indonesiërs getrainde en georganiseerde strijdgroepen nalieten, dat is wat anders dan ongecontroleerde bendes. De hoger opgeleiden snapten wel dat het bruut vermoorden van onschuldigen op internationaal niveau niet voor de nieuwe Republiek zou pleiten. Zij probeerden de door blinde haat geleide kampongbewoners (en ook enkele echt criminele bendes zoals Sabaruddin) daarvan te weerhouden.

Door een intellectueel als Hario plompverloren als dader weg te zetten toont de Volkskrant niet te weten waar ze het over heeft. Of volgt de krant plichtsgetrouw de propaganda van een halve eeuw geleden die ons land in een vierjarige oorlog deed belanden? Een revolutionaire omwenteling als deze eist altijd slachtoffers, aan beide zijden. Maar vergeet niet: het was het Indonesische volk dat slachtoffer was van honderden jaren kolonialisme en niet andersom.

Geef een reactie

Laatste reacties (14)