1.673
21

Journalist - Onderzoeker

Volts deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen is een treinramp in slow motion

De Volt-files: niet ingenomen Volt-zetels en wegrennende vrijwilligers

cc-foto: mel_88

Deze zomer evalueerde het landelijke Volt-bestuur de stand van zaken bij de lokale afdelingen. Welke zijn in staat om aan de gemeenteraadsverkiezingen deel te nemen? Er zijn zo rond de 24 afdelingen van start gegaan maar eigenlijk zag het Volt-bestuur maar vijf gemeenten meedoen: Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Maastricht en Groningen. Problematisch: vijf gemeenten klonk niet ambitieus en dus koos het bestuur de vlucht naar voren: de partij zou misschien in wel 24 gemeenten meedoen, zo kondigde men aan. Dat men over negentien ervan onzeker was maakte niet uit.

We weten inmiddels hoe het afliep: de ene na de andere gemeente viel alsnog af, precies zoals het bestuur had verwacht. Van Den Haag tot Wageningen was het argument hetzelfde: Volt wil een gelijk aantal mannelijke en vrouwelijke kandidaten maar kan onvoldoende vrouwen vinden. Inmiddels zijn er nog maar tien gemeenten over. Afgelopen week was er wel een heel opvallende afvaller: Groningen, de gemeente die er volgens het bestuur in de zomer nog goed voorstond. Wat ging er mis? Van de zes kandidaten is er eentje opgestapt en nu vindt de partij de kandidatenlijst kwalitatief te mager.

Inmiddels had men in Groningen al kandidaat-lijsttrekkers. Een van hen – Rik Durkstra – werd kwaad en stuurde zijn partijgenoten een bericht in een semi-openbare app-groep. Het is een conceptbrief aan het landelijk bestuur. Durkstra zegt bij Volt te zijn gekomen omdat het een progressieve bottom-up partij is. Hij heeft zich met vijftig anderen met hart en ziel ingezet voor het lokale beleidsplan en verkiezingsprogramma. Volgens Durkstra kunnen deze plannen nu niet worden uitgevoerd door ‘bureaucratische regelzucht’. De deelname gaat niet door vanwege een procedureel meningsverschil.

Regels top-down opleggen
Als het landelijke bestuur blijft ‘vasthouden aan het top-down opleggen van regels’ wil Durkstra ‘een andere manier (…) zoeken om onze prachtige idealen te verwezenlijken in de gemeente Groningen’. Een optie zou zijn om zijn Volt-lidmaatschap op te zeggen en zich af te splitsen. Durkstra wil dan in de landelijke media een boekje opendoen ‘hoe het bestuur van Volt met de kernwaarde ‘bottom-up’ partij omgaat’. Dat lijkt Durkstra een onwenselijke uitkomst voor Volt en daarom hoopt hij op een goed gesprek en een hernieuwde deelname aan de Groningse gemeenteraadsverkiezingen.

We zouden natuurlijk kunnen zeggen dat Durkstra een sukkel is omdat hij een conceptbrief – die niet echt verstuurd lijkt – in een app-groep deelt. Dit lekt immers binnen de kortste keren uit. Maar beginnersfouten maakt iedereen en dus kunnen we beter naar de inhoud kijken. Durkstra heeft gewoon gelijk: de raadsverkiezingen lijken voor Volt een ramp in slow motion. Zo valt het enthousiasme van mogelijke kandidaten tegen: in steden als Groningen en Arnhem zijn er maar zes, in Den Bosch en Eindhoven acht. Zo komt deelname aan de verkiezingen al snel op de tocht te staan als er iemand afhaakt.

Maar eigenlijk is het erger: zo is zes kandidaten sowieso te weinig. Volt doet denken aan Forum voor Democratie: daar waaide in 2019 eveneens een bedrijfsmatige wind. Er kwamen opvallend korte kandidatenlijsten: het partijbestuur hoefde minder CV’s te controleren en er was minder kans op ongewenste voorkeurscampagnes. Ruim twee jaar later is het resultaat dat er in drie provincies niet-opgevulde zetels zijn. Volt doet in sommige gemeenten hetzelfde: uit risicomijding komen er korte lijsten, niet rekening houdend met het feit dat er sowieso verloop is, al is het maar door verhuizing of ziekte.

Adviseurs aan de macht
Bij Volt hebben managers en adviseurs het voor het zeggen die denken te weten hoe ze een partij moeten runnen. Ze hebben criteria opgesteld die theoretisch leuk klinken, maar in de praktijk voor problemen zorgen: pariteit bijvoorbeeld, dat idee dat er evenveel mannen als vrouwen op de lijsten moeten staan. Voor een partij met driekwart mannelijke leden is dat nogal onhandig: veel gemeenten voldoen er niet aan, mannen zien hun ambities in rook opgaan en vrouwen worden overvraagd. De theorie van pariteit levert enorme problemen in de afdelingen op, maar het Volt-bestuur steekt zijn kop in het zand.

Een ander voorbeeld is de planning van het landelijk bestuur: er zijn strakke deadlines opgelegd die geen echte relatie hebben met de verkiezingen. Des te meer met eigen organisatorisch gedoe. Zo heeft Volt in Groningen in theorie nog ruim twee maanden om meer mensen te vinden, maar toch is de deelname al afgeblazen. De enige reden is dat het landelijk bestuur de lokale afdeling geen vertrouwen geeft. Veelzeggend: de partijbestuurders annex managers snappen niet dat een afdeling wordt gerund door vrijwilligers die er belangeloos tijd in steken. Dat zij nu gedemotiveerd achterblijven maakt kennelijk niet uit.

Durkstra ontdekt nu wat de buitenwacht allang kon zien: Volt presenteert zichzelf graag als een grassroots beweging maar is eerder het omgekeerde: men kan wel de deadlines verlengen, alle enthousiaste leden een lijstduwersplek geven zodat er altijd reserve-kandidaten zijn en bij een overschot aan mannen de vrouwen de hoogste plekken geven. Dit had volop enthousiasme opgeleverd in plaats van leeggevallen zetels en wegvluchtende vrijwilligers. Als Durkstra echt kandidaat dacht te zijn voor een grassroots beweging, kan hij beter zijn eigen partij beginnen.

Een tip voor het landelijk bestuur: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.


Laatste publicatie van Chris Aalberts

  • De Partij Dat Ben Ik

    De politieke beweging van Thierry Baudet

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (21)