2.440
44

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Voorbereiden op het verleden

Ik ben bezig met het opzetten van een school, waar wél beseft wordt hoe de digitale wereld zich ontwikkelt

Al jaren zeg ik dat de jeugd van tegenwoordig thuis vooral digitaal, interactief, multimediaal, multitasking bezig zijn en als ze naar school gaan ze dan zien hoe het vroeger was. De wereld buiten school is vooral digitaal. De school is vrijwel geheel analoog. Dit weekend kreeg ik op twee manieren een onthullende en onthutsende illustratie daarvan.

Eerst kreeg ik een Citotoets uit 2011 toegestuurd voor het onderdeel “Studievaardigheden”. Als je de vragen ziet voor leerlingen van 11-12 jaar dan wordt er soms nog enige lippendienst gedaan aan de digitale wereld, maar vraag 2 laat zien hoezeer de toetsenmakers nog in het verleden leven. Die vraag luidt waar iemand het beste kan zoeken als hij meer wil weten over de zonnekalender van de Maya’s.  Er kan uit vier antwoorden gekozen worden: encyclopedie, boek over de cultuur van de Maya’s, een vakantiefolder over Mexico en een woordenboek. Geen enkel digitale mogelijkheid staat erbij (zoals bij voorbeeld Google of Wikipedia.)

Ik plaatste daar een tweet over “Deze Citovragen uit 2011 laten goed zien hoe de school een museum is geworden”.

Daar werd door verschillende mensen op gereageerd. Deels instemmend en deels door mensen die het er niet eens mee waren. Er was een reactie die heel interessant was. Omdat die niet alleen een bevestiging vormde van mijn stelling, maar ook laat zien waar de kern van het probleem is.

Dat was een reactie van een lerares op een basisschool.  Dit was haar eerste tweet: Wij leren kinderen juist dat je niet van Google uit moet gaan omdat daar ook vaak verkeerde informatie naar boven komt. Ze moeten juist de informatie in boeken opzoeken.

Ik reageerde toen in haar richting met: Mijn ervaring is juist dat ik via Google altijd het antwoord vind op mijn vragen en info in boeken vaak gedateerd is.

Haar reactie was toen: Het nadeel met Google is dan dat je werkstukken krijgt waarin onjuistheden staan zoals 90% van de inwoners van Marokko is christelijk, omdat het toevallig zo op Google staat. Wij leren ze dat Google niet de waarheid is en dat ze het altijd in boeken checken.

Alvorens de rest van dit blog te lezen nodig ik u uit om even te kijken op Google als je “aandeel christenen Marokko” in toetst.  Bij de tweede link zie ik direct dat het aandeel christenen in Marokko 1.1% is.

Een betere illustratie van mijn stelling hoezeer de leerlingen op school voorbereid worden op het verleden kan ik haast niet geven. Ongetwijfeld is deze leerkracht iemand die met grote inzet op school haar leerlingen opleidt. Maar het is duidelijk dat ze amper beseft hoe Google werkt en dat als ze de leerlingen leert dat ze informatie altijd in boeken moeten checken  ze die kinderen voorbereid voor 1980 en niet voor na 2020 (het moment waarop basisschoolleerlingen hun opleiding voltooien).

Als er over de inhoud en kwaliteit van het basisonderwijs wordt gesproken dan gaat het meestal over taal en rekenen. Maar veel minder over het probleem van de digitale vaardigheden die je vandaag en morgen zo hard nodig hebt. En de grote achterstand van veel leerkrachten op dat terrein.

Onlangs sprak ik een groep 12-17-jarigen die met elkaar bezig waren aan een project van Kennisnet om software/apps voor school te maken. Ze waren met leuke dingen bezig. Ik vroeg die jongeren wie die kennis om te programmeren op school had opgedaan. Bij geen enkele was dat het geval!
Er is een revolutie nodig om ons onderwijs ingrijpend te veranderen. Want anders kan je als ouder je kind beter thuis houden als je het echt op de toekomst wil voorbereiden.

Omdat mijn dochtertje binnenkort in de leeftijd valt dat ze leerplichtig is, ben ik actief bezig met het opzetten van een school, waar wel beseft wordt hoe de digitale wereld zich ontwikkelt. Kijk hier voor de informatie over het schoolmodel van de Steve JobsSchool. Ik hoop dat veel ouders veel kritischer zich gaan opstellen tegenover de aanpak van de school van hun kinderen. Lees anders nog dit blog als inspiratie voor hoe het wel kan.

Geef een reactie

Laatste reacties (44)