900
7

PhD Fellow in Sociology, verbonden aan het Max Planck Institute for the Study of Societies (Keulen, Duitsland)

Karlijn Roex is promovenda bij het Max Planck Instituut te Keulen en richt zich op de thema's ongelijkheid, werkloosheid en gezondheid en geluksniveau. Zij onderzoekt hoe economische en sociale factoren bijdragen aan een hogere zelfmoordkans. In 2014 studeerde zij af met een Distinction in de Sociologie bij de University of Oxford. Daarvoor heeft zij in Utrecht gestudeerd, waarbij haar bachelorscriptie werd genomineerd voor de Peter G. Swanborn Award. Ze zet zich daarnaast in voor verschillende kwetsbare of gestigmatiseerde groeperingen. In haar vrije tijd zingt en componeert ze muziek, te beluisteren op haar youtube kanaal https://www.youtube.com/channel/UCDAXYu42VoomxtTW3EjQUSw

Voorkom doden, laat verwarde mensen niet over aan de politie

De politie stopt eindelijk met het meenemen van verwarde personen. Tijd om de ‘betwistbare vrijheid’ van de ‘enge’ medemens op te heffen

De politie stopt met het opvangen van verwarde personen in Nederland. En dat terwijl we volgens de NOS te maken hebben met loslopende tijdbommen ‘van het soort Van U’, de moordenaar van Els Borst. Ondertussen loopt het aantal meldingen over verwarde personen dat binnenkomt bij de politie ook nog eens snel op. Niemand weet meer wat de juiste respons is. Met het resolute terugtrekken van de politie bereikt deze crisis een hoogtepunt, en de bekendmaking ervan leidt tot veel sociale onrust en zorgen. Maar niets is soms potentievoller dan een goede crisis.

cc-foto: Mr MDR
cc-foto: Mr MDR

Want een crisis vraagt om reflectie, herdefiniëring van de te volgen lijnen, problematisering van achterhaalde opvattingen, probleemdefinities, categorieën en verbanden. Een crisis is zeker niet comfortabel, maar kan heel goed leiden tot innovatieve oplossingen wanneer we er onze ogen niet voor sluiten. Tot nu toe hebben we de ogen daarvoor duidelijk sterk dicht gehouden. Dat blijkt uit de aanbevelingen van het recent opgerichte ‘Aanjaagteam Verwarde Personen’, die nog steeds vertrekken vanuit dezelfde standaard denkkaders en actoren. Terwijl die nu juist een onderdeel van het probleem zijn.

Achterhaalde kaders
Een van die achterhaalde kaders is het verband tussen politie, strafrecht, handboeien, politiecellen en louter (niet-strafbaar) verward gedrag. Dat concluderen ook de politie zelf en medewerkers van de Opvang Verwarde Personen. Een politiële aanpak van verward gedrag heeft zelfs zeer negatieve effecten. Het meegevoerd worden in een politiewagen, soms zelfs geboeid, en het moeten wachten in een politiecel op een psychiater is bijzonder ingrijpend voor individuen, laat staan voor mensen die zich in een psychische crisis bevinden. Er zijn ervaringsverhalen die deze vrijheidsberoving als bijzonder beschadigend beschrijven voor psychisch welzijn (e.g. op deze websites http://peerlyhuman.blogspot.com en http://www.madinamerica.com/). Mensen voelen zich als crimineel behandeld. Bovendien zorgt het publiekelijk als crimineel toegesproken en afgevoerd worden zorgt ervoor dat het publiek (niet-strafbaar) verward gedrag aan misdaad en politie blijft koppelen. Het is een zichzelf versterkende cirkel. Het zien van geboeide verwarde mensen werkt daarnaast stigmatisering enorm in de hand.

Foucault wijst op een vergelijkbare discussie uit de 18e eeuw, waarin het samen detineren van niet-criminele ‘gekken’ en misdadigers in kerkers onmenselijk werd geacht. Vreemd genoeg moeten we nu weer opnieuw tot een vergelijkbaar besef komen dat dit niet kan, maar ditmaal in politiecellen. Uit dergelijke humane overwegingen, en omdat de politie steeds meer tijd kwijt is aan het hanteren van verwarde personen, is vorig jaar in Den Haag de Opvang Verwarde Personen opgericht. Deze heeft de politiële benadering verplaatst voor een wat ‘vriendelijkere’ zorguitstraling, zoals we leren in de laatste documentaire van De Monitor (11 september). Dit is precies een vorm van wat Foucault noemt ‘de omslag van expliciete fysiekere dwang naar subtielere maar desalniettemin even sterke dwang’. De vriendelijke uitstraling neemt immers echter niet weg dat de hele ervaring nog steeds bijna even ingrijpend en beschadigend is voor de betrokken persoon. Nog steeds is het de politie die de persoon afvoert, en de persoon wordt nog steeds opgesloten, uren in onzekerheid verkerend of hem/ haar een gedwongen opname boven het hoofd hangt.

Vrijheidsberoving
Zoals ervaringsdeskundigen schrijven: ‘Een suïcidaal persoon is niet geholpen bij een militia aan politie en ambulancemedewerkers die opeens voor de deur staan en niet naar je luisteren, maar je als gevaar behandelen’ (ziehier). Een persoon die zelf de crisisdienst belt heeft geen vastomsloten doodswens, maar nog hoop op warme compassie en/of hoopvolle woorden die het verschil kunnen maken. Zo’n persoon zit niet te wachten op een stigmatiserende en beangstigende vrijheidsberoving. Waarin elk deel van het verhaal dat de persoon kwijt wil, gestandaardiseerd, gemedicaliseerd en geëvalueerd tegen een gevaarscriterium. De sterk hiërarchische, paternalistische, stigmatiserende dwangbenadering van individuele crises helpt niet voor alle personen.

cc-foto: Jason Horne
cc-foto: Jason Horne

Sterker nog, opsluiting en dwang wordt door veel personen als traumatisch ervaren. Ook de laatste ‘verwarde’ persoon die we zien in de documentaire van De Monitor verwoordt zijn verblijf in een kliniek als een ‘Stadsgevangenis’ en ‘vrijheidsberoving’. Dit wordt weggemoffeld door de betreffende hulpverlener als verwardheid, maar toch is het een systematisch voorkomende interpretatie die mensen geven aan de ervaring. Vreemd is dit ook niet. Per definitie gaat het inderdaad om vrijheidsberoving en het is dan begrijpelijk dat een psychiatrische kliniek als een gevangenis kan voelen. De socioloog Goffman maakt daarom niet eens onderscheid tussen inrichtingbewoners en gevangenen in zijn terminologie in het boek Asylums: beiden noemt hij ‘inmates’.

Inderdaad laat een recent uitgekomen grote studie van rechtsgeleerde Susan Stefan zien dat dergelijke benaderingen van verwarde mensen hen suïcidaal kan maken, ook wanneer ze dit in eerste instantie niet waren. Vrezend voor een ongewilde gedwongen opname of gebaseerd op eerdere negatieve ervaringen met politie, kan de confrontatie met een dergelijke ‘militia’ bepaalde mensen juist bewegen om dan maar direct zelfmoord te plegen. Zelfs als zij vooraf aan die confrontatie niet zo serieus dachten aan zelfmoord. De vrees voor een gedwongen opname is reëel wanneer de politie je komt halen vanwege ‘verward gedrag’. Naast dat vrijheidsberoving op zichzelf al ingrijpend is, heeft een (gedwongen) opname sociaal ontwrichtende effecten op mensen. Banen, woningen en relaties kunnen stukgaan. Dit is een van de redenen waarom mensen direct na ‘vrijlating’ tevens sneller zelfmoord plegen. Stefan stelt zelfs dat deze zelfmoord in bepaalde zin daarom ‘rationeel’ is. Steeds meer diepgaand kwalitatief onderzoek (bijvoorbeeld van Lauren Tenney) wijst erop hoe negatief ervaringen met psychiatrische dwang kunnen uitwerken. Ook een aantal psychiaters waarschuwt voor de averechtse gevolgen van opsluiting, isolering en andere dwangmaatregelen.

Recht op persoonlijke integriteit
Naast suïcidaliteit, is het ook denkbaar dat het afsturen van de politie of dwanghulpverleners op een verward persoon alleen maar agressie in de hand werkt bij normaal gesproken niet-agressieve mensen. Er komen inderdaad maar even officiële ambtenaren op je af die je opeens van je vrijheid ontnemen, zonder dat je de wet hebt overtreden. Voor iemand die in een paranoïde psychose zit, kan een dergelijke onwerkelijke situatie het wantrouwen alleen nog maar meer opwekken. De vervolgreactie van de politie en bijstanders op deze opgewekte agressiviteit is weer een bevestigende knik dat deze persoon inderdaad inherent gewelddadig is en gevaarlijk. En generaliserend: dat het stigma over verwarde personen dus klopt.

De huidige aanpak van verwarde personen is dus ingrijpend voor deze mensen. Dit om de simpele reden dat het een inbreuk op de persoonlijke integriteit inhoudt, wat op elk mensenleven een ingrijpende impact achter zou laten. Niet voor niets heeft de VN-commissie voor de Rechten van Personen met een Beperking dit recht op persoonlijke integriteit zo centraal gesteld in haar conventie. Zelfs een besluit dat de persoon wel naar huis mag, maar wel op dwangmedicatie wordt gezet (zoals de nieuwe wet Verplichte Ggz mogelijk zal maken), heeft mogelijk daarom negatieve effecten. Gek genoeg wordt dat principe hier niet erkend, terwijl precies datzelfde principee zorgverleners ervan weerhoudt om de soms zo gewenste troostende knuffel te geven.

Alternatieven
Gelukkig zijn er naast alarmerende onderzoeksresultaten en leemten in de huidige aanpak van verwarde personen genoeg goede ideeën over alternatieven. Het probleem is dat we ze veelal niet herkennen omdat we in de sfeer van angst en vooroordeel blijven. In tijden van crises en onduidelijkheid wat te doen kan het juist nuttig zijn om naar suggesties uit verschillende en wellicht zelfs tegenstrijdige hoeken te luisteren, zoals de socioloog David Stark ook stelt. Voorbeelden van onverwachtse bronnen van interessante alternatieven komen vanuit de verwarde persoon zelf. Wanneer we luisteren naar hoe mensen op hun persoonlijke crisis terugkijken, en het narratief toelaten in plaats van deze direct te bestempelen als ‘verward’, realiseren we dat ‘vrijheidsberoving’ wellicht niet de voornaamste oplossing zou moeten zijn.

Ook de wetenschap pleit voor het meenemen van ervaringsdeskundigen-oogpunten in de zoektocht naar hoe om te gaan met mensen in crises en recent is van ervaringsdeskundigen een interessant academisch boek uitgekomen vol alternatieven. Sommigen hebben zelfs alternatieve steuncentra opgericht waar mensen terecht kunnen wanneer ze ‘verward’ zijn. Daar wordt op een niet-hiërarchische manier met de mensen omgegaan, worden ze niet initieel vanuit een ‘gevaarsoogpunt’ benaderd, maar krijgen ze de warme aandacht die vaak nodig is.

Wachten op de stroom verwarde mensen
In een samenleving die daarentegen direct de politie belt als iemand uit de bocht vliegt, zal ongetwijfeld het isolement van sommigen nijpend zijn. In een samenleving die mensen die afwijken stigmatiseert en uitsluit is het niet gek dat enkelen doordraaien op straat. Socioloog Van Duyvendak schrijft over een man door een instelling in de wijk wordt geplaatst en die met alle goede bedoelingen (en sociale onhandigheid) om 10 uur ’s avonds spontaan bij zijn nieuwe buren aanbelt met de vraag een kopje koffie te doen samen. Denkend dat hij zich hiermee ‘aangepast’ heeft gedragen, blijken zijn buren dit gedrag bij de instelling te melden als ‘overlast’. In een samenleving waarin daarnaast wachtlijsten voor ambulante zorg lang zijn, tezamen met stijgende armoede, prestatiedruk en financiële en woon-onzekerheid, is het wachten op de stroom aan verwarde mensen op straat.

Veel onderzoeken, waaronder mijn eigen voorlopige resultaten, laten zien dat het zelfmoordcijfer sterk is gestegen met bezuinigingen op sociale voorzieningen. Aandacht voor de sociale oorzaken van ‘verwardheid’ is daarom cruciaal. Het louter opsluiten van niet-strafbaar handelende verwarde personen is in feite het strafbaar stellen van een wanhopige reactie op armoede, en dus indirect van armoede zelf. Je mag dakloos, blut of verstoten zijn, maar val ons vervolgens niet lastig met je emotionele protesten hiertegen.

Natuurlijk zijn er ook uitdagendere gevallen waarbij soms agressie speelt. Maar 35 jaar Wegloophuis Utrecht laat bijvoorbeeld zien dat een niet-hiërarchische aanpak, zonder isoleren, vastbinden of gedwongen medicatie, wellicht wel beter werkt dan de repressieve hiërarchische standaardaanpak. Hoe soms letterlijk een knuffel beter werkt dan isoleren. Deze innovatie is geboren uit een mix aan het linkse krakersmilieu van de jaren tachtig, een dosis kritische theorie, inspiratie uit de burgerrechtenbewegingen van de jaren zestig en inzichten van ervaringsdeskundigen. De inzichten van professionals zijn ook steeds meer bij gaan dragen aan het voortbestaan van deze innovatie, zonder de grondprincipes uit te hollen. Ook zijn er succesvolle voorbeelden elders in de wereld. Het enige probleem is de financiering, in een wettelijk financieringskader dat nog vasthoudt aan de oude en wellicht achterhaalde standaardaanpak en –kwaliteitscriteria.

Gevaarlijk?
Maar zijn deze mensen dan niet gevaarlijk? Moeten we hen niet beter toch aan de politie overhandigen? Het beeld dat het eerdergenoemde NOS-artikel schetst, lijkt dat wel te suggereren. Een deel van de overhandigde verwarde personen wordt door een psychiater als gevaarlijk bestempeld, ‘net als Van U.’ (moordenaar van Els Borst). Als iemand met messen over straat loopt is dat duidelijk gevaarlijk en daarom hebben we ook een strafwet die de gemeenschap beschermen. Als we het daarentegen hebben over verwarde personen die geen strafbaar gedrag tonen, dan is het bestempelen van iemand als ‘gevaarlijk’ zeer problematisch. Een verward persoon die niks strafbaars doet, zou eigenlijk niet opgepakt of anderszins opgesloten mogen worden. Ieder niet-verward persoon kan immers ook morgen pleger van een criminele liquidatie zijn en kan ons geen garantie geven dit niet te zijn.

cc-foto: mystic_mabel
cc-foto: mystic_mabel

Sterker nog: de groep niet-verwarden die eigenlijk wat gevaarlijks van plan is, maar die we momenteel met rust laten, is misschien nog wel groter dan de groep gevaarlijke verwarden. Maar gelukkig mogen we alleen iemand arresteren als er sprake is van een redelijke verdenking van een duidelijk omschreven strafbaar feit. Dit is om de burger te beschermen tegen inbreuk op zijn persoonlijke integriteit. Gaan we daarentegen buiten dit strafrecht vrijheidsconsequenties stellen aan hoe gevaarlijk we iemand achten in de nabije toekomst, dan zitten we in Orwell’s 1984.

Het feit dat we die situatie wel opleggen aan verwarde personen en niet aan anderen is in feite discriminerend en stigmatiserend. Ook is het beangstigend voor de persoon in kwestie, omdat hij/zij machteloos staat in deze discussie. Stellingen over toekomstige gevaarlijkheid zijn niet te falsificeren. Niemand kan een garantie geven aan een ander over zijn eigen toekomstige gevaarlijkheid. Het ervaringsverhaal hier geeft deze onmacht op treffende wijze aan. Elke ernstig psychiatrisch patiënt leeft op die manier potentieel in een ‘betwistbare vrijheid’, en zal ook daar alleen al psychisch onder lijden. Het is de reële angst voor een als het ware ‘gedachtepolitie’, niet bepaald gezond voor mensen die ook nog eens psychotisch zijn.

Deze crisis in de omgang met verwarde personen leert ons dat de beste preventie is om deze stigmatisering aan te pakken, en om open te staan voor creatieve alternatieven in de omgang met individuen in crisis. Vooral ‘zorgmijdende’ gevallen zijn ontzettend geholpen met deze alternatieve diensten – het enkele geval dat we het over ‘zorgmijdend’ hebben maakt al duidelijk dat een nogal selectief begrip hebben van wat ‘zorg’ inhoudt: misschien willen deze mensen wel zorg, maar een die rust op hele andere principes. Om in termen van het KRO-artikel te spreken, ik denk juist dat heel veel doden hiermee juist voorkomen kunnen worden. Laat de politie er maar lekker buiten.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)