1.378
54

Universitair hoofddocent

Willemijn Verkoren is universitair hoofddocent en hoofd van het Centrum voor Internationaal Conflict- Analyse en Management (CICAM) van de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar onderzoek en onderwijs richt zich op gewelddadig conflict, vredesopbouw en ontwikkelingsprocessen in een veranderende mondiale context. Willemijn is tevens lid van de Commissie Vrede en Veiligheid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Voorkom een nieuwe Koude Oorlog in Syrië

'Willen we werkelijk als 'internationale gemeenschap' twee zijden van een conflict bewapenen?'

Wie dacht dat de Koude Oorlog al veertien jaar voorbij was, komt dezer dagen bedrogen uit. De ‘Koude’ Oorlog was gloeiend heet in Afrika, Azië en Latijns Amerika, waar de Amerikanen en de Russen oorlogen uitvochten door elk een andere kant van een conflict te financieren en bewapenen. Iets vergelijkbaars zien we vandaag in Syrië. Rusland en Iran bewapenen het leger van Assad. De bonte coalitie van tegen Assad strijdende opstandelingen kreeg al langere tijd logistieke steun van de VS en militaire steun van Saoedi Arabië, Jordanië, Turkije en Qatar. Nu, met de aankondiging van de VS om wapens te gaan leveren, wordt de Amerikaanse steun ook direct militair. Net als in de Koude Oorlog staan Amerikanen en Russen tegenover elkaar.

En net als in de Koude Oorlog, waarin een revolutionair als Che Guevara naar Angola en Bolivia toog om zich in de strijd te mengen, vechten in Syrië anno 2013 buitenlandse strijders mee. Het Libanese Hezbollah, bondgenoot van Iran, strijdt aan de kant van Assad, terwijl de rebellen versterkt worden door jihadstrijders uit vele windrichtingen, waaronder Nederland. Reizende jihadi’s, de Che Guevara’s van vandaag. Apart genoeg vechten zij ditmaal aan dezelfde kant als de Amerikanen, hetgeen de aandacht vestigt op het vaakst gehoorde bezwaar tegen de nieuwe Amerikaanse stap: dat de kans groot is dat hun wapens in handen van extremisten vallen, wier toekomstvisie bepaald niet democratisch is. De steun zou in de toekomst zelfs als een boemerang terug in het Amerikaanse gezicht kunnen vliegen, zoals gebeurde in Afghanistan waar de VS in de jaren tachtig de islamitische mujahedeen trainde en van wapens voorzag, vanuit de gedachte ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’. Hoe gevaarlijk die redenering was, werd duidelijk op 9/11.

Maar dat is niet eens het belangrijkste bezwaar tegen het leveren van wapens aan strijders in Syrië. Dat bezwaar is eigenlijk veel simpeler. Willen we werkelijk als ‘internationale gemeenschap’ twee zijden van een conflict bewapenen? Op welke manier zal een wapenwedloop in Syrië het verlies aan mensenlevens verminderen en een eind aan de oorlog bespoedigen? Het tegenovergestelde is waarschijnlijker. Is het werkelijk een goed idee een strijd verder aan te wakkeren, terwijl die zich verspreidt naar Libanon en mogelijk verder in de regio?

De vraag is natuurlijk, wat dan wel kan worden gedaan om het doden in Syrië te stoppen en de dreiging van een regionaal conflict te verminderen. Niets doen is geen optie. Het argument dat een lokale oorlog het beste door lokale partijen kan worden uitgevochten, gaat gezien de grote buitenlandse betrokkenheid niet op. Er ligt een duidelijke verantwoordelijkheid bij de internationale gemeenschap.

Er is maar een oplossing mogelijk, en dat is een politieke. Onderhandelen is het devies. De diplomatieke inspanningen van alle betrokkenen moeten meerdere tandjes omhoog. Het lijkt wel of diplomatiek en vredesbesprekingen de laatste jaren uit de gratie zijn geraakt. Er wordt snel gesproken over militair ingrijpen. Of er wordt gepoogd via interventie democratische instituties op te bouwen. Waar dit op uitdraait hebben we onder meer kunnen zien in Afghanistan, waar inmiddels voor eenieder duidelijk is dat het ontbrekende vredesakkoord een obstakel voor vooruitgang vormt. Vaak wordt verwezen naar het feit dat slechts de helft van de vredesakkoorden standhoudt. Maar de helft is nog altijd heel wat.

Het is dan ook hoopvol dat Rusland en de VS zijn overeengekomen een vredesconferentie te organiseren. De rebellen weigeren vooralsnog met Assad om de tafel te gaan zitten. Echter, juist door de toenemende Amerikaanse hulp aan de rebellen is de VS in een positie om de opstandelingen onder druk te zetten om dit toch te doen. Eenmaal aan tafel moeten vervolgens alle belangen in kaart worden gebracht, inclusief die van Iran, Rusland en de verscheidene supporters van de rebellen. Waarom mengen zij zich in het conflict en wat zijn andere manieren waarop tegemoet kan worden gekomen aan hun belangen in de regio? Welke drukmiddelen, uitruilmogelijkheden en veiligheidsgaranties zijn er denkbaar, wanneer een breder regionaal perspectief wordt gehanteerd?

Gezien de toenemende complexiteit van het conflict en de veelheid aan actoren en belangen zal zo’n vredesconferentie bepaald niet makkelijk worden. Maar niemand heeft belang bij verdergaand bloedvergieten. Een staakt-het-vuren zou al een goed begin zijn. Pas dan heeft het zin om peacekeepers te sturen om het bestand te handhaven terwijl wordt gewerkt aan een definitief vredesakkoord, inclusief visie voor de toekomst van Syrië. Het is zaak dat alle betrokkenen bij het Syrische conflict plaats nemen aan de tekentafel van het nieuwe Syrië. Dat betreft ook de partijen die minder populair zijn in onze ogen; hen buitensluiten is in niemands belang. Ook dat is een Afghaanse les.

Het zal niet makkelijk zijn, maar afgezet tegen het alternatief van verdere verhitting van het conflict naar een Koude Oorlog deja-vu, is onderhandelen de betere optie.

Geef een reactie

Laatste reacties (54)