810
10

oud-hoofdredacteur NOS Journaal

Nico Haasbroek werkte voor VARA en VPRO onder andere als correspondent in Duitsland en New York, was hoofdredacteur van Radio en TV Rijnmond en van het NOS-Journaal.

Voorspelbaar gezeur over IFFR

De obligate kritiek op het International Film Festival Rotterdam (IFFR) is weer niet van de lucht.

Als fan, trouw bezoeker, Rotterdammer en journalist heb ik me tegen dergelijk gezeur in laten enten. De essentie van het IFFR in kort bestek.

Waar ter wereld vind je een stad waar je met duizenden mensen dagenlang pure cinema kan ondergaan? Juist. Het antwoord is: Rotterdam. Waarom is het IFFR zo bijzonder?
1. Omdat het je de liefde voor film probeert bij te brengen.
2. Omdat het festival filmers over de gehele wereld stimuleert en helpt bij het maken van films. Korte en lange, geslaagde en mislukte.
3. Omdat je nergens zo informeel kan verkeren met mensen die van film houden. Op de gekste plekken, 24 uur lang. Je maakt vrienden voor het leven.
4. Omdat het IFFR niet de pretentie heeft om te scoren zoals andere filmfestivals dat wel hebben.

De kiem is gelegd door Huub Bals. Het staat me nog helder voor de geest dat ik jaren geleden in het Lantaren/Venster complex versuft uit een zaaltje kwam en een dikkige man in een trui mij dwingend vroeg wat ik van de film vond. Dat was Bals. Hij wist niet wie ik was, maar hij was gek van film en hij confronteerde je met die gekte. Je moest er wat van vinden. Het kon hem vaak minder schelen of je pro of contra was. Honderden mensen zijn ooit zo door Huub Bals bejegend. En inmiddels heeft het wonder zich voltrokken. Duizenden mensen gaan elk jaar in een zaal zitten om films te kijken. Films waar je niks van snapt, films die je veel te langdradig vindt, films die technisch haperen. Films die je enorm raken. En tussen al die films zit zo nu en dan een juweeltje. Soms wordt de maker van dat juweeltje jaren later een ster, soms ook niet.

Veel critici van het IFFR beoordelen het festival op de criteria van Hollywood, glamour, scoren, het aantal sterren, targets, formats. Ze vergelijken het IFFR met andere fesitvals, het verleden met het heden. Maar het IFFR is een vele opzichten uniek en steeds weer anders. Een exponent ook van hoe de cinema in sommige delen van de wereld nog in kinderschoenen staat en elders al door de techniek is ingehaald.

Een mooi voorbeeld van de verkeerde kritiek stond in Het Parool van 27 januari. Volgens dat verhaal deugt er helemaal niks meer van het IFFR. Het is stil blijven staan in de tijd. De schwung, het elan en het vuur zijn verdwenen. De auteur heeft al jaren in Rotterdam geen film of cineast meer ontdekt. Het aantal bezoekers zou teruglopen. Ik zou onmiddellijk zelfmoord plegen als hij gelijk zou hebben of zijn kritiek hout snijdt.

Vanaf morgen stort ik mij in het festival om een aantal van zijn kritiekpunten te checken. Daarvan zal ik volgende week verslag doen. Ik kan nu al zeggen dat ik de Koreaanse openingsfilm ‘Paju’ zeer de moeite waard vond. (Geen enkel groot festival zou zo’n film durven te programmeren.)  Dat de nieuwe catalogus een veel prettiger formaat heeft. Dat ik al een leuke nacht met een Italiaanse en Iraanse filmmaker achter de rug heb. Dat ik op Nederland 2 een eerder op het IFFR vertoonde indrukwekkende, vreemde Chinese film (‘Curse of the golden flower’) heb kunnen kijken. Dat er een verrassend gesprek was tussen de oud bisschop Bähr en Natasja van den Berg over de film Lourdes. Dat ik dus wel nieuwe films en makers heb ontdekt, op elan ben gestoten en helemaal niet vind dat het festival is stil blijven staan. En het aantal bezoekers kan me gestolen worden.

De sterren, heren en dames critici, dat zijn de filmliefhebbers. Of ze nu publiek zijn, bescheiden filmmakers of degenen die het IFFR jaar in jaar uit organiseren en tot een permanent succes maken. Kom ook eens echt kijken en mee doen.

Geef een reactie

Laatste reacties (10)