1.064
28

Oud-PvdA-leider

Job Cohen (Haarlem 1947) heeft in Groningen rechten gestudeerd. Na zijn studie heeft hij eerst tien jaar in Leiden gewerkt, waarna hij in 1981 vertrok naar de Universiteit Maastricht. Daar werd hij eerst hoogleraar en later Rector Magnificus. In 1993 werd hij staatssecretaris van Onderwijs in het kabinet Lubbers II. Hij keerde vervolgens weer terug naar Maastricht om in 1998 opnieuw staatssecretaris te worden, nu van Justitie. In 2001 werd hij burgemeester van Amsterdam, in 2010 werd partijleider en fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer. Op 20 februari 2012 legde hij zijn functie neer.

Voorwaarts!

Speech bij het 65-jarig bestaan van de PvdA

In Zwolle sprak de PvdA-leider de leden toe op de 1 mei bijeenkomst die tevens het 65-jarig jubileum was. Hij grijpt terug op de ontstaansgeschiedenis om de toekomstige koers van de partij uiteen te zetten. Hieronder de volledige tekst.

Vrienden, 

“De Burger van Nu wil zélf kiezen waar hij zijn geld aan besteedt. De overheid als ‘superregelaar’ is exit. Het ‘pamperen’ is voorbij. Het gat dat de overheid laat vallen, moeten de mensen maar opvangen met gemeenschapszin.”  

Zo deed De Volkskrant verslag van de gemeente Berkelland, waar het mes diep in de bibliotheken, muziekscholen, VVV-kantoren en welzijnsvoorzieningen gaat. En dat alles onder het motto: vanaf nu is het aan de burgers om er samen wat van te maken. De visie? Shocktherapie, gewoon een kwestie van druk laten ontstaan, waardoor de mensen het wel zelf moeten gaan doen. De Volkskrant journalist die verslag deed vroeg zich vertwijfeld af waar die shocktherapie toe zou leiden.

Welkom in de gemeente Berkelland. Of beter gezegd: welkom in Rutteland.  

Waar op zichzelf noodzakelijke bezuinigingen tot een liberaalconservatieve koers leiden,  waar de verbinding tussen mensen niet wordt versterkt, maar op de proef wordt gesteld.

Op mijn tochten door het land deed ik een paar weken geleden de Achterhoek aan. Ik begon in Berkelland en wat ik zag is dit: het beleid van het rechtse college van Berkelland leidt niet naar kwaliteit van leven, maar tot kaalslag. Daarna ging ik naar het nabijgelegen Doetinchem. In Doetinchem moeten ze óók bezuinigen. En in Doetinchem geloven ze óók in gemeenschapszin. Maar niet in gemeenschapszin als schaamlap voor de mededeling ‘het geld is op, zoek het zelf maar uit’, als schaamlap voor ‘de overheid trekt zich terug’. Wel in moderne gemeenschapszin waarbij onze gemeenschappelijke voorzieningen van de mensen zijn en de overheid creativiteit en solidariteit in de gemeenschap faciliteert en ondersteunt. 

In Doetinchem is de gemeente bondgenoot van de mensen.  

Het motto van de Doetinchemse wethouder Otwin van Dijk is ‘mouwen opstropen voor werk, wijk en zorg’. Otwin vindt het belangrijk dat mensen wat van hun leven kunnen maken. Maar sommige mensen hebben een zetje nodig. Dan zegt hij niet: je zoekt het zelf maar uit. Dat heeft niks te maken met pamperen, Otwin houdt er niet van om mensen te zien als slachtoffer. Hij vindt dat mensen óók zelf de mouwen op moeten stropen om er wat van te maken. Ook als u Otwin niet kent, u had het al door: Otwin is van ons, van de Partij van de Arbeid. Otwin is door-en-door sociaal-democraat! 

Het is niet voor niets dat juist in Doetinchem zoveel mensen met een arbeidshandicap, maar liefst 40%, mede dankzij de inzet van de gemeente bij een doodgewone werkgever aan de slag zijn. Rutte zou er zijn vingers bij af moeten likken, maar u begriipt, juist hier vrezen ze de enorme bezuiniging van dit kabinet. Want die stelt dit succes in de waagschaal. In Doetinchem weten ze uit ervaring dat bedrijven wel mensen met een arbeidshandicap aan willen nemen, maar alleen met extra begeleiding. En die wordt nu wegbezuinigd.  

Vrienden, is er een mooier voorbeeld om te laten zien waar de Partij van de Arbeid voor staat?  Vóór gemeenschapsvoorzieningen die iedereen in staat stellen om het beste uit zichzelf te halen, vóór een zetje in de rug voor mensen die dat nodig hebben, vóór een samenleving waarin mensen elkaar bijstaan, in goede en in kwade dagen. Vóór een samenleving waarin de collectieve kracht ten dienste staat van individuele wensen en mogelijkheden, waar de kracht van de gemeenschap ruimte schept voor het individu.  

Dat zijn de gedachten en ideeën waarmee onze voorgangers op 9 februari 1946 bij elkaar kwamen om de Partij van de Arbeid op te richten. Dat wij onze 65e verjaardag pas nu, op 1 mei, vieren, hangt samen met de verkiezingen voor Provinciale Staten. Die hadden prioriteit – het voorkomen van een rechtse meerderheid in de Eerste Kamer.  

We weten pas over drie weken of het gelukt is, maar zeker is nu al dat de verkiezingsuitslag de leraren en kinderen in het speciaal onderwijs het komende jaar alvast een hoop ellende bespaart. De verkiezingen over de Provinciale Staten gingen immers óók over de vraag of het kabinet een meerderheid zou halen om te bezuinigen op de meest kwetsbare kinderen in het speciaal onderwijs. 

Een bezuiniging die het voor deze kinderen zoveel moeilijker maakt om hun talent te ontplooien. Er zit nog heel veel geld in het speciaal onderwijs, en daar kan best wat van af, vonden de liberalen, en de PVV zei het hen na. En het CDA. Met lange tanden weliswaar, want hun congres zei nee, maar het was een van de vele prijzen die betaald moesten worden om dit kabinet mogelijk te maken. Deze bezuiniging op het speciaal onderwijs is nu voor een jaar uitgesteld en dat alleen al was mij het campagnevoeren waard! 

Maar tevreden ben ik nog niet, wij rusten niet voordat deze achteruitgang voor de meest kwetsbare kinderen helemaal van de baan is! 

Intussen heb ik 9 februari niet helemaal aan me voorbij laten gaan. In Rijnsburg had ik het genoegen om de 80-jarige mevrouw Hogewoning te feliciteren met haar 65-jarig lidmaatschap van de partij. Het was ontroerend te zien hoe deze nuchtere dame 65-jaar later nog steeds vol strijdlust en idealen zit. Ontroerend, en inspirerend. 

Ook mijn ouders behoorden tot die allereerste leden. En zo was de partij van meet af aan een belangrijk onderdeel van mijn leven en geschiedenis. Mijn moeder zat in de gemeenteraad van Heemstede en ik zat daar als jongetje op de publieke tribune. Daar zag ik hoe mijn moeder zich druk maakte om het welzijn en de vrijheid van mensen, om hen meer kansen te geven, hoe de samenleving rechtvaardiger te maken.  ‘Spreiding van inkomen, kennis en macht’ was de wervende leuze van Den Uyl toen ik zelf in 1967 lid werd. Dat zijn de uitgangspunten van onze partij waarmee ik me meteen verbonden voelde en waarmee ik me tot op de dag van vandaag verbonden voel, want het zijn precies die ingrediënten die onze samenleving eerlijker maken, en prettiger om in te leven.  

9 februari 1946. Op die dag sprak Banning, onze eerste voorzitter: ‘er is een doorbraak, er wordt een nieuw begin gemaakt, een nieuwe weg wordt geopend: Hier: de Partij van de Arbeid!’ En vandaag, 65 jaar later, sta ik hier vol trots als leider van deze Partij van de Arbeid, trots op wat bereikt is, vol strijdlust om wat ons te doen staat. 

Want we hebben onze tijd goed besteed. Wij hebben gestreden voor gelijke kansen voor iedereen, voor goed onderwijs, voor goede huisvesting, voor een behoorlijke oudedagsvoorziening die geëvolueerd is tot een goed sociaal zekerheidsstelsel, voor de emancipatie van vrouwen, homo’s, andersdenkenden. Voor vrijheid en rechtvaardigheid, voor een democratische rechtsstaat. Voor een fatsoenlijke verdeling van kansen in een wereld, waarin mensen niet worden uitgebuit, een samenleving waarin het kapitalisme beteugeld wordt, zodat er geen krankzinnige en niet te begrijpen verschillen in rijkdom en welvaart tussen mensen bestaan.

In ons land heeft vrijwel iedereen het beter dan 65 jaar geleden. De welvaart is onmiskenbaar groter; er zijn meer kansen om je talenten te benutten, te groeien, te worden wie je kunt en wilt zijn. Mensen worden uitgedaagd  in zichzelf te investeren, en in de wereld om hen heen. Kennis is niet meer voorbehouden aan mensen met geld, maar aan mensen met talent. Zij die niet kunnen, worden opgevangen en meegenomen. Niet achtergelaten. 

Elk individu is waardevol, maar ieder individu is ook een sociaal wezen, staat in een samenleving en ontleent daaraan ook zijn kracht. Want samen sta je sterker, uiteindelijk zijn we op elkaar aangewezen. Dat heeft de afgelopen 65 jaar overtuigend laten zien. We zijn trots op de bijdrage, die de PvdA heeft kunnen leveren op weg naar een meer sociale democratie. 

Maar die balans tussen individu en gemeenschap komt niet vanzelf tot stand, moet in iedere tijd opnieuw vorm krijgen. Ik sprak net over de verworvenheid dat kennis niet meer is voorbehouden aan mensen met geld, maar aan mensen met talent. Die principiële verbetering is er, maar ook hier: achterover leunen is er niet bij!  Afgelopen week verscheen er een rapport dat waarschuwde voor de kloof tussen hoger opgeleiden en lager opgeleiden, met alle gevolgen die dat voor werk, inkomen en maatschappelijke deelname betekent.  Wie zo’n kloof niet wil, zal gericht moeten ingrijpen. 

Achterstanden wegwerken, kansen bieden, uitdagen. Maar niet zoals in Rutteland mensen aan hun lot overlaten… Werk aan de winkel dus! Werk aan de winkel op basis van onze uitgangspunten en idealen, want die bepalen hoe wij de toekomst met al zijn nieuwe vragen, kansen en uitdagingen tegemoet treden.  

Laat ik eerst iets zeggen over die uitgangspunten en idealen. Ik zal u vertellen waarin ik geloof. 

Ik geloof in een wereld waarin iedereen ertoe doet, hoe verschillend ook. Ieder mens is uniek en waardevol. Interessant en nodig. Iedereen op zijn eigen manier. Maar ik geloof ook in een wereld waarin ongerechtvaardigde verschillen in welzijn, in zorg bestreden worden. Want ik begrijp nooit zo goed waarom de ene mens het zoveel beter zou mogen hebben dan de andere. Ik geloof dat dit een voorwaarde is voor een eerlijke en vreedzame wereld.  

Ik geloof in een wereld waarin iedereen de gelegenheid moet krijgen om zijn of haar talenten te gebruiken. Maar ik geloof ook in een wereld waarin sprake is van wederkerigheid, van: voor wat hoort wat. Waarin van iedereen een bijdrage naar vermogen mag worden gevraagd aan de gemeenschap die we samen vormen. Het één niet zonder het ander, gelijk oversteken.  Sociaal zijn is ook streng zijn. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille.  

Ik geloof in een wereld waarin we met zorg omgaan met onze grondstoffen. Niet alleen uit eigenbelang. Maar ook omdat wij de dure plicht hebben om de aarde op een fatsoenlijke manier voor onze kinderen en kindskinderen achter te laten. 

Ik geloof er in dat we verder komen wanneer we de handen ineen slaan en niet tegenover elkaar staan, maar zoveel mogelijk naast elkaar. Dat is niet gemakkelijk, juist omdat mensen zo verschillen. Dat vraagt om luisteren naar argumenten, belangen afwegen, naar de toekomst kijken, problemen niet uit de weg gaan. Over onze eigen schaduw, opvattingen en tradities heen kijken wanneer dat nodig is. Je durven blijven afvragen of je op de goede weg bent. Dat is ook over je eigen (partij-)belang heen kunnen stappen en samenwerking aangaan met anderen.  

Ik geloof in een partij die leert van fouten die zij heeft gemaakt in het verleden. Ja zeker, de Partij van de Arbeid heeft fouten gemaakt; politiek is mensenwerk en mensen maken fouten. Te lang zijn we bezig geweest met een werkelijkheid en met idealen die voor een deel van onze achterban weinig met hun dagelijkse leven te maken hadden. En lang niet altijd zijn onze daden in overeenstemming met onze idealen. Te lang hebben we in ons enthousiasme voor de overheid als middel voor een eerlijker samenleving te weinig aandacht besteed aan de kwalen van de overheid, de bureaucratie, de moerassigheid, de onbetaalbaarheid.  Van deze fouten hebben we geleerd . En hoewel we nog veel vertrouwen terug moeten winnen –het leren van onze fouten brengt ons verder. 

Wie met deze blik naar de wereld kijkt, ziet ook hoeveel er nog te winnen is. Ons gevoel voor solidariteit stopt niet als in Nederland het gros van de mensen prima rondkomt en tevreden is, maar er ondertussen in ons land 300.000 kinderen in armoede opgroeien. Ons gevoel voor rechtvaardigheid wordt aangetast als er in de financiële sector bonussen worden uitgekeerd terwijl gewone gezinnen en de mensen in de bijstand de rekening van de financiële crisis betalen. Ons gevoel voor vrijheid wordt geweld aangedaan als mensen niet over straat durven of als kinderen de toegang tot een school verboden wordt omdat zij er voor kiezen een hoofddoekje te dragen. En ons gevoel voor gemeenschapszin is onvervuld als de ‘dikke ik’ steeds meer het ‘grote wij’ wegdrukt. 

En onze idealen zijn al helemaal niet gerealiseerd in de wereld. Kijk naar de landen in het Midden Oosten en Noord Afrika waar mensen schreeuwen om vrijheid, en waar de kracht van de gezamenlijk gebalde vuist dagelijks tot onze huiskamers doordringt, maar waar geen spoor van democratie is, laat staan van een rechtsstaat. Het grootste deel van de mensen leeft niet in vrijheid, maar wordt door medeburgers of overheid onderdrukt. Er is veel te weinig werk, en tegelijkertijd geen spoor van een 8-urige werkdag. Veel kinderen gaan niet naar school en moeten als slaven werken. Er is armoede en honger. De harde realiteit is dat vrijheid en rechtvaardigheid een schaars goed zijn in de wereld. Wij vieren de 1ste mei in dat perspectief, in die mondiale verbondenheid! 

Precies 70 jaar geleden, op 1 mei 1941, hield Drees een 1-mei rede in het kamp Buchenwald. Hij zat daar een jaar opgesloten en zei tegen zijn medegevangenen: ‘Wij weten, dat het ideaal hoog gesteld is, en wij weten ook, dat een dergelijk ideaal niet in alle volmaaktheid verwezenlijkt wordt. Maar dit besef mag niet leiden tot kleinmoedigheid of tot het beperkt houden van onze doeleinden. Het best mogelijke wordt niet verkregen zonder zijn streven te richten op wat tenslotte niet geheel bereikbaar is.’ Bij de oprichting van de PvdA zei Drees: ‘Wij zullen, hoop ik, een partij worden, vol van realisme én idealisme.” Dat is de partij waar Drees op hoopte en dat is de partij die wij geworden zijn! Het is ook de partij waar Max van der Stoel vanaf het eerste uur voor heeft gekozen. Als er iemand is die die beide karakteristieken, idealisme en realisme, op een prachtige manier in de praktijk heeft gebracht, iemand die daarmee vrijheid en mensenrechten in de hele wereld dichterbij heeft gebracht, dan is hij het wel. Ook dat zeg ik vandaag met trots: wij zijn de partij van Max van der Stoel!   

Vrienden,  

Onze uitgangspunten zijn springlevend – en hard nodig. Hard nodig in de wereld, hard nodig in Europa, hard nodig in ons land. Want kijk wat het kabinet-Rutte doet. Achter de agenda van bezuiniging zit een hele andere agenda. Een conservatief-liberale agenda. Een agenda van minder overheid, van grotere inkomensverschillen, van afbraak van gemeenschapsvoorzieningen. Berkelland is Nederland in het klein. Kijk naar het advies van de Raad  voor Cultuur van  afgelopen vrijdag: bezuinigen op z’n Zijlstra’s leidt tot kaalslag. Kijk naar het bestuursakkoord met VNG en IPO, waar het kabinet zo tevreden over is: het leidt tot kaalslag in de sociale werkplaatsen en tot een geweldige achteruitgang voor jong gehandicapten. Kijk naar de licht verstandelijk gehandicapten: ze worden gewoon weggedefinieerd. Kijk naar het openbaar vervoer in de grote steden: kaalslag. Kijk naar het integratie- en inburgeringsbeleid: weggesaneerd. Kijk hoe hoog de dijken rondom ons land worden opgetrokken; geen mens er meer in, laat staan moslims. En zie hoe vanzelfsprekend velen een ongelijke behandeling van moslims zijn gaan vinden. En wie er iets van zegt, wordt weggezet.

Kijk naar de schrikreacties van CDA en VVD over de Arondeuslezing van Thomas von der Dunk. Vrijheid is ook altijd andermans vrijheid, al moet Wilders dat nog leren. 

En juist bij bezuinigingen geldt: je moet saamhorigheid wel organiseren. Er staan inmiddels fundamentele waarden op het spel. Op de arbeidsmarkt ontstaat een steeds grotere kloof, met grote risico’s en onzekerheid aan de onderkant door de enorme concurrentie. Terwijl de top prima voor zichzelf zorgt. Als wij willen dat de AOW-leeftijd omhoog gaat, dan moet daar ook tegenover staan dat er werk is voor iedereen. Als wij willen dat de samenleving een werkelijke samenleving blijft, dan moeten die verschillen niet zo groot zijn – te beginnen bij bonussen die soms een veelvoud zijn van wat gewone mensen in een jaar verdienen. Wij willen dat verbeteringen in de arbeidsmarkt vanuit dat perspectief bekeken woorden. En al helemaal in het licht van de vergrijzing. Die komt razendsnel op ons af, en vraagt om solidariteit tussen jong en oud. Die solidariteit ligt niet voor het oprapen: ouderen willen na een leven van hard werken de zekerheid van een goede oude dag, jongeren willen niet zonder meer daaraan bijdragen met een perspectief dat slechter is dan van de oudere generatie. 

Dat zijn de problemen waar wij de tanden moeten inzetten. 

Dat geldt ook voor het grootste vraagstuk waar we voor staan: de energie- en klimaatcrisis. Rutte komt niet veel verder dan de bouw van een nieuwe kernenergiecentrale en het afschaffen van subsidies voor de ontwikkeling van schone energiebronnen. Wij hebben voorgesteld om in ons land de handen nu werkelijk ineen te slaan, en met elkaar een beleid te gaan ontwikkelen dat niet één, maar vele kabinetsperiodes stand houdt. Want dan dragen wij werkelijk bij aan de oplossing van dit hoogst urgente probleem, waar we als wereld nog ongeveer  één generatie de tijd voor hebben. 

Het kabinet-Rutte heeft woeste plannen voor het snoeien van de overheid. Snoeien om te groeien, heet het. Het mocht wat, veel idee en perspectief zit er niet achter, het is de botte bijl, met een nullijn voor ambtenaren in het vooruitzicht. En dat terwijl wij juist een perspectief moeten bieden op die publieke sector, zodat jongeren zich straks aangetrokken voelen om te werken voor dat algemene belang. Een perspectief, waarin de overheid niet alleen een strenge en rechtvaardige bewaker van onze rechtstaat is, maar ook een bondgenoot. Die ervoor zorgt dat daardoor ons leven waardevoller is. Wij gaan met die publieke sector aan de slag in de partij, vanuit de overtuiging dat die doelen nu niet gehaald worden, maar wel van wezenlijk belang zijn voor een samenleving naar onze snit.  

En dan Europa. Europa is een hersenkraker. We hebben een groot gemeenschappelijk belang, maar er zijn ook twijfels: een gezamenlijke munt vraagt ook gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat geldt ook voor een gezamenlijk beleid als het om migratie gaat. Gemakkelijke antwoorden zijn er niet; het gaat hier om heel wat meer dan om de contributie. Ook in onze partij wordt dat een grondig debat. 

Vrienden, 

De oprichters van onze partij brachten de oude idealen opnieuw tot leven in  fundamenteel nieuwe omstandigheden. Het land lag in puin, de menselijke waardigheid was in de oorlog met voeten getreden, een nieuw begin was nodig, maar zwaar. Wij vieren vandaag de bijdrage, die de sociaaldemocratie niet alleen aan de wederopbouw, maar ook aan het vormgeven van de verzorgingsstaat heeft geleverd. Maar we zouden ernstig te kort schieten als we door onze trots op het verleden, de zware opgave die voor ons ligt niet zouden onderkennen.  Mensen zijn zelfstandiger geworden, velen kunnen meer zelf. We moeten een nieuwe balans vinden tussen die eigen beslisruimte en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zeker, er is sprake van succesvolle emancipatie, waar het socialistische strijdlied “Vrijheid, U mijn leven” over sprak.

Maar die zelfstandige individuen zijn wel sociale wezens. We moeten opnieuw laten zien dat het gemeenschappelijke de voorwaarde is voor het succes van het individu. Want scholing, cultuur, veiligheid,  samenleven vraagt om investeringen, die niemand alleen voor zichzelf waar kan maken. Mannen en vrouwen kunnen zelfstandig hun zorgtaken niet goed delen als er geen gemeenschappelijke kinderopvang is. En alleen de allerrijksten kunnen hun onderwijs zelf betalen. Om sommige villa’s kunnen de eigenaren een hek zetten, maar voor echte veiligheid moeten we samen garant staan.  

En hoezeer ieder van ons ook aan zijn eigen beslisruimte hecht: als het om vrede en veiligheid gaat, om duurzame energievoorziening, om de kwaliteit van ieders bestaan, dan moeten we het samen doen. 

Wij zien het om ons heen: ondanks gestegen welvaart en de kwaliteit van voorzieningen, er is veel onzekerheid onder de mensen. Dat kan makkelijk tot onoverbrugbare spanningen leiden. Tussen jong en oud, tussen zieken en gezonden, tussen hoog en laagopgeleiden, tussen oude en nieuwe Nederlanders, tussen krimpregio’s en overvolle oude wijken. Die spanningen overbruggen zonder in ouderwetse bureaucratische oplossingen te vluchten, zonder als overheid het bord opnieuw helemaal vol te schrijven, dat is onze uitdaging. En die uitdaging kunnen we aan omdat we ons laten leiden door beginselen, die de tijd hebben doorstaan.  Beginselen van gelijkberechtiging, van innerlijke verbondenheid tussen mensen. Het is de weg, die de oprichters van onze partij ons hebben gewezen. 

Die weg is: voorwaarts, en niet vergeten, de solidariteit! &nb

Geef een reactie

Laatste reacties (28)