1.274
21

Directeur Stichting Vluchteling

Tineke Ceelen is sinds 2003 directeur van de Stichting Vluchteling. Ze werd opgeleid als cultureel antropoloog en heeft voor verschillende hulporganisaties gewerkt, zowel in de noodhulp, als in de ontwikkelingssamenwerking. Van 1993 tot 1997 was ze hoofd van de afdeling uitzendingen van Memisa. Daarna werkte ze tot in 2000 als programma coördinator voor het Rode Kruis in Tibet en van 2000 tot 2002 voor SNV in Kameroen. In 2009 schreef ze het boek ‘Hier en daar een crisis’ over haar ervaringen.

‘Vreemdelingen in eigen land’ niet aan hun lot overlaten

Hoe ga je de vader van de drie onthoofde kinderen uitleggen dat de internationale gemeenschap wel miljarden over heeft voor het ten val brengen van Saddam Hussein, maar niet voor de wederopbouw?

‘Die vader daar’, wijst onze gids, ‘die is alle drie zijn kinderen kwijtgeraakt’. Een man kijkt ons met doffe ogen aan. Gelaten vertelt hij: ‘Ze werden ontvoerd. Ik kon het losgeld niet betalen. Ze zijn later teruggevonden. Onthoofd’. We kunnen zijn verdriet bijna aanraken. ‘Ik was machteloos’, zucht hij en gaat verder met de bouw van zijn schamele hut in een vluchtelingenkamp bij Suleymania in Noord Irak.

Vandaag komt de commissie Davids met haar oordeel over de legitimiteit van de Nederlandse steun aan de Amerikaans-Britse inval in Irak. Wat het oordeel van de commissie ook moge zijn: voor miljoenen Irakezen is dat allemaal niet zo belangrijk. Zij zijn gevlucht voor de interne chaos waar het land na de oorlog in is gestort, gevlucht voor het etnisch en religieus geweld, gevlucht van plaatsen waar slechts het recht van de sterkste geldt en waar noch buitenlandse troepen, noch de nieuwe Iraakse regering bescherming kunnen bieden. Afhankelijk van wie je gelooft moesten tussen de 4 en 5 miljoen mensen huis en haard ontvluchten.
Vijfjarige Ali is één van hen. Hij sjouwt met twee jerrycans richting centrum van de stad. Het kind gaat bedelen om kerosine voor de kachel. Ali en zijn broertje overleefden een gruwelijke slachtpartij in Bagdad. De rest van het gezin kwam om het leven. Ali pakt onmiddellijk Tineke’s  hand . Even een moederhand te leen voor een kind dat zonder ouders onder een plastic zeil op moet groeien.
Irak is veiliger geworden in vergelijking met de complete  chaos van 2006 na het bloedbad in Samara, waar tal van moskeebezoekers  de dood vonden. Het land is nog lang niet zo stabiel dat het voor grote groepen vluchtelingen mogelijk is terug te keren naar huis. De meesten zijn nu al jarenlang op de vlucht. De noden worden nijpender. De lange duur van de ontheemding veroorzaakt grote problemen. Het ontbreekt de vluchtelingen aan behoorlijk onderdak, aan een inkomen, maar ook aan toegang tot gezondheidszorg en onderwijs. Reserves, voor zover ze die hadden, zijn verbruikt en gastgezinnen kunnen de gevluchte families niet voor altijd blijven steunen. Het overgrote deel van de Iraakse ontheemden wil het liefst terugkeren naar waar zij vandaan moesten vluchten.
‘Mijn huis in Bagdad staat in een wijk die Soennitisch geworden is’, vertelt onze tolk, ‘ik ben Shiitisch.’ Shiieten vermoorden Soennieten, en Soennieten Shiieten. Het is een even uitzichtloze als  verlammende situatie. Ook al wil ik het nog zo graag,  ik kan gewoon geen hoop hebben dat ik snel naar mijn huis terug kan’. 
Langzaam maar zeker draait de internationale gemeenschap de slachtoffers van de oorlog de rug toe. Het geweld wordt immers minder, is de redenering, en delen van Irak zien een economische opleving. Daarmee dreigen miljoenen mensen vergeten te worden.  Hulpprojecten worden stilgelegd of hebben niet de noodzakelijke omvang. Tegelijkertijd kondigen donoren aan dat het einde van hun financiële bemoeienis  in zicht is. Ook zijn lidstaten van de Europese Unie, waaronder ons land, ertoe over gegaan Irakezen niet langer als groep bescherming te bieden en zelfs terug te sturen naar hun verscheurde land.
‘Buitenlanders zijn bij ons de baas geworden, we moeten bedelen om hulp. Ik heb geen huis meer, geen auto. Ik ben mijn baan kwijt. Hoe moet ik mijn kinderen hier een goede opvoeding geven? Ik kan geen kant op. Weet je, ik ben eigenlijk  een vreemdeling  in eigen land geworden’, stelt  de jonge  woordvoerder van het kamp bitter vast. Nijdig pakt hij de buggy met zijn babyzoontje en duwt die door een plas, weg van ons, westerlingen, die hij mede verantwoordelijk acht voor zijn leed.
Nederland mag niet weglopen voor de gevolgen van de invasie, die wij immers zelf een goed plan vonden. Hoe ga je de vader van de drie onthoofde kinderen, Ali, de tolk en de woordvoerder van de vluchtelingen uitleggen dat de internationale gemeenschap wel miljarden over heeft voor het  ten val brengen van Saddam Hussein en het kapot maken van hun land en hun levens, maar niet voor de wederopbouw? De landen die verantwoordelijk zijn voor de invasie in Irak, maar ook de landen die de inval met politieke steun legitimeerden, zijn de eerst aangewezenen om Irak te helpen bij de wederopbouw . Dus ook Nederland. Het rapport van de commissie Davids mag niet het eindpunt zijn van betrokkenheid bij een onverkwikkelijke oorlog maar moet juist een startpunt zijn voor hernieuwd engagement met Irak en met name met de vluchtelingen. Laat Nederland onmiddellijk stoppen met het terugsturen van Irakezen, naar hun land waar een zwaar bewapende militaire escorte noodzakelijk is om veilig van het vliegveld in het hotel te komen. En waar het tegenwoordig mode is om kinderen voor losgeld  te ontvoeren. Wij vragen onze Minister van Buitenlandse Zaken Verhagen erop toe te zien dat Nederland betrokken blijft, met kennis, geld en gastvrijheid voor hen die nergens meer terecht kunnen, net zolang tot gerepareerd is wat met onze ruimhartige politieke  goedkeuring kapot gemaakt is.

Ton Huijzer, adviseur van het International Rescue Committee en  Tineke Ceelen, directeur Stichting Vluchteling. Ze waren de afgelopen dagen in Irak om onderzoek te doen naar de omstandigheden voor de vluchtelingen.

Dit artikel is dinsdag verschenen in de Volkskrant

Geef een reactie

Laatste reacties (21)