4.502
89

Psycholoog, auteur, columnist

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is daar onder meer betrokken bij de master-opleiding Gedragsverandering.

Daarnaast heeft ze jarenlange ervaring als coach en trainer op het gebied van zelfkennis, authenticiteit, en zelfontwikkeling. Ze staat bekend om haar talent om wetenschappelijke inzichten op begrijpelijke en onderhoudende wijze te presenteren aan een breed publiek.

Vonk heeft een column in Psychologie Magazine en schreef eerder de bestsellers Ego’s en andere ongemakken, Menselijke gebreken voor gevorderden en Liefde, lust en ellende.

Vrouwen in een leidinggevende positie kunnen het onmogelijk goed doen

Ze worden ofwel negatief beoordeeld omdat ze niet mannelijk genoeg zijn, ofwel omdat ze niet vrouwelijk genoeg zijn

Veel defensie-personeel heeft geen vertrouwen meer in de top; Jeanine Hennis-Plasschaert “weet niet wat er leeft” in de organisatie, vindt men. Het is mogelijk dat dat klopt. Maar het is ook mogelijk dat Hennis slachtoffer is van sekse-stereotypering en meten met twee maten.

Eind jaren tachtig leek het erop dat Ann Hopkins haar naam had gevestigd bij Price Waterhouse. Van de 88 verschillende kandidaten die dat jaar werden voorgedragen om partner te worden, had Hopkins de beste papieren. Ze had meer declarabele uren dan elke andere kandidaat. Haar cliënten waren lovend over haar en ze werd beschreven als hard werkend, gedreven en veeleisend. Ze was de enige vrouw onder de 88 kandidaten. Het bedrijf had 662 partners waarvan 7 vrouwen.

Hopkins werd niet tot partner benoemd omdat haar ‘interpersoonlijke vaardigheden’ tekort schoten. In informele gesprekken kreeg ze het advies eerst wat meer aan haar charme te werken en haar uiterlijk onder handen te nemen. In plaats van dit advies te volgen, spande Hopkins een proces aan wegens seksediscriminatie. Ze won.

Met twee maten meten
Price Waterhouse ging in beroep tegen de beslissing, en het verslag van het proces werd onderzocht door de Supreme Court, het hoogste gerechtshof in Amerika. Dit gerechtshof onderzoekt slechts een zeer klein deel van de zaken die worden voorgelegd. De zaak Hopkins vs Price Waterhouse werd interessant gevonden, omdat het een zogenaamde ‘mixed-motive’-zaak was: het was mogelijk dat Hopkins werd afgewezen vanwege haar sekse, maar het was ook mogelijk dat haar sociale vaardigheden inderdaad ontoereikend waren voor deze functie.

De kern van de zaak werd: is het mogelijk te bewijzen dat Hopkins werd afgewezen vanwege haar sekse? De advocaten van Price Waterhouse stelden dat Hopkins gewoon een naar mens was. Als je bij elke afwijzing van een vrouwelijke kandidaat “seksediscriminatie” roept, betekent dit dat geen enkele vrouw ooit arrogant, agressief en onaangenaam zou kunnen zijn. Immers, iedere conclusie in die richting kan worden afgedaan als seksistisch, vonden ze.

Voor het Hooggerechtshof ging het om de vraag: zou Hopkins op dezelfde manier zijn beoordeeld als ze een man was geweest? Werd er met twee maten gemeten, een voor mannen en een andere voor vrouwen? Het hof meende van wel:

Er is geen speciale training voor nodig om vast te stellen dat sprake is van seksestereotypering wanneer tegen een assertieve vrouw wordt gezegd dat ze een cursus ‘at charm school’ nodig heeft. Er is geen graad in de psychologie voor nodig om te beseffen dat, als de interpersoonlijke kwaliteiten van een medewerkster verbeterd kunnen worden door een mooi mantelpak of een nieuwe kleur lippenstift, de oorzaak van de kritiek is gelegen in de sekse van de medewerkster en niet in haar interpersoonlijke vaardigheden. Het is niet onze taak om na te gaan of de negatieve opmerkingen over de persoonlijkheid van Hopkins terecht zijn. Wij zijn hier niet om te bepalen of Hopkins een aardige mevrouw is, maar om te bepalen of zij op dezelfde manier zou zijn beoordeeld wanneer ze een man was. De tijd is voorbij dat een werkgever van zijn medewerkers kon eisen dat ze voldoen aan het stereotype over hun groep. Een werkgever die problemen heeft met assertiviteit van een vrouw en die tegelijkertijd personeelsfuncties aanbiedt waarin die eigenschap noodzakelijk is, plaatst vrouwen in een onmogelijke positie.1
 

Bitch
Met deze uitspraak toonde het hof dat het de essentie van seksestereotypering uitstekend begreep. Wanneer mensen de ideale leidinggevende moeten beschrijven, noemen ze gewoonlijk traditioneel mannelijke kenmerken: zelfverzekerd, ambitieus, initiatiefrijk, stressbestendig, doortastend, enzovoort. Op dit punt voldeed Ann Hopkins uitstekend aan het profiel. Haar capaciteiten stonden niet ter discussie.

Maar wat we bij een man zelfverzekerd en doortastend vinden, vinden we bij een vrouw gehaaid en bitchy. Wanneer een vrouw deze eigenschappen toont, wordt bovendien gauw de gevolgtrekking gemaakt dat ze te weinig vrouwelijk kwaliteiten heeft, zoals tact en inlevingsvermogen.

Dat het verhaal over Hopkins geen geïsoleerd geval vormt, is sinds de jaren zeventig in vele onderzoeken aangetoond.2 Zo wordt assertief gedrag van een vrouw als agressiever beoordeeld dan precies hetzelfde gedrag van een man (terwijl meegaand gedrag bij een man juist extremer wordt beoordeeld). Typisch leiderschapsgedrag wordt bij een vrouw dus als extremer – en daardoor negatiever – waargenomen. De gevolgen daarvan komen onder meer naar voren bij de beoordeling van leidinggevenden: vergeleken met mannen worden vrouwelijke leidinggevenden vooral negatiever beoordeeld als ze een autocratische, stereotiep mannelijke leiderschapsstijl hebben.3

Kortom, vrouwen in een leidinggevende positie kunnen het onmogelijk goed doen; ze worden ofwel negatief beoordeeld omdat ze niet mannelijk genoeg zijn (‘not tough enough’), ofwel omdat ze niet vrouwelijk genoeg zijn (type ‘haaibaai’ of ‘dragon lady’, met te weinig zachte en sociale kwaliteiten).

De complexe werkelijkheid
In sociaal-psychologisch onderzoek naar sekse-stereotypering wordt gebruik gemaakt van de experimentele methode, waarbij exact dezelfde informatie kan worden gegeven over een persoon (bijvoorbeeld gedragsbeschrijvingen op papier) en alleen de sekse wordt gevarieerd. Vind je dan een verschil tussen oordelen over een man en een vrouw, dan weet je zeker dat dit een effect van sekse is.

In de werkelijkheid buiten het onderzoekslaboratorium hebben we helaas geen mannelijke versie van Ann Hopkins of van Jeanine Hennis: een kloon die alles precies hetzelfde doet en alleen een ander geslacht heeft. We kunnen in een concreet geval dus nooit met zekerheid zeggen wat de rol van stereotypen is. Het dagelijks leven is één grote kluwen van mixed-motive-scenario’s.

Niemand weet of Jeanine Hennis te weinig weet over wat er leeft in haar organisatie, of dat juist op dit terrein – betrokkenheid en empathie, het terrein waar vrouwen goed horen te scoren, volgens het stereotype – de lat voor haar onevenredig hoog ligt. Juist in mannelijke organisaties zoals het leger zijn vrouwelijke leiders het meest in het nadeel.3 Het is dus goed denkbaar dat dit van invloed is op de ontevredenheid van het defensiepersoneel.

Delen uit dit artikel zijn ontleend aan: Roos Vonk, De eerste indruk. Scriptum, 2012.
1 Fiske, S.T., Bersoff, D.N., Borgida, E., Deaux, K. & Heilman, M.E. (1991). Social science research on trial: Use of sex stereotyping research in Price Waterhouse v. Hopkins. American Psychologist, 46, 1049–1060.
2 Vonk, R. & Ellemers, N. (1993). Effecten van seksestereotypen op oordelen over mannen en vrouwen. Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie, 48, 212-225.
Rudman & Glick (1999). Feminized management and backlash toward agentic women. Journal of Personality and Social Psychology, 77, 1004-1010.
3 Eagly, A.H., Makhijani, M.G. & Klonsky, B.G. (1992). Gender and the evolution of leaders: A meta-analysis. Psychological Bulletin, 111, 3-22.


Laatste publicatie van RoosVonk

  • De eerste indruk

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (89)