817
32

Journalist

Chris Klomp is sinds april 2002 rechtbankverslaggever/journalist en werkt voor RTV Noord, Dagblad van het Noorden en RTV Drenthe

VVD: ‘In de bak wordt niemand beter’

Mensen geven lezingen. Toespraken. Ze vertellen verhalen die soms tot nadenken stemmen.

Op vrijdag 7 oktober 2010 begon een spreker in Norgerhaven zijn verhaal met een bijzonder citaat:

‘..bij den nadenkenden menschenvriend is dikwijls met weemoed opgemerkt, hoe jammerlijk het is  gesteld met den zedelijken toestand dier ongelukkigen, welke, wegens gepleegde misdrijven, tot eene gevangenisstraf van een of meerdere jaren zijn veroordeeld. In stede van, bij derzelver loslating, beter te zijn, en het kwade te hebben afgeleerd, verlaten zij niet zelden het gevangenhuis slechter dan zij hetzelfde betraden; verlaten zij het, om er spoeder weder in terug te keren.’

Het citaat komt uit de oprichtingsakte van het Nederlands Genootschap tot Zedelijke Verbetering van Gevangenen. Een soort voorloper van de huidige Reclassering. Vrijwilligers die van mening waren dat mensen nou niet meteen beter werden van een kale gevangenisstraf. Er was meer nodig om ze in het gareel te krijgen.

Direct na het uitgesproken citaat kwam de spreker in Norgerhaven tot een voorzichtige stelling.

‘Wellicht is dit een mooi citaat om aan het Regeerakkoord toe te voegen’

De spreker gaat verder met zijn betoog over nut en noodzaak van straf. Snapt dat mensen soms naar hun onderbuik luisteren. Maar stelt ook dat dat je beleid beter niet vanuit de onderbuik kan maken.  En dat het verzwaren van repressieve maatregelen – ten koste van andere maatregelen- averechts werkt. Dat dit een gevoel van schijnveiligheid geeft. De spreker pleit voor behandeling en toezicht. Voor gedragsverandering. Niet strenger straffen, maar slimmer straffen.

De spreker was Sjef van Gennip. Voorzitter raad van bestuur Reclassering Nederland.

En voorzitter Partijcommissie Justitie en Veiligheid.

Van de VVD.

Van Gennip vond een mooi citaat. Uit een akte van 1823. Die akte gaat verder waar Van Gennip stopt.

‘En indien al geene boosheid des harten, geen hebbelijkheid en gehechtheid aan het kwade tot misdrijf vervoeren, dan zijn het verlegenheid, broodsgebrek, versmading en wat niet al. Wat toch zal de in vrijheid gestelde aanvangen, al bezit hij ook eenig gevoel van eer, al weegt het goede bij hem over? De maatschappij veracht, versmaadt hem, beschouwt hem als een onbruikbaar lid, en de ongelukkige wordt aan zich zelven overgelaten. Kan het wel anders of hij moet wrevelig en onverschillig worden omtrent de mensheid en een vergrijp aan dezelve moet hem, hoe langer zoo gemakkelijker vallen?’

Sjef van Gennip en hardliner Fred Teeven zijn partijgenoten.

En ik heb het citaat nog niet terug kunnen vinden in het regeerakkoord.

Geef een reactie

Laatste reacties (32)