Laatste update 19:45
225
3

managing consultant veiligheid en crisismanagement

Na een studie milieuwetenschappenaan de Universiteit Utrecht promoveerde Vincent van der Vlies op een onderzoek naar de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In het dagelijks leven is hij managing consultant veiligheid en crisismanagement en geeft hij advies op het gebied van verschillende veiligheidsaspecten bij Berenschot. Daarnaast is hij actief voor de PvdA. Colums schrijft hij vanzelfsprekend op persoonlijke titel.

VVD doet vaag over veiligheid

'Veiligheid' is een belangrijk thema voor de VVD, maar de plannen zijn warrig, niet concreet en met weinig visie geschreven

Foto: ANP

Het laatste programma van de grote 11 zittende partijen in de Tweede Kamer is dat van de grootste partij van de afgelopen verkiezingen: de VVD. De VVD zei eerder bij BNR dat veiligheid centraal staat in het programma en op eerste gezicht is daar niets van gelogen. Het eerste en tevens dikste hoofdstuk van het programma heet ‘Veiligheid en vrijheid’ en gaat in op politie, justitie en defensie. En emancipatie, ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse zaken. Oké, dus niet alles klinkt even relevant, maar wat staat er dan echt in?

Veiligheid en justitie
De VVD start het veiligheidshoofdstuk met een opstel over veiligheid in de wereld en de beleving van de mensen. In de analyse vind je direct een symbolische weergave van waarom dit een verkiezingsprogramma is en geen document met een analyse van feiten.

Blijft Nederland nog wel Nederland? Zitten er tussen al die mensen die naar Europa komen mogelijk ook terroristen die hier aanslagen gaan plegen? Hoelang duurt het nog voordat de intolerantie en haat uit het Midden-Oosten zich ook in onze samenleving nestelt? En kan ik nog wel gewoon in vrijheid naar een groot sportevenement of een concert zonder ieder moment wantrouwend om me heen te hoeven kijken?’

Wat ik lastig vind aan dergelijke passages is dat er überhaupt geen poging gedaan wordt om de opgeworpen probleemstellingen te beantwoorden met steekhoudende argumenten of concrete oplossingen. Nee, er is ‘realistisch buitenlands beleid’, waarin Nederlandse belangen zoals veiligheid, migratie en handel centraal staan, of ontwikkelingssamenwerking moet ‘gerichter worden ingezet op slechts een beperkt aantal kernthema’s, zoals noodhulp’ en er is een veelzijdig inzetbare krijgsmacht nodig, die in staat is om ‘adequaat op alle dreigingen te reageren’.

Na deze inleidende bespiegelingen volgen bullets met punten. Zijn die dan beter en concreter? Het antwoord blijkt nee te zijn. Sterker nog: absoluut niet. Hieronder volgen citaten uit de eerste zes bullets van concrete maatregelen. Ik heb ze niet volledig overgenomen, omdat het anders veel te veel tekst zou worden:

  • Over tegengaan van criminaliteit: ‘Wij willen daarom meer investeren in (meer) wijkagenten. Om ervoor te zorgen dat hij zo min mogelijk achter zijn bureau hoeft te zitten, willen we de wijkagent in staat stellen om alle politietaken eenvoudig en snel te kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld met zijn beveiligde mobiele diensttelefoon’.
  • Over buurtinformatienetwerken: ‘We moedigen de ontwikkeling van initiatieven als buurtapps, wijkpreventieteams en burgerfora aan’.
  • Over geweld tegen hulpverleners: ‘Wie hulpverleners belaagt, krijgt nu al te maken met snelrecht en met hogere straffen en dat houden we zo’.
  • Over geweld door politie: ‘Uitgangspunt moet daarom zijn dat politieagenten niet worden aangemerkt als verdachten bij een onderzoek naar het gebruik van geweld. Wij willen dat agenten alleen worden vervolgd als ze expliciet de geweldsinstructie hebben overtreden’.
  • Over inzet van vrijwilligers bij politie en de Koninklijke Marechaussee: ‘We willen dat de ingezette vernieuwing en intensivering van vrijwilligers en reservisten volop wordt voortgezet’.
  • Over het overtreden van regels: ‘Overlastgevende relschoppers moeten sneller te maken krijgen met preventief fouilleren, cameratoezicht, samenscholings- en gebiedsverboden.

Mijn excuses voor deze lange opsomming, maar dit zijn dus zinsneden uit de eerste zes concrete punten van het programma rond het punt veiligheid. Het is onsamenhangend, niet concreet en waarom gaat het allereerste punt uit het programma over de diensttelefoon van de wijkagent? Is dat écht het meest relevante dat de VVD kon bedenken? Na de conclusie heb ik nog enkele citaten volledig overgenomen om nog enkele van dit soort vage punten te illustreren.

Met betrekking tot justitie zitten er wel concretere zaken in, zoals straffen verhogen voor doodslag en moord (naar respectievelijk 30 en 40 jaar) en ook al is het niet geweldig concreet, wil men mediation stimuleren als alternatief voor de gang naar de rechter. Verder nog hulde voor de volgende zin: ‘Slachtoffers van diefstal worden vaker tweemaal bestolen, eenmaal door de dief en eenmaal door ons rechtssysteem’. Ik weet niet of het waar is, maar hij is lekker vilein.

Terreur en immigratie
Wie aanhanger is van het idee dat adequate opvang in de regio de sleutel is tot een sluitend vluchtelingenbeleid kan z’n hart ophalen met dit programma, want het wordt meermaals genoemd. Dat verreweg de meeste vluchtelingen in de regio worden opgevangen (Midden Oosten) en dat voor Afrikaanse vluchtelingen wellicht een andere logica geldt (kijk de serie ‘De Trek‘) wordt niet genoemd. Voor het overige zijn de punten vooral gericht op het zo duidelijk mogelijk aangeven wat de regels zouden moeten worden rond immigratie en eerder gericht op ideologische overwegingen dan gericht op veiligheid.

Het zelfde kan gezegd worden over de strijd tegen terreur: het lijkt meer ideologie te zijn, zo van ‘zo zou het moeten zijn’. Dit leidt er toe dat er geen gefundeerde visie aan ten grondslag lijkt te zijn, waardoor het een willekeurige opsomming wordt van punten. Zo gaat de VVD om aanslagen te voorkomen uitkeringen, paspoorten en verblijfsvergunningen van jihadgangers afpakken en ronselaars aanpakken (hoe effectief is dat om aanslagen te voorkomen?), willen ze de antiterreureenheden uitbreiden (hoeveel?). Okee, het uitreizen van jihadisten moet voorkomen worden, strijders opsluiten die terugkomen lijkt me evident, maar over hoe radicalisering voorkomen kan worden wordt met geen woord gerept.

Defensie en buitenland
De NAVO blijft de hoeksteen van het internationale veiligheidsbeleid, de VVD gelooft volgens eigen zeggen niet in een Europees leger. Desalniettemin moeten de uitgaven naar het Europees gemiddelde doorgroeien. Dit gemiddelde ‘zou moeten toegroeien’ naar de NAVO norm. Met andere woorden staat hier dat de VVD wil dat het gemiddelde groeit, maar geeft niet aan dat Nederland hierin het voortouw neemt of het goede voorbeeld geeft, wat merkwaardig is omdat veel partijen aangeven dat ze dit wél willen halen, maar ook omdat de NAVO zo hoog geacht wordt.

De VVD wil met betrekking tot defensie zorg voor veteranen (waarbij de ervaringen van veteranen leidend zijn), meer aandacht voor vrijwilligers en een aantrekkelijk werkgever zijn. Daar kan allemaal niks op tegen zijn, maar heel veel ben ik het niet tegengekomen in andere programma’s. Verder is er nog aandacht voor cyberaanvallen, militaire inzet tegen mensensmokkel en aandacht voor verschillende dreigingen (traditionele legers, terroristen en hyrbride vormen van die twee).

Verder vindt de VVD dat optreden van het leger primair militair van aard is, dus niet wederopbouw of ontwikkelingshulp. De persoon die het onderdeel ‘Ontwikkelingshulp’ uitwerkte 2 pagina’s later heeft alleen het memo hierover niet gekregen, want daar staat de volgende passage:

Het is dringend nodig de ‘ODA-norm’ (officiële ontwikkelingshulp) te moderniseren. Militaire veiligheids-operaties zijn ook een vorm van ontwikkelingshulp, omdat die bijdragen aan stabiliteit. Die stabiliteit hebben landen nodig om economisch te kunnen groeien. Wij vinden daarom dat uitgaven aan militaire veiligheidsoperaties ter bevordering van stabiliteit in landen voortaan ook onder de ODA-norm moeten vallen’.

Zegt u het maar of dit tegenstrijdig met elkaar is.

Overige punten:
Ten slotte wil de VVD:

  • Het Deltafonds, met geld voor investeringen in waterveiligheid, daarom ook na 2030 verlengen.
  • De veiligheid voor de omwonenden en bedrijven bij de gasproductie moet bovendien altijd voorop staan. Als uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat de gaswinning daarvoor moet worden aangepast, dan doen we dat.

Conclusie
Tja, het is gewoon niet zo goed: het is warrig, niet concreet en met weinig visie geschreven. Is alles kommer en kwel? Nee dat ook weer niet, maar het is zoeken naar een speld in een hooiberg. Privacy en cybersecurity staan nog wel redelijk omschreven in het programma. Het enige waar mijn hart iets harder van ging kloppen was de volgende passage:

Maar hoe graag we het ook zouden willen: een samenleving zonder risico’s bestaat niet. De overheid moet dan ook niet doorslaan in regelzucht om die zogenaamde risicoloze samenleving te bereiken’.

Eindcijfer: 3

Voor deze beschouwing heb ik het verkiezingsprogramma gebruikt dat hier te downloaden is (gedaan op 1 februari). Deze bespreking is eerder verschenen op de site van Berenschot.

En dan nu zoals beloofd nog enkele vage passages (volledige citaten):

  • Ons brandweerpersoneel is eveneens onmisbaar voor de nationale veiligheid van Nederland. De Nederlandse brandweer bestaat voor het grootste deel uit vrijwilligers. Mannen en vrouwen die zich naast hun normale baan inzetten voor de brandveiligheid in hun dorp of stad. Veel vrijwilligers zijn brandweerman uit liefde voor het vak. Zij kunnen het combineren met hun baan door dienst te draaien in het dorp of de stad waarin ze wonen of werken. Zonder vrijwilligers kan de brandweer niet functioneren. We zien ook dat de veiligheidsregio’s goed zijn voor de kwaliteit en de effectiviteit van de rampenbestrijding. Wel willen we dat de veiligheidsregio’s bij alle keuzes die ze maken, meer rekening houden met deze belangrijke vrijwilligers (is dit het enige wat over de brandweer en de veiligheidsregio’s bedacht kan worden? VvdV).
  • Burgemeesters zijn verantwoordelijk voor de veiligheid in hun gemeente, maar beschikken niet altijd over alle relevante informatie. Wij willen in de wet regelen dat ze recht hebben op die informatie (wat is die relevante informatie dan? VvdV). Burgemeesters krijgen dan net als het openbaar ministerie het recht om de informatie geheim te houden, zodat ze niet gedwongen kunnen worden de informatie prijs te geven. Bij het toepassen van bovengenoemde maatregelen wordt altijd het belang van privacy meegewogen. De overheid moet terughoudend zijn in het verzamelen en gebruiken van persoonlijke informatie van Nederlanders. Daarom willen wij dat altijd kritisch en secuur wordt omgegaan met persoonsgegevens en andere informatie.
  • Iedereen wil dat zijn kind veilig opgroeit in ons land. Als ouder kun je je haast niks ergers voorstellen dan dat je kind slachtoffer zou worden van seksueel misbruik. Alles moet dan ook in het werk gesteld worden om minderjarigen te beschermen tegen misbruik door pedoseksuelen. Dat vraagt soms om ongebruikelijke middelen, zeker ook op het internet. Politieagenten kunnen zich online voordoen als minderjarige jongens of meisjes. Zulke ‘lokpubers’ maken het voor de politie veel makkelijker om pedoseksuelen op te sporen. Wij willen dit middel daarom vaker inzetten (wat is vaker? En waarom zo’n lang pleidooi voor iets dat al geregeld is?).
  • Coffeeshops zijn in Nederland toegestaan, maar tegelijkertijd moet hinder en overlast voor omwonenden worden voorkomen door tegen die overlast te blijven optreden. Wij willen coffeeshops die overlast geven altijd onmiddellijk sluiten. Terwijl de verkoop van cannabis aan de voordeur wordt gedoogd, is de inkoop daarvan nu illegaal. Wij willen van die vreemde situatie af en het beleid rond softdrugs slimmer reguleren. Het is tijd om het gehele domein van en rondom softdrugs opnieuw in te richten. Die herinrichting kan alleen landelijk plaatsvinden. Gemeenten moeten zo snel mogelijk stoppen met experimenteren met wietteelt. (Hoe wil de VVD dit reguleren? Wordt het gelegaliseerd? Of op en andere manier georganiseerd?)
  • Dag in dag uit werken onze veiligheidsdiensten aan het voorkomen en terugdringen van radicalisering, jihadisme en terrorisme in Nederland. Ook in het kader van cybersecurity doen ze heel belangrijk werk. De bevoegdheden van de veiligheidsdiensten moeten aangepast worden aan nieuwe technologische ontwikkelingen en communicatiemiddelen, zodat zij dat belangrijke werk ook in de toekomst kunnen blijven doen  (welke aanpassingen moeten gedaan worden dan?). De diensten zijn de afgelopen jaren al op een aantal punten flink versterkt. Als de omstandigheden veranderen en daar toe nopen, moet er extra geld naar onze veiligheidsdiensten (hoeveel geld? Oh, en wat is in dit verband nopend?). De Nederlandse veiligheid staat immers altijd voorop.
  • Een realistisch buitenlands beleid dat uitgaat van onze eigen kracht vraagt om heldere keuzes. Nederland kan niet alles altijd en overal doen. De kracht van een effectief buitenlands beleid zit in selectiviteit: vooral daar actief zijn waar onze belangen op het spel staan en waar we het verschil kunnen maken. Dat betekent naast handel een sterke focus op migratie en terrorisme in de ring rond Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. We verliezen andere gebieden natuurlijk niet uit het oog. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen in de Zuid-Chinese Zee, maar ook het gebied rond de Noordpool, waar het ontstaan van een nieuwe vaarroute grote kansen biedt voor de (handels)positie van ons land.

De volgende passage vind ik tenslotte het meest treffend qua onduidelijkheid:

  • Criminelen worden nu automatisch vrijgelaten als ze twee derde van hun straf hebben uitgezeten. Iemand die een gevangenisstraf krijgt moet deze voor de volledige duur uitzitten (okee, dit is het standpunt dus van de VVD?, VvdV). Om te voorkomen dat iemand zomaar terugkeert in de samenleving willen wij de voorwaardelijke invrijheidstelling aan het einde van de gevangenisstraf behouden, maar in tijd verkorten (ehm, okee, dat klinkt tegenstrijdig met het voorgaande, VvdV). Het automatisme dat iemand na tweederde van de straf hiervoor in aanmerking komt verdwijnt. Om in aanmerking te komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling is goed gedrag in ieder geval een voorwaarde, het kan nooit een vanzelfsprekendheid zijn (maar wanneer mag het dan wel?).

Geef een reactie

Laatste reacties (3)