2.718
27

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Waar is Europa?

De gebeurtenissen van de afgelopen weken bevestigen het gelijk van W.L. Brugsma, die een ferm voorstander was van een verenigd en zelfbewust Europa.

Bij alle grote politieke ontwikkelingen de laatste weken — de Koerden die door president Trump van de een op de andere dag in de steek werden gelaten, de militaire operatie van Turkije in Syrië die daarop volgde, de evidente onmacht van Europa om iets aan de ontwikkelingen aan haar zuidgrens te doen, de ontwrichtende demonstraties van Extinction Rebellion in diverse Europese steden over het naderende klimaatonheil, en tot slot het tragikomische Brexit-avontuur dat op een tamelijk diepe breuk tussen het Verenigd Koninkrijk en Europa lijkt te gaan uitlopen — moest ik terugdenken aan W.L Brugsma, de Nederlandse journalist, publieke intellectueel en pleitbezorger voor een sterk en onafhankelijk Europa.

W.L. Brugsma, Foto: Nationaal Archief

Brugsma was in de Koude Oorlog een ferm voorstander van een verenigd en zelfbewust Europa, een Europa dat zich niet als het strijdtoneel zou laten gebruiken van de rivaliserende grootmachten en dat voor zichzelf zou kunnen opkomen in het “rattengevecht” dat zou ontstaan in een wereld gekenmerkt door milieucrises en grondstoffenschaarste. (Als vroege bekeerling tot de Club van Rome was Brugsma een kordaat uitdrager van de onheilstijdingen van het beroemde rapport Grenzen aan de Groei (1972).) Zijn visie op Europa lijkt 20 jaar na zijn dood weer behoorlijk actueel.

Brugsma was een wellevende man, maar had verschillende concentratiekampen overleefd en had aan “zijn wintersemester met een practicum overlevingskunst aan de Volkshogeschool Dachau” geen zonnig mensbeeld overgehouden. Hij zou deze weken treurig zijn geweest over de machteloosheid en irrelevantie van de EU in het Midden-Oosten, over de verwijdering tussen het VK en de EU — een proces dat beiden verzwakt —en over de labbekakkerige voorbereiding van het continent op het naderende onheil van de klimaatcrisis.

Jarenlang leek Brugsma een ongeneeslijke zwartkijker. De voorspellingen van de Club van Rome werden maar niet bewaarheid en de wereld leek na de val van de Berlijnse Muur, anders dan hij had voorspeld, af te stevenen op een vredige, op regels gebaseerde internationale orde naar het evenbeeld van Europa. De recente ontwikkelingen lijken echter postuum zijn gelijk te bewijzen. Het rapport van de Club van Rome, zo wordt langzaam duidelijk, was niet zozeer abuis als prematuur. De gevolgen van de klimaatcrisis zijn inmiddels overal zichtbaar. De internationale samenwerking staat in het tijdperk van Donald Trump, daarnaast, steeds meer onder druk. We leven in een wereld die in toenemende mate wordt gedomineerd door grote machtsblokken en grote multinationale bedrijven en steeds minder door internationale instituties gebaseerd op recht en regels.

Trumps verraad van de Koerden is wat dit betreft een teken aan de wand. Het ondermijnt iedere zekerheid dat de Amerikanen hun woord zullen houden en bondgenoten zullen bijstaan als het erop aankomt. Dat zaait overal onzekerheid en wantrouwen. Welke bondgenoot kan nog vertrouwen op de toezeggingen en verdragsverplichtingen van de VS als een telefoongesprek met een gewiekste potentaat als Erdogan genoeg is om onaangekondigd een trouwe metgezel op het slagveld in de steek te laten. Om te zeggen dat Trump een ramp is voor de liberale wereldorde van na de Tweede Wereldoorlog — een orde waarvan Amerikaanse macht uiteindelijk de hoeksteen is — is een understatement.

Zelfs de NAVO lijkt te desintegreren. NAVO-bondgenoot Turkije doet liever zaken met Rusland. De verhoudingen in de wereld veranderen voor onze ogen. Trumps impulsen worden nauwelijks meer gematigd door zijn kabinet en al zijn onzekerheden en tekortkomingen worden pijnlijk uitvergroot op het wereldtoneel. Met zijn prikkelbare gedrag doet hij daarbij steeds meer denken aan het soort leiders dat W.H. Auden beschrijft in zijn gedicht Epitaph on a Tyrant (1940): “When he laughed, respectable senators burst with laughter / And when he cried the little children died in the streets.”

Maar Europese landen komen in deze tragedie ook niet fraai tevoorschijn. Terwijl de intenties van Trump al geruime tijd duidelijk waren — de Amerikaanse Minister van Defensie Mattis was 10 maanden geleden al afgetreden omdat Trump de Koerdische bondgenoten in de steek wilde laten — hebben de meeste Europese landen deze tijd niet gebruikt om een gezamenlijke Europese respons te formuleren. Ze lijken die tijd vooral te hebben besteed aan het bedenken van excuses waarom Europa toch echt niet de Europese Syrië-gangers in Koerdische hechtenis kunnen repatriëren om ze in Europa te berechten voor hun misdaden.

Nick Cohen sprak in The Observer recentelijk over de catastrofale-mannen-theorie van de geschiedenis (in tegenstelling tot de grote-mannen-theorie). De grote-mannen-theorie stelt dat historische vooruitgang vooral wordt bepaald door grote leiders — Alexander de Grote, Napoleon, Churchill — en niet door anonieme sociale en economische processen. De catastrofale-mannen-theorie is daar het spiegelbeeld van. Sommige leiders is het gegund om de wereld volledig in de soep te laten lopen. De incompetente generaals die hun troepen een nutteloze dood injagen, de captains of industry die met hun blinde ambitie bedrijven te gronde richten en de politieke leiders die met hun hoogmoed tot falen gedoemde politieke projecten doordrukken. Trump is daar uiteraard een sprekend voorbeeld van, maar Cohen denkt hier vooral aan Boris Johnson — zelf een overtuigd aanhanger van grote-mannen-geschiedenis.

Johnson deelt veel van de kenmerken van Cohens catastrofale leider: egocentrisme, arrogantie, hoogmoed, gecombineerd met roekeloosheid, gebrek aan praktische kennis en een opvatting van politiek als louter een spel (waarvan de consequenties hem nooit persoonlijk zullen treffen). Zijn Brexit-project lijkt meer ingegeven door blinde politieke ambitie dan een doorwrochte overtuiging dat een breuk met Europa in het belang is van de Britse burgers. Brexit zou hun vrijheid en controle moeten geven, maar zal vooral leiden tot rijen aan de grens, obstakels voor handel, economische terugval, verlies van internationale invloed en de noodzaak van exportformulieren om goederen van Noord-Ierland naar de rest van het Verenigd Koninkrijk te vervoeren.

Toegegeven, het is niet louter de leider, er zijn ook grote groepen Britten die het onzalige Brexit-plan willen doorzetten. “Everybody understands English, but nobody understands England,” mompelde Juncker terecht na de laatste onderhandelingen. Misschien is het hun eigenaardige voorliefde voor heroïsch falen dat hier opspeelt, de mentaliteit om moedig door te zetten, ook als het inmiddels evident contraproductief en zinloos is.

Dit sentiment werd beeldend uitgedrukt door Tennyson in zijn beroemde gedicht “The Charge of the Light Brigade,” over de fatale charge van de Britse cavalerie op een batterij Russische kanonnen in de Krimoorlog. “Someone had blundered,” dichtte Tennyson, maar de brigade zette toch door: “Theirs not to reason why / Theirs but to do and die / Into the valley of Death / Rode the six hundred.” Nergens worden catastrofale mislukkingen — Kartoem, Duinkerken, de brug te ver in Arnhem, de fatale poolexpeditie van Scott — zo gevierd als in het Verenigd Koninkrijk.

Dit brengt ons terug bij Brugsma. Brugsma was volledig gespeend van enige romantisering van oorlog. Voor hem en zijn generatie wierp de oorlog eerder existentiële vragen op over de dingen waartoe de mens in staat bleek. Het is precies deze oorlogservaring, deze gevoelde noodzaak om de demonen uit het verleden te bezweren, die ten grondslag ligt aan de Europese gemeenschap.

Europese leiders zagen de vereniging van Europa altijd als een vredesproject, als de ontwikkeling van een op recht en regels gebaseerde orde. Gideon Rachman stelde onlangs in de Financial Times dat dit vredesproject zich in de wereld van vandaag met zijn belangenstrijd tussen grote machtsblokken en machtige multinationale bedrijven beter kan transformeren in een “power project”. Dat is een conclusie die Brugsma 40 jaar terug al had getrokken.

Geef een reactie

Laatste reacties (27)