4.189
68

Rouwbegeleider en voorzitter vereniging mensen met EDS

Xandra Koster is zelfstandig rouwbegeleider in haar eigen praktijk ROUWKOST en voorzitter van de VED: patiëntenvereniging voor mensen met EDS

Waar komen al die korte lontjes toch vandaan?

De onverdraagzaamheid en ontevredenheid in de samenleving loopt al een tijdje op. Maar wat is het maximum?

Op verkiezingsavond, twee weken geleden, is er definitief wat veranderd. Het land waar ik me thuis voelde werd een vreemde plek. Wat was al een hele tijd gaande, maar die avond ging er bij mij een knop om. Of een deur of raam dicht.

De volgende dag ging ik naar het politiebureau en deed aangifte tegen Wilders. Misschien naïef, misschien zelfs dom. Ik kan de gevolgen nog niet overzien, maar alles in mij kwam in verzet. Dit moest stoppen. In ons land komt een politicus niet weg met aanzetten tot haat. Hier stellen we vragen voor we oordelen. Onderzoeken we de werkelijkheid, in plaats van dat we die vervalsen. Roepen we op tot consensus, niet tot discriminatie. Dit moest stoppen en ik wist niet hoe. Een beschaafd mens in een beschaafd land kiest dan voor de mogelijkheden die er zijn. Aangifte doen, debatteren, schrijven.

Vervolgens kwam de overval in Deurne en opnieuw was ik met stomheid geslagen. De Facebookpagina’s voor en tegen het juweliersechtpaar. Een demonstratie tegen het juweliersechtpaar. De oordelen, binnen een minuut nadat het nieuws bekend werd. Geen vragen, geen nuance. Polariseren aan beide kanten. Dat gebeurde ook vorig jaar in oktober, met de Zwarte Pieten-discussie. Nog afgezien van de inhoud van die discussie, heeft mij vooral de felheid waarmee deze werd gevoerd geschokt. Wat is hier aan de hand? Waar komen al die korte lontjes vandaan?

Vroeger belde ik met dit soort vragen mijn moeder. Omdat zij er niet meer is ging ik voor het beste alternatief: ik belde mijn vader. Hem vroeg ik of ook hij vindt dat er iets veranderd is. En of de sfeer in Nederland sinds de tweede Wereldoorlog ooit zo grimmig is geweest. Hij bevestigde wat ik al dacht: nee, zo erg was het niet eerder.

We praatten over de mogelijke oorzaken. Mijn vader is gelovig, dus hij denkt dat de ontkerkelijking er in ieder geval mee te maken heeft. Ik ben niet gelovig, alhoewel ik wel ben opgevoed met christelijke waarden. Maar bij ons thuis leerden we ook: nadenken en nuanceren. Mijn moeder was heel streng als je “zomaar wat riep”. Meningen moest je onderbouwen. Maar je moest je ook inleven in de andere kant van het verhaal. “Waarom denk je dat de ander dat heeft gedaan/gezegd? Kun je je daar iets bij voorstellen? Wat zijn de omstandigheden waarin die ander leeft?” Pas als je daar een antwoord op kon geven, wilde ze naar de rest van je verhaal luisteren. Misschien hadden al die andere mensen niet zo’n moeder. Misschien had Geert ook niet zo’n moeder.

Verder constateerden mijn vader en ik dat we het helemaal zo slecht niet hebben in Nederland. Ja, er zijn mensen die het slecht hebben, die arm zijn. Maar de meesten hebben het beter dan in de jaren van de wederopbouw. En toen was er juist veel saamhorigheid, aldus mijn vader. Hij was er bij. Ik zei vervolgens: “misschien hebben we weer een oorlog nodig pap, of een flinke natuurramp. Dan weten we weer hoe goed we het ook al weer hebben. Dan zien we alles misschien weer in het juiste perspectief.” Dat vond mijn vader wel wat ver gaan. Maar hij snapte wel waarom ik het zei.

Pijn, koorts, hitte, dat alles kan oplopen tot een maximum. Daarna zakt het altijd weer af. Ik troost mij altijd met die gedachte als ik pijn heb, of erg emotioneel ben. Dat is gewoon een natuurwet. Je kunt er op vertrouwen. De onverdraagzaamheid, ontevredenheid en kortaangebondenheid in de samenleving loopt al een tijdje op. Maar wat is het maximum? Hoe ver loopt het nog op? Dat is de angst die twee weken geleden onder mijn huid kroop. Dat is wat er is veranderd. En die angst zit daar nog steeds. Hij jeukt en brandt en krabben helpt niet.

Wat wel hielp was het opiniestuk in de Volkskrant van Fouad Aitihda, een bezorgde en betrokken Nederlandse burger met Marokkaanse wortels, zoals hij zichzelf omschrijft. “Er moet een moment komen dat we het niet meer kunnen maken om simpelweg schouderophalend weg te kijken omdat een ieder van ons zich niet persoonlijk aangesproken voelt. Dat laatste hoeft ook niet, maar wij zouden ons wel als gemeenschap aangesproken moeten voelen.”

Kritisch, genuanceerd en eerlijk. Bereid het debat aan te gaan in de eigen gemeenschap. Het is een stap in de goede richting. Ik hoop zo dat het helpt.

Geef een reactie

Laatste reacties (68)