2.228
123

Sociaal psycholoog

Werner de Gruijter (1976, Winterswijk) psycholoog en docent sociale wetenschappen op de Hogeschool van Amsterdam. Hij verdiepte zich zowel in Jungiaanse psychoanalyse als in de geschiedenis van het Westerse intellectuele denken.
Voor meer schrijfsels zie: www.wernerdegruijter.nl

Waar komt het sentiment van rechts-populisme vandaan?

Als de wereld bezien wordt als bedrijf zijn gelijke kansen de klos

Ondanks al het interne gerommel staat de PVV nog immer hoog in de peilingen. Deze geobserveerde ongevoeligheid heeft niets met verstand te maken, maar alles met de werking van gevoel. Dit rechts-populistische sentiment staat in nauwe relatie met de illusie dat de wereld het beste gerund kan worden als een bedrijf. Dit geloof gaat ten koste van de kwetsbaren en vormt daardoor een van de bronnen waar de zondebok-politiek op drijft.

Wie zich bijvoorbeeld focust op onze eigen Nederlandse taal van de afgelopen dertig jaar (niet geheel toevallig de periode van de opkomst van nationalistische bewegingen in Europa), wordt zich snel bewust van de mentale transformatie die zich heeft voorgedaan. ‘Patienten’ veranderden bijvoorbeeld in ‘clienten’, ‘burgers’ werden  ‘consumenten’ en in menige organisatie transformeerden ‘vakmensen’ tot ‘human resources’. Stuk voor stuk zijn dit signaleringen dat Nederland op een fundamenteel andere manier naar zichzelf is gaan kijken: de wereld als ware het een groot bedrijf.  Vrij van gevaren is deze kijk geenszins, omdat de corrumperende invloed van geld een rol begint te spelen in hoe we naar elkaar kijken. Met als gevolg de beschimping van de maatschappelijke ‘losers’ – wat zo mede bijdraagt aan het ressentiment waar partijen op de flanken garen bij spinnen.

Let wel, dit heeft niets met ‘zweverigheid’ te maken – onze gezamenlijk gedragen mentaliteit doet ertoe. Een beroemd voorbeeld is afkomstig uit de antropologisch psychiatrische literatuur, uit een vergelijking tussen Amerikaanse en Thaise kinderen. Amerikanen – afkomstig uit een individualistisch en zakelijk ingestelde cultuur – blijken als gevolg daarvan hun innerlijke problemen gemakkelijker af te reageren op de buitenwereld – en dan vooral op die mensen met een ‘ zwakker’ zelfbeeld. Ze waren in ieder geval agressiever in hun gedrag dan kinderen uit Thailand die, zo wordt vermoed, door hun Boeddhistische achtergrond meer waarde hechten aan zelf-controle en emotionele geremdheid. De les die hieruit getrokken kan worden is tweeledig: ten eerste dat onze individuele psychische hygiëne mede afhankelijk is van de mentaliteit die we ons als cultuur hebben eigen gemaakt en ten tweede dat onze frustraties zich niet per se automatisch richten op de daadwerkelijke oorzaak.

Het probleem nu is dat door ons steeds zakelijker wordende inborst, gepaard met een kille moraal, onbewust bevolkingsgroepen krenkt. Daarmee staat zogezegd onze psychische hygiëne op het spel en dat kan leiden tot ongerichte, negatieve projecties. Dat werkt als volgt: wie gelooft in de bedrijfsmatige wereld, gaat dikwijls uit van de illusie dat onderlinge competitie (in plaats van coöperatie) noodzakelijk is om te overleven. Niet alleen als het om bedrijven gaat, wordt dit vrije markt principe toegepast – ook als het om afzonderlijke individuen gaat.

Deze zogenaamde ‘strijd om het bestaan’ levert een kille moraal op. We hebben elkaar namelijk wijsgemaakt dat iedereen vandaag de dag evenveel kansen krijgt om wat van zijn leven te maken; als er tenminste maar hard genoeg wordt gewerkt. Wat tegelijkertijd impliceert dat iemand die de top niet behaalt dit aan zichzelf te wijten heeft. Lang leve de meritocratie, de samenleving van ‘gelijke’ kansen.

Wie echter behept is met een dergelijk waanidee kan met een schoon geweten bezuinigen op budgetten voor sociaal zwakkeren. Ze hebben het immers ‘verdiend’ nietwaar? Uitkeringstrekkers!

Met de werkelijkheid heeft dit niets van doen. Want hoe hard je ook werkt in Nederland – de sociale mobiliteit neemt juist af in die landen met een te eenzijdig geloof in de ‘vrije’ markt (en dat geldt ook voor ons land). Maar door allerlei sociale beïnvloeding wordt dat niet zo gevoeld. Media en politiek besteden bijvoorbeeld onevenredig veel aandacht aan die enkeling die het wel heeft ‘gehaald’. Wat bovendien miskent wordt, zijn factoren als geluk, geld, verschil in intelligentie, kruiwagens en opvoeding in het behalen van succes. Dat maakt een snel oordeel over de mensen die onder aan de ladder staan erg onredelijk.

Deze krenking blijft niet zonder gevolgen. Dit genereert namelijk een flinke dosis onbehagen bij diegenen die worden weggezet als ‘loser’. En omdat hier niet openlijk over wordt gesproken – richt deze negatieve energie zich niet op de werkelijke oorzaak. Wetende dat mensen in individualistische samenlevingen sowieso een neiging hebben om sneller hun problemen te projecteren – is het zeer aannemelijk dat hier een van de bronnen huist waar de zondebok-politiek dankbaar gebruik van maakt.

Natuurlijk – iedereen is voor gelijke kansen. Maar het tegenovergestelde van gelijke kansen wordt bereikt als de wereld te eenzijdig wordt bezien als een competitief ingesteld bedrijf. Deze trend gaat gepaard met een kille moraal dat frustraties genereert die vervolgens afgereageerd worden op de meest kwetsbare groep. Dit proces is niet ‘zweverig’, maar juist zeer tastbaar aanwezig in onze dagelijkse praktijk. Te ver gezocht, denkt u? Dat zou kunnen. Wake up!

Geef een reactie

Laatste reacties (123)