2.327
50

Schrijfster, feministe, activiste

Anja Meulenbelt (1945) is schrijfster, feministe, activiste en oud-parlementslid voor de Nederlandse SP. Ze publiceerde veertig boeken.

Waarom altijd Israël?

Er komt de klad in het automatische 'wij staan pal achter Israël' dat heel lang het mainstream denken in Nederland en Europa kenmerkte.

Wie, zoals ik, actief is voor de rechten van Palestijnen (en uiteindelijk ook voor het behoud van Israël – een werkelijk democratisch, rechtvaardig, mensenrechten respecterend Israël) kan er op rekenen stelselmatig bestookt te worden door de ‘andere kant’ – degenen die niets willen weten over de rechten van Palestijnen, die weigeren zich in het verhaal van de Palestijnen te verdiepen, en er kennelijk geen bezwaar tegen hebben dat Israël op grote schaal het internationaal recht blijft schenden.

Maar er komt de klad in het automatische ‘wij staan pal achter Israël’ dat heel lang het mainstream denken in Nederland en Europa kenmerkte. We het kunnen zien, bij elke nieuwe daad die de verontwaardiging wekt: de oorlog tegen de bevolking van Gaza die niet eens kon vluchten, 1400 doden, waaronder meer dan 300 kinderen, we zien het bij de aanval op de Free Gaza flottielje die negen doden kostte – de kritiekloze steun aan Israël is niet meer een automatische reflex. En daarmee veranderen ook de reacties van Israël en de Israëlverdedigers, de mensen die denken dat ze ‘vrienden van Israël’ zijn.
Van het aloude ‘alles wat Israël doet is goed’ is het zwaartepunt van de verdediging verschoven naar: ‘Israël kan wel verkeerde dingen doen, maar ze zijn de enigen niet. Dus waarom moet iedereen Israël hebben?’ Dat is, in de woorden van Adam Keller, van het Israëlische Gush Shalom, een teken dat de verdedigers zich nu verschansen achter een tweede verdedigingslinie. Dat Israël slechte dingen doet kan niet meer worden ontkend, maar dat doen andere landen ook, is de redenatie. En wie dus toch blijft hameren op de slechte daden van Israël, en zich niet even druk maakt over Darfur, Tsjetsjenië, Tibet of wat hebben we nog meer aan onrecht, menselijke ellende en politieke brandhaarden, maakt zich schuldig aan ‘selectieve verontwaardiging’ en laadt de verdenking op zich om speciaal de pik op Israël te hebben. En dan ben je al gauw bij het etiket ‘Israëlhater’ en nog maar een stap verwijderd van het verwijt een jodenhater te zijn. Ik ontvang vele variaties op dat thema. Zo was er een meneer die op grond van het feit dat ik niet even voortvarend actie voerde tegen de dreigende steniging van een Iraanse vrouw als voor Gaza wilde concluderen dat ik selectief verontwaardigd was, wat alleen maar kon betekenen dat ik specifiek iets tegen Israël had, en dus was ik kennelijk een antisemiet. (Nou had ik de petitie over die Iraanse vrouw al lang ondertekend, maar ik vind het erg onnodig om bij elke langstrekkende tegenstander die vindt dat hij mij ter verantwoording kan roepen daar ook nog serieus op te reageren).

‘Selectieve verontwaardiging’ is nu het sleutelwoord voor de Israël-verdedigers. Je mag wel kritiek hebben op Israël, maar in proportie (en wat in proportie is bepalen dus de Israël-verdedigers). Want als ik me meer druk maak over Israël dan over – zeg maar – dan is dat een bewijs dat ik niet deug. Dat is bijvoorbeeld de redenatie van het echtpaar van der Wieken in een opiniestuk in Trouw waarin in alle ernst wordt beweerd dat de ‘overmaat’ aan aandacht voor ‘het Midden-Oostenconflict’ voortkomt uit het oeroude onderbuikgevoel van weerzin tegen joden’, en ‘overmatige’ kritiek op Israel een Jood-vijandige sfeer schept. Ook wel gewoon antisemitisme genaamd. (Zie voor het opiniestuk Trouw) Een citaat:

“Het is onjuist om te stellen dat er alleen kritiek is op de staat Israël, niet op het Joodse volk. Kritiek op het handelen van de staat Israël is op zichzelf niet anders dan kritiek op de handelingen van welke staat dan ook. Het wordt antisemitisme in twee gevallen. Ten eerste als het bestaansrecht van de staat Israël wordt ontkend of betwijfeld. Ten tweede wanneer Israël selectief wordt bekritiseerd en zijn daden met een unieke meetlat worden gemeten die niet geldt voor andere naties.

Dat laatste is het geval. In Iran worden homo’s en dissidenten geëxecuteerd, China bezet al 60 jaar Tibet, Mugabe hongert en martelt zijn burgers dood, de Janjaweed in Soedan heeft 300.000 doden op zijn geweten, in Congo zijn sinds 2007 vijf miljoen mensen vermoord en de lijst gaat via Kirgizië, Koerdistan en Tsjetsjenië door over bijna de hele wereld. Maar de media publiceren meer over Israëls daden dan over alle andere samen.

Laten we deze redenatie eens uiteenrafelen.

Kan het zijn dat kritiek op Israël gepaard gaat met antisemitisme? Zeker kan dat. Ik neem zonder meer aan dat mensen die denken dat joden een naar en onbetrouwbaar soort mensen zijn ook niet veel op hebben met Israël. Maar kun je dat omdraaien en zeggen dat kritiek op Israël dus vanzelfsprekend voortkomt uit een hekel aan joden? Natuurlijk niet. Die kritiek kan vele motivaties hebben: kennis van zaken over de manier waarop Palestijnen moeten zien te overleven onder Israëlische bezetting, bijvoorbeeld. Of hechten aan de reeds afgesproken normen van mensenrechten en internationaal recht, zie de de Rights Forum. Of grote bezorgdheid over de verloedering van Israël, zoals door Een Ander Joods Geluid of de kritiek van vele, ook Israëlische joden, die met lede ogen aanzien wat hun land aan het doen is.
Het eerste argument: mensen die het bestaansrecht van Israel ontkennen of betwijfelen. Ik ken geen mensen, tussen al die mensen die kritiek hebben op Israëls schendingen van mensenrechten en internationaal recht, die zeggen dat Israël zou moeten verdwijnen. Ik ken wel mensen, en ik ben daar een van, die zich afvragen of het ooit een goed idee is geweest van de zionisten om een staat te willen vestigen in een land waar al andere mensen woonden, en die zeker van mening is dat de etnische zuivering die heeft plaatsgevonden misdadig was. Ook vind ik dat Israël dringend een normale democratie moet worden, met gelijke rechten voor alle staatsburgers ongeacht etniciteit of religie, zoals dat in de Europese landen al lang gebruikelijk is. Ik beweer in mijn boek Oorlog als er vrede dreigt, dat geen enkel probleem in Israël/Palestina op te lossen is als Israël vast blijft houden aan de gedachte dat de staat Israël per definitie een joodse staat moet blijven, met een joodse meerderheid en met meer rechten voor joden dan voor andere staatsburgers. Wijs ik daarmee het bestaansrecht van Israël af? Dacht ik niet. Dat deed zelfs Arafat niet. Maar voor vele Israël-apologeten staat mijn stellingname, die je nauwelijks extreem of radicaal kunt noemen – want geheel conform met wat we in Europa normaal vinden – gelijk aan de wens om alle joden de zee in te willen drijven, of een andere hysterische variant op dat thema.
Het tweede criterium dat het echtpaar aanlegt om te beoordelen of de kritiek op Israël wel binnen proportie is, is de vraag of de kritiek op Israel niet ‘selectief’ is. Een argument dat ik op zich wel serieus wil nemen.
Het punt is alleen dat de met de regelmaat van de klok naar mij verstuurde verwijten dat ik me wel bezighoudt met Gaza, maar niet met Darfur of met de onderdrukte Iraanse vrouwen buitengewoon schijnheilig overkomen. Het is zo evident dat het de aanvallers zelf geen reet kan schelen hoeveel doden er waren in Darfur of hoeveel Iraanse vrouwen worden gestenigd – zelf steken ze daar nooit een poot voor uit, anders kon ik me van harte bij hen aansluiten. Wanneer ik de vraag beantwoord met een vraag waarom zij er zelf niks aan doen, waarom ze geen actiegroep beginnen zoals ik dat voor Gaza heb gedaan blijft het oorverdovend stil. De van de Wiekens zie ik nog geen actie voeren tegen de bezetting van Tibet. Ze willen alleen graag mij de mond snoeren over Israël. Ik vind het persoonlijk nogal misselijk om een vrouw die dreigt gestenigd te worden, zoals die andere Israël-adept deed, te misbruiken om te proberen mij er van af te brengen om me in te zetten voor Gaza, dan wel, om mijn motivatie om dat te doen in diskrediet te brengen.
Dit is mijn simpele antwoord: ja, er zijn nog meer problemen in de wereld. Ja, het is belangrijk dat daar meer aandacht voor komt. Ja, ik vind dat de normen van mensenrechten en internationaal recht op iedereen, en elk land van toepassing zijn, en dat we daarbij niet met twee maten horen te meten, dus dat we ook niet van Israël goed mogen vinden wat we van andere landen niet zouden accepteren, en ik ben het er mee eens dat we op dat vlak van mensenrechten in andere landen nogal eens tekort schieten. Maar dat betekent niet dat je iets recht zou kunnen trekken door – opnieuw – de andere kant op te kijken wanneer Israël weer aan de gang gaat met de illegale uitbreidingen van nederzettingen, met het opsluiten en collectief bestraffen van gehele bevolkingsgroepen, met het doden van burgers, met het zonder enige vorm van proces opsluiten van Palestijnen, met het discrimineren van Arabische staatsburgers. Want dit is de afspraak die verbonden is met de notie van internationaal recht: net zoals ik geen vrijbrief heb om te jatten omdat mijn buren ook wel eens wat stelen, net zo min kan Israël zich verschuilen achter het feit dat er nog andere landen zijn die ook oorlogsmisdaden op hun geweten hebben. Het is nu eenmaal geen zandbak waarin een jongetje kan roepen juf hij deed het ook.
Dus mijn antwoord op het verwijt komt er op neer dat ik er erg voor ben dat ook onrecht elders wordt bekritiseerd en aangepakt. En niet dat we het evenwicht alleen maar kunnen behouden door minder kritiek te hebben op Israël – want dat is uiteraard de enige werkelijke bedoeling van de gehanteerde schijnargumenten.
Blijft de vraag over waarom we ons, ook in Nederland, meer en vaker druk maken over Israël dan over Darfur. Want dat is, los van het feit dat ik niet vind dat je dat terug kunt voeren op ‘jodenhaat’ zoals het echtpaar hierboven probeert te doen, op zich een legitieme vraag. En daar zijn meerdere antwoorden op mogelijk.

Deel II – zondag 8 augustus 

Er zijn meerdere redenen waarom we ons meer interesseren voor wat Israël doet, dan voor de daden van andere landen. Een ervan is een hele simpele: we voelen ons meer verwant met de joodse bevolking van Israël dan met vele andere volkeren elders. De joodse Israëli’s komen voor een groot deel uit Europa, en we hebben een pijnlijk stuk van de geschiedenis gedeeld. En het is ook niet vreemd dat dat meer verontwaardiging oplevert: we zijn ook meer ondersteboven wanneer een vriend vreselijke dingen blijkt te hebben gedaan, dan wanneer het een vreemde is die we alleen uit de krant kennen.

 En er is een pragmatische reden waarom de beweging voor de rechten van Palestijnen sneller groeit dan andere solidariteitsgroepen: wanneer je iets wilt bereiken moet je focussen, en elke poging om in één keer de gehele wereld te redden loopt natuurlijk op niks uit. Zo hebben we in het recente verleden ons ook gefocussed op de apartheid in Zuid-Afrika, destijds ook allesbehalve het enige onrecht dat er bestond, zo hebben we actie gevoerd tegen de oorlog in Vietnam, terwijl er wel meer oorlogen waren, en hebben we, door ons te beperken tot een gekozen speerpunt resultaten behaald die we niet behaald zouden hebben wanneer we steeds op onze vingers hadden afgeteld: deze week niet langer dan een half uur voor de Amerikaanse ambassade, anders is het ‘disproportioneel’. Net zo mal zou het zijn om de mensen in Nederland die zich inzetten voor de illegale vluchtelingen te verwijten dat ze zich niet bezig houden met de gehandicapten – of omgekeerd. En hoe onzinnig dat is begrijp je meteen als je de zaak even omdraait. Als ik me even intensief, al jaren had ingezet voor Tibet, had ik dan ook het verwijt gekregen dat ik me niet bezig houdt met de Palestijnen? Niemand zou op die gedachte zijn gekomen.
Maar dat is nog geen antwoord op de vraag waarom nou juist Israël. En zoveel minder Darfur. Want het is een feit dat er meer wordt geschreven en getoond in de media over Palestina/Israël, dan zelfs over Afghanistan en Irak – waar we als land toch ook mee te maken hebben.
Er is een politiek antwoord mogelijk op die vraag, en die luidt, kort, dat het ‘Midden-Oostenconflict’ nu al vele jaren duurt, en desastreuze effecten heeft op zowat de gehele rest van de wereld. Zolang dat conflict niet is opgelost houden we een buitengewoon ontvlambare situatie in de gehele regio. Het speelt mee in de moeizame relatie tussen de Arabische en de westerse wereld, het werkt door in de verhouding tussen christenen en moslims. Het feit dat de VS en Europa de verdragen over mensenrechten en internationaal recht niet handhaven als het gaat om Israël schept enorm veel wantrouwen in de niet-westerse wereld – hoezo democratie, hoezo westerse normen, hoezo dit vertoon van superioriteit wanneer die landen zich niet eens kunnen houden aan hun eigen afspraken? Hoezo samen optrekken tegen dreigende kernbewapening wanneer we Iran willen bestoken maar het goed vinden dat Israël kernwapens heeft? De niet-westerse wereld vindt dat wij met twee maten meten, en daar hebben ze gelijk in. En meer: de Israel/Palestina kwestie splijt joden onderling, het zet onze verhouding met moslimlandgenoten onder druk, er is overduidelijk een kongsie gaande – zie Wilders – tussen de Israël aanhangers en de islamofoben die alles zo graag aan de moslims willen wijten, er is kortom, allang geen manier meer waarop we het conflict dat daar speelt ook daar kunnen houden. We hebben er dus belang bij dat het opgelost wordt. We hebben een goede reden om ons er druk over te maken.
En er is een laatste reden, en dat is onze historische betrokkenheid. Adam Keller, zelf Israëli, heeft een historisch betoog opgezet waarmee hij duidelijk wil maken waar de betrokkenheid van Europa bij Israël vandaan komt. En dat heeft er mee te maken dat Israël, door hun jonge geschiedenis heen, altijd heeft gerekend op het westerse bondgenootschap. Het begon er mee dat de zionisten een beroep deden op de westerse mogendheden om een uitzonderlijk project te ondersteunen, namelijk het claimen van een land, op dat moment nog een Brits mandaatgebied, als een ‘nationaal tehuis’ voor de joden, met als enige argument dat hun voorvaders daar tweeduizend jaar eerder zouden hebben gewoond. Er zijn meerdere nationale bewegingen geweest die steun vroegen voor hun onafhankelijkheid als natie, maar nog nooit was dat een groep die op dat moment – het begin van het zionisme was in 1897 – niet meer uitmaakte dan tien procent van de bevolking. Dat dat gelukt is heeft er zeker mee te maken dat er in het westen, zeker na de holocaust, een oprechte sympathie was voor een vervolgd en gedecimeerd volk. Maar met het toestaan van de gevraagde privileges hebben we het ook goedgevonden dat de zionistische beweging niet alleen een staat vestigde in Palestina, maar daartoe ook nog het overgrote deel van de plaatselijke bevolking van huis en haard verdreef. (Lees het boek van Ilan Pappé, De etnische zuivering van Palestina) Noch de Balfourdeclaratie van 1917, waarbij de Britten lieten weten de stichting van een ‘joods tehuis’ in Palestina goed te vinden, noch het verdelingsplan van de VN in 1947 hebben de zionisten feitelijk een vrijbrief gegeven om de Palestijnse bevolking op de vlucht te jagen en te deporteren. Integendeel: in het Balfourdeclaratie – niet meer dan een brief – staat dat het tehuis alleen op voorwaarde gesticht mocht worden dat de burgerrechten en religieuze rechten van de niet-joodse bevolking niet in gevaar gebracht zouden worden, en in het verdelingsplan van de VN was onder andere als voorwaarde vermeld dat er gelijktijdig een Arabische staat gesticht zou worden naast Israël. Israël heeft zich nooit aan die voorwaarden gehouden, noch de aangegeven grenzen gerespecteerd, en Europa heeft dat zo gelaten. Europa is er dus mede verantwoordelijk voor dat we het lot van de Palestijnen in Israëlische handen legden, en de Palestijnen geen werkelijke gelegenheid gegeven om ergens hun recht te halen. De VN resoluties zijn papier gebleven. Toen in 1949 Israël werd toegelaten tot de VN is niet geëist dat het teveel veroverde land teruggegeven zou worden. Wij in het westen zijn dus degenen die Israël altijd een uitzonderingspositie plus bijbehorende privileges hebben toegestaan, zonder ons te bekommeren om wie daar de rekening voor betaalde. En dat nu, begint langzamerhand te veranderen.

Pas in 1967, toen Israël ook nog een bezettende mogendheid werd die zelfs die laatste 22% niet aan de Palestijnen over wilde laten begon het beeld een beetje te kantelen, en werd Israël niet langer gezien als David die zich tegen Goliath moest weren. Het heeft lang geduurd dat we Israël bleven zien als het slachtoffer, en er zijn mensen die dat nog doen, maar het begint de dagen dat de Palestijnen meer aanspraak hebben op de titel van underdog dan de Israëli’s. Het is begrijpelijk dat Israël, dat er altijd op kon rekenen blind gesteund te worden nu onrustig wordt nu er – mogelijk – een einde komt aan de vanzelfsprekende voorkeursbehandeling, en dat ervaren als een bedreiging. Maar er is geen sprake van dat er nu opeens met twee maten wordt gemeten. Hoogstens moet het pijn doen dat we zijn begonnen om daar mee op te houden.

Want ook dit wordt duidelijk: Israël bestaat al 63 jaar, het is nog steeds oorlog na oorlog, en er is nog geen begin gemaakt aan het oplossen van de problemen. De bezetting duurt er al 43 jaar, en er ligt van de Israëlische zijde niet één serieus vredesplan. Het leven van de Palestijnen wordt met het jaar miserabeler, en het valt steeds minder te verdedigen dat het allemaal hun schuld zou zijn. Het geduld raakt langzamerhand op.

Dus terug naar de vraag waarom we ons meer bezig houden met Israël dan met andere landen. Omdat Israël altijd een uitzonderingspositie heeft geclaimd, en het westen hen dat ook heeft gegeven. Daarmee zijn we zwaar medeplichtig aan wat er nu is ontstaan. Israël heeft zich niets aangetrokken aan de gestelde voorwaarden, en wij, het westen, hebben hen daar niet aan gehouden. En langzamerhand komen we tot de ontdekking dat we daarmee niet alleen de ellende voor de Palestijnen mee hebben veroorzaakt, we zien ook dat Israël zelf niet in staat blijkt om zonder druk van buiten af de problemen op te lossen – integendeel, de bezetting wordt alleen nog maar verder uitgebreid. Israel glijdt af naar een land waar de oorspronkelijke zionistische pioniers zich in toenemende mate voor schamen. En we zien dat de ontplofbare brandhaard blijft bestaan, met gevaar voor een groot deel van de wereld.

Tony Judt, net overleden, zelf joods, zei het in 2003 zo:

“De deprimerende waarheid is dat Israël huidige gedrag niet alleen slecht is voor Amerika, hoewel dat zonder twijfel waar is. Het is zelfs niet alleen slecht voor Israël zelf, zoals vele Israëli’s tegenwoordig zwijgend toegeven. De deprimerende waarheid is dat het huidige Israël slecht is voor de joden.”

De reden dat we ons druk maken over Israël, is dat de situatie die nu is ontstaan mede onze schuld en onze verantwoordelijkheid is. Waar Israël last van heeft, en waar de Israël-adepten zich door bedreigd voelen, is dat de tijd is aangebroken om Israël niet stilzwijgend van privileges te voorzien en de andere kant op te blijven kijken terwijl ze doorgaan met het onder de voet lopen van een ander volk. Nog heeft Israël de kans om de steun van Europa te behouden, maar dat is aan voorwaarden verbonden: dat er een begin wordt gemaakt met het zich houden aan de verdragen, aan het internationaal recht, aan mensenrechten, en een eind wordt gemaakt aan de bezetting die nooit zo lang had mogen duren. Eindelijk zou het kunnen gebeuren dat we niet langer met twee maten meten, maar van Israël eisen dat ze zich houden aan de regels waar elk andere staat, inclusief wij zelf ons aan hebben te houden. Dat kan uiteindelijk Israël zelf geen kwaad doen. En daarom is dat in de verste verte geen antisemitisme.


Laatste publicatie van Anja Meulenbelt

  • Feminisme Anja Meulenbelt

    Feminisme

    terug van nooit weggeweest

    Juni 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (50)