10.789
94

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Waarom blijven we in Europa eigenlijk genoegen nemen met dat Globish?

Engels heeft nadelen. De spelling van de woorden is willekeurig en vaak nog min of meer middeleeuws.

Clément Beaune, de Franse minister van Europese Zaken wil in de intereuropese communicatie het gebruik van steenkolenengels tegengaan. Hij vindt het beter als iedereen zijn of haar moedertaal spreekt en professionele tolken de onderlinge verstaanbaarheid voor hun rekening nemen. Eigenlijk is dat nu ook al het geval. Alle stukken van de Unie zijn in de talen van elke lidstaat beschikbaar. In het Europees Parlement wordt heel wat afgetolkt.

OpenClipart-Vectors

Toch is het wel handig als mensen die elkaar anders niet zouden verstaan, over een of andere taal beschikken voor de onderlinge communicatie. Lodewijk XIV heeft er met zijn culturele propaganda voor gezorgd dat Frans die rol in deftige kring bijna drie eeuwen lang vervulde. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft Engels die rol steeds meer overgenomen. De oorzaak daarvan is een combinatie van twee factoren: de macht en de invloed van de Verenigde Staten en het feit dat tot de Tweede Wereldoorlog het British Empire in elke atlas ongeveer een derde van de wereldkaart besloeg.

Latijn is toch gauw een jaar of tweeduizend de belangrijkste intellectuele en wetenschappelijke taal van Europa geweest. Tot 1876 schreef de Nederlandse wet voor dat aan universiteiten in het Latijn moest worden gedoceerd.

Nu is het dus allemaal Engels geworden, althans het soort steenkolenengels dat ook wel wordt aangeduid als Globish. Het verschilt van het Britse, het Ierse, het Afrikaanse, het Amerikaanse en het Hindi Filmi Engels. Het is de taal van de macht.

Engels heeft nadelen. De spelling van de woorden is willekeurig en vaak nog min of meer middeleeuws. Die zegt betrekkelijk weinig over de uitspraak. Met wat basiskennis aan grammatica en woorden kun je er al snel aardig in brabbelen maar om je werkelijk precies in het Engels uit te drukken, moet je er een diepgaande studie van maken. In het licht daarvan is Globish een gebrekkig instrument.

In verschillende delen van de wereld zijn de laatste eeuwen talen ontstaan die worden aangeduid als pidgin. Ze danken hun ontstaan meestal aan plekken waar mensen met uiteenlopende linguïstische achtergronden elkaar ontmoeten zoals bedevaartsoorten, havenplaatsen en markten. Of tragischer: slavenplantages. Voorbeelden daarvan zijn het Tok pisin van Papua New Guinea of het Kreol aysisyen van Haïti. Waarom trouwens zo ver van huis gaan? Je hoeft maar in Rotterdam of Amsterdam het openbaar vervoer te nemen, of je hoort Sranan Tongo en Papiamentu. Je merkt in veel van die talen overigens de echo op van Europees kolonialisme en imperialisme  want Engels, Frans, Spaans en Portugees zijn er vaak krachtig doorheen gemengd.

Indonesië is een bijzonder voorbeeld. Linguïstisch is dit eilandenrijk een mengelmoes. Voor de onderlinge communicatie ontstond daarom in de loop der eeuwen het zogenaamde pasar (markt) Maleis, dat zijn wortels heeft in een taal die op de kusten van Sumatra en het schiereiland Malakka gesproken wordt. In de eerste helft van de twintigste eeuw bouwden Indonesische geleerden deze taal uit tot een volwaardig medium dat de naam kreeg Bahasa Indonesia. Op een groot congres in de koloniale tijd riepen de nationalisten dit uit tot officiële taal, eerst van de bevrijdingsbeweging, daarna van de natie. Omdat het eigenlijk niemands moedertaal was, kwamen er geen beschuldigingen van cultureel imperialisme van. Tegenwoordig worden er meesterwerken geschreven in het Indonesisch, het is de voertaal van de media en de film. Het wordt langzamerhand ook een moedertaal. Vaak communiceren echtelieden van verschillende etnische afkomst in het Bahasa Indonesia zodat de kinderen het van jongs af aan mee krijgen. Toch lijden de oorspronkelijke talen voor zover ik weet niet onder het feit dat Bahasa Indonesia de nationale taal is. Een opmerking tussendoor: heb het nooit over bahasa zonder enige toevoeging. Dat betekent ‘taal’ en laat zien dat je er niks van weet.

Aan het eind van de negentiende eeuw ontwikkelden Europese intellectuelen kunstmatige talen om de communicatie en de vrede te bevorderen. Twee trokken inderdaad de aandacht: Volapük en vooral Esperanto. De schepper daarvan, de oogarts Ludwik Lejzer Zamenhof uit Byalistok in Polen, ontwikkelde die als hulptaal. Hij leefde in een deel van Europa waar toen veel volkeren door elkaar woonden in multinationale staten, namelijk Oostenrijk-Hongarije, het tsaristische Rusland en het Ottomaanse Rijk. Zamenhof zelf had een pacifistische, democratische instelling. Zijn taal – benadrukte hij – was niet bedoeld om moedertalen te vervangen maar als hulpmiddel. Hij wist in heel Europa interesse voor dit idee te wekken in progressieve kring. Esperanto sloeg nogal aan onder socialisten voor wie in die tijd het “Proletariërs aller landen” nog geen zinledige leuze was. Er ontstond een mondiaal netwerk van arbeiders-esperantisten. Tot in de jaren zestig zond de VARA elke week het Socialistisch nieuws in Esperanto uit, een minuut of tien, niet meer. Op zijn hoogtepunt waren er in de hele wereld miljoenen gebruikers van de taal onder wie – vergis ik mij niet – Willem Drees. Esperanto is gemakkelijk te leren. Zamenhof ontwierp een logische grammatica zonder uitzonderingen. De spelling stelt je niet voor verrassingen. De uitspraakregels zijn kraakhelder.

Momenteel is de schepping van Zamenhof op sterven na dood.  Er staat nu eenmaal geen wereldmacht achter het Esperanto. Wel een ijverig hoofdkwartier op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam met een uitgebreide bibliotheek. De financiële situatie is wanhopig.

Toch is het Esperanto in principe een bruikbare kandidaat om in Brussel het Globish te vervangen. Zamenhof liet zich bij zijn ontwerp en zijn vocabulaire vooral inspireren door Germaanse, Romaanse en Slavische talen. Het is voor de sprekers van de meeste talen in ons werelddeel gemakkelijker te leren dan Engels. De kans dat Esperanto opnieuw tot leven komt, is natuurlijk gering maar het getuigt van intellectuele luiheid om alternatieven voor het gebrekkige Globish zomaar weg te wuiven. Je zou ook een vóórbeeld kunnen nemen aan pidgintalen en vooral het succes van het Bahasa Indonesia.

Tenzij het niet meer hoeft omdat de vertaalcomputers tot een volmaakte omzetting kunnen komen zoals je in Star Trek ziet. In dat geval zouden computers ook emoties en gevoel aan moeten kunnen. Het lijkt me sterk dat dit lukt zonder dat je als machine een eigen bewustzijn hebt opgebouwd.

Liefhebbers van Science Fiction raad ik aan Jack Vance, the Languages of Pao, in het Nederlands vertaald als De talen van Pao.

Zo klinkt Tok pisin

Zo klinkt Kreol. Toto Necessite zingt de klassieker Ti Pouchon

Zo klinkt Bahasa Indonesia: het volkslied

Zo klinkt esperanto. Hello van Adele in het esperanto


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (94)