2.239
25

Ingenieur en publicist

André van Es is ingenieur, studeert filosofie en publicist. Werkzaam in de astronomie maar publiceert bij over duurzaamheid en politiek.

Waarom een referendum niets oplost

De formulering van de vraag in een referendum is veel bepalender voor de uitslag dan het referendum zelf

Sinds Cameron het Britse volk een referendum heeft voorgehouden neemt ook in Nederland de roep om een referendum toe. Een referendum zou burgers betrekken bij Europa of een referendum zou het democratisch tekort van Europa compenseren want de burgers zouden een stem krijgen. Het is allemaal niet waar. Een referendum zal de kloof tussen burger en bestuur vergroten en de frustratie over Europa doen toenemen.

Waarom wordt een vraag voorgelegd aan het volk?
Daarvoor moeten we eerst kijken hoe onze democratie werkt. Representatieve democratie werkt als volgt. Eén keer in de vier jaar mag een burger naar de stembus om te stemmen op de partij of persoon die hem of haar representeert. Vaak selecteren we met het oog op onze portemonnee. Na het stemmen hebben we nauwelijks invloed op wat de gekozen persoon (want het eindigt wel altijd met een persoon, maar het begint met standpunten en soms een visie) gaat doen. Stiekem stemmen we op personen en meestal voor iemand die aardig is of lijkt. Dat is een verstandige strategie want je wil vooral dat degene die je representeert handelt zoals jij zou handelen in een onverwachte situatie.

Meestal is het centrale thema tijdens een verkiezing binnen een jaar vergeten en dan moet die politicus pas echt doen wat jij wilt. Meestal doet hij dat niet, dan stemmen we niet meer op deze persoon. Die kloof ontstaat omdat het politieke systeem verwacht dat de burger zwijgt nadat hij gestemd heeft. Dan is vier jaar de politiek aan zet en kan de kloof weer groeien. Een kloof die smaller wordt door de verkiezingen en die daarna door zoiets doms als een inkomensafhankelijke zorgpremie razendsnel breder wordt.

In die gevallen waarin de representatieve democratie niet bij machte is om een antwoord te formuleren wordt het referendum voorgesteld. De vertegenwoordigers, zo zorgvuldig gekozen bij de verkiezingen geven toe dat ze hun mandaat op dit onderwerp niet aankunnen. Het uitschrijven van een referendum door een regering is een proeve van onbekwaamheid van de zittende regering.

Wat doet een referendum nu precies?
Het brengt een complex onderwerp zoals Europa terug tot een Ja/Nee-vraag. De formulering van de vraag in een referendum is veel bepalender voor de uitslag dan het referendum zelf. Maar als we over de vraag van het referendum al een verkiezing moeten gaan houden verzanden we in een eindeloos stemcircus. Stel we houden het simpel en kiezen voor het ultieme EU referendum: Nederland moet in de EU blijven. De uitkomst kan dan maar twee kanten op. Eén; we blijven in de EU en de significante minderheid die tegen is staat aan de kant.  Het kan ook andersom uitvallen maar ook in dat geval heeft een grote groep Nederlanders kennelijk niets in te brengen. Voor de verliezers van het referendum wordt de kloof tussen burger en bestuur alleen maar groter.

Terwijl tussen die twee uitersten van een referendum een wereld aan mogelijkheden ligt, zoals de EU beperken tot de markt, de markt plus open grenzen, tot een federale EU of zelfs het opheffen van de natiestaten en als Europaland verder gaan. Over geen van die varianten heeft de burger zich uit kunnen spreken.

Het hele probleem wordt teruggebracht tot Ja/Nee waarbij in het geval van ja de deur voor de politiek wagenwijd openstaat om door te stomen naar een volledig geïntegreerd Europa want het Nederlandse volk heeft zich immers uitgesproken voor de EU. De burger staat na een referendum over een willekeurig onderwerp net zo hard buiten spel als na de verkiezingen. De vraag welke van de mogelijke nuances de beste oplossing is voor het gestelde probleem wordt niet door de burger maar door de politiek beslist. Als het er echt om gaat staat ook de winnaars van het referendum weer aan de kant. Ze hebben geen enkele inspraak over wat er met de uitslag van het referendum gebeurt.

Hoe moet het dan wel?
De bewindspersoon met wie ik in het vorige kabinet het meest oneens was gaf bijna het goede voorbeeld: Henk Bleker toen het ging over rituele slacht. Dit zou een ideaal onderwerp voor een referendum zijn geweest. Het onderwerp koppelt de groene krachten aan de islamofoben en dit zou ongetwijfeld geleid hebben tot een verbod op deze slacht. Hadden we daarmee de democratie recht gedaan?

Ik denk het niet. Er zouden een aantal religieuze minderheden overblijven die zich zouden afkeren van de wet. De rituele slacht zou niet stoppen. Nee die zou doorgaan in stallen op het platteland en in keukentjes in de stad. Gelovigen die opgepakt worden voor het overtreden van de wet worden martelaren en helden. Voor een individuele gelovige staat god immers boven de wet. Door het geheimzinnige gedoe van slachtpartijen op achteraf plaatsen neemt het dierenleed per saldo toe.

De oplossing die Bleker heeft geïmplementeerd, door betrokkenen om de tafel te zetten, was veel beter.  Door de wensen van gelovigen, samen met deskundigen naast de wens voor minimaal dierenleed te leggen is er een compromis op tafel gekomen. Het overgrote deel van het consumptievlees wordt goed verdoofd geslacht. Alleen in een aantal bijzondere gevallen is rituele slacht onder controle toegestaan. Het netto effect is minimalisering van het dierenleed door draagvlak te creëren bij veel van de betrokkenen. Een referendum krijgt dit niet voor elkaar.

De wil van de meerderheid doet geen recht aan een democratische samenleving want het gedraagt zich als een dictatuur. Het bij elkaar brengen van alle partijen die betrokken zijn bij een probleem lijkt een veel beter middel maar kost wel meer tijd. Hierdoor ontstaan wel genuanceerde oplossingen die praktisch uitvoerbaar zijn, breed draagvlak hebben en het beoogde effect zo dicht mogelijk benaderen.

Een dergelijke aanpak zou zeer goed passen om te komen tot een goede Nederlandse visie op Europa. Zo wordt de kloof tussen burgers en bestuur wel kleiner, wordt recht gedaan aan de gevoelens van minderheden en het allerbelangrijkste wordt de kennis die op alle niveaus in de samenleving aanwezig is optimaal benut. De kloof sluiten is een illusie, de kloof kleiner maken kan wel, maar niet met een referendum.

Geef een reactie

Laatste reacties (25)