914
29

Hoogleraar duurzame transities

Jan Rotmans is hoogleraar transitie economie aan het Dutch Research Institute for Transitions (Drift) aan de Erasmus Universiteit en oprichter van Urgenda. Hij publiceert over klimaatverandering en transitie naar duurzaamheid.

Waarom heeft Nederland wel een Deltaplan maar geen plan voor energie?!

De SER voorspelt dat fossiele brandstoffen tot 2030 dominant blijven. Heb geduld, tact, strategie en visie. Maar bovenal urgentie!

Er raast een orkaan door de energiewereld. Er woedt een strijd tussen de gevestigde fossiele energie orde en de snel opkomende duurzame energie orde. Dit geeft veel onrust, dynamiek en turbulentie en veel energiebedrijven zullen hierbij het onderspit delven.

Wereldwijd botsen twee krachten frontaal op elkaar: de overvloed aan fossiele energie, vooral in de vorm van onconventioneel gas en olie (schaliegas en schalie-olie) en een overschot aan goedkope kolen. Daartegenover de razendsnelle opkomst van schone energie (wind, zon, duurzame warmte en 2de generatie biomassa), waar de afgelopen 5 jaar meer dan 2000 miljard dollar in is geïnvesteerd. In volume is schone energie mondiaal nog klein (ca. 2%), maar groeit met 20-30% per jaar (zelfs in de huidige crisis) en wordt per jaar goedkoper. De grote motor achter schone energie vormen landen als China, Duitsland, Japan en Amerika. In Amerika is vorig jaar meer geïnvesteerd in windenergie dan in het veelbesproken schaliegas. Wereldwijd wordt nu voor het eerst meer geïnvesteerd in schone energie dan in fossiele energie.

Schone energie is onmiskenbaar bezig aan een onstuitbare opmars. Hoe sneller de opmars van schone energie, hoe groter het verzet vanuit het fossiele energieregime. De met uitsterven bedreigde dinosauriërs verzetten zich met hand en tand tegen de machtsovername en overspoelen de wereld met onconventionele olie, gas en kolen. Het zal de transitie naar schone energie hooguit vertragen maar niet tot stilstand brengen. De mondiale energietransitie wordt namelijk niet gedreven door schaarste, klimaatverandering of milieufactoren, wel door geopolitieke krachten, machtsoverwegingen en prijsontwikkelingen.

Energie wordt samen met klimaat en grondstoffen steeds meer een veiligheidsvraagstuk. Om de nakende conflicten rondom energie en grondstoffen voor te zijn, zijn wereldmachtsblokken als China, India en Amerika heel pro-actief. Europa echter niet, Europa heeft geen duidelijke strategie en visie en is niet op weg naar energie-autonomie.

En Nederland? Nederland zit in een fossiele lock-in. Een overschot aan kolen- en gascentrales, een enorme hoeveelheid warmteverlies en heel weinig duurzame energie. Nederland heeft geen plan B als het gas op is, rond 2025-2030. De 16% duurzame energiedoelstelling voor 2020 is een formidabele opgave: een verdubbeling de komende 4 jaar en daarna weer een verdubbeling in 4 jaar. En daarna begint het pas echt, weer een verdubbeling in 10 jaar en daarna weer. Dat lijkt een schier onmogelijke opgave, vergelijkbaar met de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor is nodig dat alle beschikbare krachten worden verenigd.   

De momentane hoop is gevestigd op een SER-energieakkoord. Via een breed draagvlak voor een radicale energieomwenteling. Helaas zijn de begrippen radicale innovatie en breed draagvlak onverenigbaar met elkaar. Radicaal betekent dat aan de bestaande belangen wordt getornd en impliceert een machtsverschuiving. En een breed draagvlak (polderakkoord) betekent incrementele aanpassingen en impliceert dat de bestaande energie machtsorde intact blijft.

Op korte termijn zijn Greenpeace en Shell onverenigbaar: Greenpeace stelt dat Nederland in 2050 fossielvrij kan zijn, terwijl Shell aangeeft dat fossiele energie nog tot 2050 dominant blijft. De machtige lobby van de energie-industrie dient te worden gebroken, maar dat lijkt onmogelijk: de chemische industrie klaagt nu al dat men 1 miljard per jaar verliest door het goedkope schaliegas in Amerika. En de groene energielobby is verdeeld en naïef en maakt geen echte vuist. Het onvermijdelijke compromis is dan dat radicale ingrepen naar achteren wordt verplaatst, na 2030. Dat is dan ook de voorspelbare uitkomst van het SER-proces: tot 2030 blijven gas en kolen dominant en pas daarna is er ruimte voor een radicale omslag.

Zo werkt het echter niet bij transities. Transities beginnen klein, vanuit een smal maar diep draagvlak. Dat vraagt tijd, geduld, tact, strategie en visie. En bovenal urgentie: waarom heeft Nederland wel een Deltaplan voor water en niet voor energie?!    

Geef een reactie

Laatste reacties (29)