3.822
139

coördinator Internationale Socialisten

Ewout van den Berg (1986) is landelijk coördinator van de Internationale Socialisten, redacteur voor www.socialisme.nu en organisator van Marxisme Festival.

Waarom links niet de colleges in moet

In verschillende gemeenten zijn linkse partijen onderdeel van de college-onderhandelingen. Er zijn goede historische redenen waarom links niet ‘aan de knoppen moet gaan zitten’. Dit wordt versterkt door de vergaande decentralisering. Links kan beter het verzet op straat bouwen tegen Rutte III.

‘Politieke macht ligt in het parlement.’ Dat is het belangrijkste idee binnen de liberale democratie die door Fukuyama begin jaren negentig werd aangemerkt als ‘eindpunt van de geschiedenis’. Veel linkse partijen zien regeringsverantwoordelijkheid daarom als belangrijkste middel om verandering door te kunnen voeren. Dit is een gevaarlijke illusie.

Binnen het kapitalisme stuit elke regering die principieel links beleid wil doorvoeren op grote weerstand vanuit het bedrijfsleven. De Chileense socialist Allende moest het in 1973 met de dood bekopen, terwijl linkse regeringen zoals die van den Uyl of de Franse president Mitterand bakzeil haalden onder de chantage van het kapitaal. Dit zagen we de afgelopen jaren ook terug met Syriza in Griekenland.

Op een golf van arbeidersverzet en meer dan dertig algemene stakingen werd de radicaal-linkse partij vier jaar geleden de grootste met de verkiezingen. Vanaf het begin werd de door Syriza geleidde regering onder grote druk gezet door de ECB, Merkel en Dijsselbloem. De partij hoopte de EU te overtuigen dat bezuinigingen averechts werkten, maar het omgekeerde gebeurde. De partij voert nu hard bezuinigingsbeleid door en werkt op militair niveau samen met apartheidsstaat Israël.

Het voorbeeld van Syriza is belangrijk. Niet omdat we hier politieke partijen hebben met duizenden leden geworteld in links-radicale traditie, maar omdat het een indicatie geeft van welke krachten er loskomen als linkse partijen fundamentele verbeteringen voor werkende mensen willen doorvoeren. Socialisten zouden zich niet moeten opstellen als de beste manager van het kapitalisme, maar alles moeten doen om het einde te bespoedigen van een systeem dat winst boven mens en leefomgeving plaatst.

Medeplichtig aan afbraak
Wat voor de landelijke politiek opgaat, geldt al helemaal voor gemeentepolitiek. Zo bestuurde de SP de afgelopen vier jaar met de neoliberale partijen D66 en VVD. Door onder andere akkoord te gaan met de afschaffing van de erfpacht gaf de partij een deel van de zeggenschap over de huizenmarkt op en ontnam zij de stad een jaarlijkse inkomensbron.

Dit was vier jaar geleden. De verhoudingen in een aantal grote steden liggen nu anders: in steden zoals Utrecht, Nijmegen en Amsterdam is een college zonder de VVD mogelijk. Maar dat maakt bestuursverantwoordelijk nog geen goed idee. D66 is niet minder neoliberaal en links heeft op lokaal niveau helemaal niet de middelen om een alternatief te vormen voor het hard-rechtse Rutte III.

De eerste grote stad waar het college al rond is, biedt weinig reden voor optimisme. Eind april werd er in Nijmegen een links-liberaal college aangekondigd met SP, GroenLinks en D66. GroenLinks-informateur Scholten stelde als voorwaarde voor collegedeelname de volgende vraag: ‘Bent u bereid te bezuinigen op het budget van sociale zaken zoals (jeugd)zorg, armoedebeleid, bijstand, huishoudelijke hulp en het werklozenbeleid om de oplopende tekorten te stoppen?’

Decentralisering
Dit is het resultaat van een jarenlang proces van decentralisering dat door de PvdA en VVD werd versneld. Onder Rutte II ging een overheveling van verantwoordelijkheden voor jeugdzorg, AWBZ en bijstand naar een gemeentelijk niveau samen met een bezuiniging van vijf miljard euro. Deze bezuiniging werd verdedigd door te stellen dat ‘voorzieningen zo dichterbij de burger komen te liggen’. In werkelijkheid betekende de decentralisering een verdere herverdeling van arm naar rijk.

Vanwege deze bezuinigingsmaatregel moeten gemeenten nu meer doen met minder. Zo bleek uit onderzoek van Binnenlands Bestuur dat in september 2017 bij de helft van de gemeenten het geld voor de jeugdzorg al op was en bij driekwart ondertussen wachtlijsten waren ontstaan. Gemeentes hadden vorig jaar 270 miljoen euro tekort voor het uitbetalen van bijstandsgelden.

De decentralisering zorgt hiermee voor rechtsongelijkheid. Toegang tot sociale voorzieningen wordt hiermee afhankelijk gemaakt van de samenstelling van de gemeente. Gemeenten met relatief veel hulpbehoevenden, worden daardoor gedwongen het meeste te bezuinigen en hebben de slechtste voorzieningen. Gemeenten zelf hebben maar beperkt ruimte om zelf inkomsten te genereren.

Linkse colleges worden op deze manier verantwoordelijk gemaakt voor het doorvoeren van landelijk afbraakbeleid. Rutte III en extreem-rechts zullen niet op hun handen gaan zitten terwijl Rutger Groot Wassink in Amsterdam links beleid probeert door te voeren. Dat zagen we de afgelopen weken al met de hetze tegen de ongedocumenteerde vluchtelingen van Wij Zijn Hier die plaatsvond terwijl partijen onderhandelden over een links liberaal college.

Wat wel?
De voorgestelde 24-uursopvang voor Wij Zijn Hier in Amsterdam laat ook precies zien waarom links juist de bewegingen moet opbouwen. De activistische vluchtelingen zijn een fractie van het totaal aantal vluchtelingen dat in Nederland tussen wal en schip valt. Elke vorm van opvang die lokaal afgedwongen wordt, moet juist gebruikt worden om een landelijke beweging op te bouwen die opkomt voor de mensenrechten van vluchtelingen.

Het neoliberale tij kan alleen gekeerd worden door van onderaf het verzet hiertegen te bouwen niet door van bovenaf de scherpe kantjes hiervan af proberen te vijlen. Als antwoord op de decentralisering moet links niet pleiten voor meer bevoegdheid voor gemeenten om lokaal belasting te heffen, zoals bijvoorbeeld de Vereniging Nederlandse Gemeenten, maar juist een beweging bouwen die de dividendbelasting opnieuw invoert, en de vennootschaps- en vermogensbelasting weer verhoogd in plaats van verlaagd.

In 1968 werd de opstand in Frankrijk – net zoals in veel andere landen – door een combinatie van staatsrepressie en falende leiding door de Communistische Partij en de vakbonden in de kiem gesmoord. Nu, vijftig jaar later, is met de diepe economische crisis van het kapitalisme, de heropkomst van extreem-rechts en een naderende klimaatcatastrofe de urgentie van de strijd voor een echt links alternatief niet zo groot geweest.

De demonstratie tegen Rutte III op 31 mei in Rotterdam in het kader van het FNV Offensief is daarom een belangrijk moment op de weg naar een hete herfst.

Geef een reactie

Laatste reacties (139)