10.056
63

Schrijfster

Christianne Offermans (Chrisje), 37, schrijfster / auteur en werkzaam bij de overheid, bezit van jongs af aan een natuurlijk communicatief talent. Op haar eigen website, www.chrisje.info, schrijft zij herkenbare, grappige en ontroerende columns. Sinds 2014 is zij opiniemaker voor Joop.nl (BNNVARA). In 2014 was ze één van de winnende finalisten bij de landelijke schrijfwedstrijd Jouw Verhaal. In 2017 werd Christianne het eerste vrouwelijke redactielid van de GayKrant, waar ze sinds haar eigen coming out als columnist voor schrijft: daarnaast is ze auteur van de eerste live online geschreven thriller genaamd BODEM.Op de populaire Facebook pagina Chrisje volgen meer dan 17.000 lezers haar columns en quotes, altijd andersom denkend: een aantal van haar spreuken werd dan ook door Omdenken gepubliceerd.

Waarom mannen vrouwen niet begrijpen

Sorry dames, maar ik snap wel een beetje waarom mannen vrouwen niet begrijpen

We zijn zo tegenstrijdig, vaak.

We willen geëmancipeerd zijn, werken, ons eigen geld verdienen, ons mannetje staan. Maar als een man ook een geëmancipeerde, vrouwelijke bijdrage aan de restaurantrekening verwacht, kijken we hem vanonder onze geëpileerde wenkbrauwen hoogst beledigd aan. Dan knipperen we een paar keer verbaasd met onze Maybelline wimpers en trekken met de portemonnee ook een zuur mondje.

We willen serieus genomen worden, gerespecteerd worden en voor vol aangezien worden. Alle dagen van het jaar, liefst. Maar twee dagen in de maand, meestal rond dezelfde tijd, zijn we labiel, huilerig, zitten we met snottebellen op de bank te blèren als een driejarige, roepen we dat het hele leven K is, en zoeken we ruzie om ruzie te kunnen maken. Compleet met verwijten als “Zie je wel, je hóudt niet eens van me, anders had je wel uit jezelf geweten dat ik nee bedoelde toen ik ja zei!”

Of, zoals vriendin K. zo droog opmerkte, “Ik ben over het algemeen gelukkig. Maar één dag in de maand, wil ik gewoon altijd dood.”

We zien onze mannen het liefst als volledig geëmancipeerde vaders, die hun hand er niet voor omdraaien om met een knalroze BabyBjorn over straat te lopen, een poepluier verschonen tussen de moeders in een pretpark, of om met hun kleintjes gaga-goegoe-praat te doen op publieke plekken. We willen dat zij mee gaan naar de yoga, mee op staan als de kinderen wakker worden voordat de buurthaan begint te kraaien, en liefst gevolgd door een spontaan ontbijtje op bed voor moeders – inclusief roos en rugmassage – graag.

Maar zodra de kleine uk koorts heeft of valt, en die geëmancipeerde vaders er op af stormen om te troosten c.q. helpen, stoten we hem met een welgemikte elleboog opzij en zeggen we: “Hij/zij wil door mama getroost worden!” Zo geëmancipeerd hoeft hij nou ook weer niet te worden. We willen ons immers wel nog een béétje onmisbaar voelen als moeder, vaders mogen al zo veel.

We willen dat vaders hun kinderen verschonen en aankleden, totdat ze met dochter/ zoonlief beneden komen, en deze niet de juiste kleurencombinatie draagt. Dan zeggen we: “Wat heeft papa jou nou aangetrokken?” en kleden we ze om. Lekker motiverend.

Dan is er nog iets wat wij vrouwen doen, wat zéér verwarrend is voor mannen.

Mannen zijn over het algemeen wat rationeler, en hebben zeer veel behoefte aan duidelijkheid. Alles wat je aan het toeval overlaat, kun je vergeten. Mannen willen gewoon dat wij een duidelijke vraag stellen. Dan zeggen zij daar wel ja of nee op. Niet zo moeilijk, toch?

En wat doen wij vrouwen? Wij stellen geen duidelijke vragen. Wij geven hínts.

We gaan op de bank zitten, het ene been over het andere, wiebelen onze pump onrustig heen en weer. En we zuchten. We zuchten wat af, wij vrouwen. We zuchten net zo lang en net zo hard, totdat manlief wel moet opkijken van zijn gadget.

Dan vraagt de man, terwijl zijn laatste Angry Bird door de lucht vliegt: “Is er iets?” Als we het echt op onze heupen hebben, zeggen we dan eerst: “Nee, er is niks, hoor”, met bijbehorende pruillip en blik richting parketvloer of nagels.

De man denkt dan: Mooi. Er is niks. En katapulteert vrolijk weer een vogel op zijn touchscreen.

Ondertussen ontploffen wij dan bijna, want natúúrlijk is er wel iets, ziet hij dat dan niet?

Nee, dat ziet hij niet.

Hij werd gestoord omdat we wat hard ademden, maar toen hij ons vroeg of er iets was, zeiden wij nee, daarmee is de kous af.

Maar natuurlijk is die kous niet af.

We hínten. We hopen dat hij onze lichaamstaal leest, dat hij diep in de oeverloze diepte van onze ogen kijkt en zegt: “Schat, lieverd, ik zíe toch aan je dat er iets is, hoe kan ik je dag op empatische wijze weer goed maken?”
Maar dat doet hij meestal niet.
Hij is zich namelijk van geen kwaad bewust.

En dat Kwaad, waar hij zich niet van bewust is, zit naast hem op de bank, te wiebelen met haar pumps. Het wordt steeds kwader.

Als we dan nog niet snappen hoe mannen communiceren, zuchten we eens heel diep, staan we demonstratief op, lopen we met onze hakken in het parket borend, naar de keuken, waar we luidruchtig de vaatwasser gaan staan in- of uitruimen. Daarbij laten we pannen extra hard in de kast kledderen, kijken we hoe ver af we het bestek kunnen mikken zodat het toch nog in het juiste vak terecht komt, en als we écht irritant zijn, mompelen we ook nog wat binnensmonds gevloek, net hard genoeg dat hij het kan horen, maar te zacht voor hem om te verstaan wát we zeggen.

Soms schrikt de man dan op van zijn Angry Birds spelletje, door zijn eigen vleesgeworden angry bird, die in de keuken smijt met pasta-tangen en bakjes. Hij denkt dan, huh, er was toch niks, waarom is ze dan zo luidruchtig bezig? en krabt zich eens achter zijn oor. Als hij niet al te bang aangelegd is voor lichamelijk letsel, brengt hij zijn gadget in veiligheid en durft hij de keuken in te komen lopen om te vragen of het gaat.

En dan, dan is het prijs.

De man staat niets vermoedend te kijken terwijl de tsunami achter hem opdoemt en losbreekt. Een stortvloed van verwijten, die zich uren, dagen, weken, of zelfs maandenlang hebben opgehoopt, wordt in één keer op die arme kerel losgelaten.

“Natuurlijk gaat het niet!” schalt het door de keuken, gevolgd door een stroom van verwijten, meestal opgebouwd in de loop van de dag – en als we het echt op onze heupen hebben, zit in de stroom van verwijten nog een aantal verwijten van vorige week, vorige maand, die ene keer dat hij flirtte in de Efteling, of een oude koe van tien jaar geleden.

De man vraagt zich af waar dit alles in godsnaam vandaan komt, en hoe het kan dat zijn anders toch best lieve en redelijke vrouw, nu door de keuken raast als een tiran met stoom uit de oren. Hij snapt niet waar ze het vandaan haalt, al die verwijten, en wat hij in godsnaam misdaan heeft. Bovendien had hij bijna level 32 van Angry Birds gehaald, en dat wil hij eigenlijk graag af gaan maken.
Maar de vrouw interesseert zich niet voor zijn gadget, en zij weet weet wél wat hij misdaan heeft. Ze zal het hem eens haarfijn uitleggen, nu ze toch bezig is.

Aan het einde van zo’n tsunami – die meestal voorkomen in bovengenoemde dagen van de maand – laat ze de man verbouwereerd achter, terwijl ze haar neus gaat snuiten op het toilet, en vraagt hij zich af hoe zijn leven er uit zal zien als vrijgezel. De vrouw echter, is de tsunami kwijt, voelt zich een tikkeltje schuldig, want zo kwaad had ze het nou ook weer niet bedoeld.
Mannen zeggen meestal direct wat hen dwars zit. Vrouwen zijn daar soms een beetje jaloers op. Want de hele week rondlopen met zo’n opgebouwde tsunami in je buik, dat is niet fijn hoor. Dat blijft borrelen, en ten slotte moet-ie er uit. De vraag is alleen wanneer. Vrouwen spelen fervent hints met mannen, maar het spelletje wordt nooit echt begrepen aan de andere kant.

Als wij zeggen: “Pffff, de zolder moet weer eens opgeruimd worden”, denken mannen: “Daar heeft ze gelijk in” en gaan verder met hun denkbeeldige vechtscène in Modern Warfare. Hij gaat echter op geen enkele wijze er van uit dat wij daar mee bedoelen “JIJ moet de zolder weer eens opruimen. En met weer eens bedoel ik NU.”

Aangezien we geen vraagteken achter de zin zetten, voelt hij zich in het geheel niet aangesproken. En als we heel eerlijk zijn, is dat ook niet zo gek. Want als we willen dat hij iets doet, waarom vrágen we het dan niet gewoon? Hij denkt dat we gewoon een feit constateren.

Om een lang verhaal niet nog langer te maken, snap ik dus wel, dat mannen ons niet snappen.

Godzijdank hebben we ondanks alle emancipatie, toch nog steeds borsten en kunnen we ook best lief zijn, die andere 28 dagen van de maand. Genoeg tijd voor de man om weer op te laden en de vrouw om verwijten te verzamelen en hints te bedenken voor de volgende keer.

Het laatste boek van Christianne Ridderbeekx is ‘Grenzeloos’

Volg Christianne Ridderbeekx ook op Twitter

Dit artikel staat ook op de website van Christianne

Geef een reactie

Laatste reacties (63)