Laatste update 11:08
1.266
47

Historicus, blogger

Clio Stronk is in het dagelijks leven een ploeterende millenial, generatie Y (voorheen patatgeneratie), maar vooral bezorgd burger. Ze blogt over geschiedenis.

Waarom Margaret Thatcher tegen een Brexit zou zijn geweest

Thatcher was één van de leiders van de ja-campagne bij een eerder referendum over de EU in 1975 en wist; om te kunnen winnen moet je aan tafel zitten

7195540202_353f798021_zJo Cox is vermoord en de kogel kwam van rechts. Extreemrechts, maar overal in Groot-Brittannië hoor je mensen die verlangen naar ‘de goede oude tijd’. Een minderheid van hen heeft Winston Churchill echt bewust meegemaakt, maar Margaret Thatcher met haar “No. No. No.” tegen Europa zit rotsvast in het collectief geheugen. Toch denk ik niet dat Thatcher voor een vertrek uit de EU zou hebben gestemd op 24 juni. Want hoewel Boris Johnson zich graag neerzet als een erfgenaam van Thatcher (onder andere met zijn speech uit 2013 met de titel “What Would Maggie do Today”), had hij in dit geval toch beter zijn klassiekers moeten kennen.

Referendum
Om te kunnen voorspellen wat de Iron Lady zou doen, is het interessant om na te gaan wat ze heeft gedaan. In 1975, vlak nadat Thatcher partijleider van de Conservatieven was geworden, was er ook een Brits referendum over de EU (toen nog de Europese Economische Gemeenschap of EEG), met de vraag blijven of niet. Thatcher was één van de leiders van de ja-campagne en hoewel ze later in haar carrière niet te spreken was over het beleid van de EU, was niet aan tafel zitten geen optie voor haar. Ze is dus niet gaandeweg haar premierschap van mening veranderd.

Het eerdergenoemde citaat ging over een voorstel om de Europese Commissie en het Europees parlement meer macht te geven en de individuele landen minder. Dat was voor Thatcher simpelweg onbespreekbaar. De meeste mensen in de wereld hebben een plan B. Thatcher had vooral een route B, C en D om plan A uit te voeren en veranderde zelden van mening. Hoewel ik geen fan ben van Thatcher moet ik toegeven dat weinig leiders in de recente geschiedenis zo effectief waren als zij. Zij stelde een doel en bereikte dat koste wat kost.

Wat is het plan?
Het huidige nee-kamp lijkt niet echt een plan te hebben. Want nee zeggen tegen Europa is één ding, maar consensus over wat het alternatief (plan B) is, is ver te zoeken. Op facebook gaat een post rond van Iain Smith en hij vat het als volgt samen:

I know there are problems with the EU, but can anyone properly explain wat our plan is if we leave? We have all been on a night out with that mate who when you are in a club says “it’s shit here” let’s go somewhere else. Then when you leave you realise he has no idea where to go and the place you left won’t let you back in. Without a decent follow up plan a leave vote could see the UK standing in a kebab shop arguing about who’s fault it is.

Hoewel het debat veelal gaat over migratie, gaat het uiteindelijk over economie. En hoewel de Britten er trots op zijn dat ze op een eiland wonen, zijn ze bepaald niet zelfvoorzienend en dus verbonden met de rest van de wereld. Zonder verdragen en afspraken zal het duurder worden om te importeren, maar ook zullen bedrijven tegen beperkingen aanlopen om te exporteren. Dus wat zijn de alternatieven nu precies?

EFTA
Ten eerste kunnen ze weer lid worden van de Europese Vrijhandelsassociatie (EFTA), de organisatie die op hun initiatief in 1960 werd opgericht met Denemarken, Noorwegen, Zweden, Oostenrijk, Zwitserland en Portugal. Inmiddels zijn alleen Noorwegen, Zwitserland, Liechtenstein en IJsland lid. Binnen de EFTA zijn geen beperkingen bij de handel onderling, maar er zijn ook geen gemeenschappelijke afspraken met niet-lidstaten. Dus land A heeft niets te zeggen over het beleid van land B. Op zich niet onaantrekkelijk voor Groot-Brittannië, ware het niet dat de markt binnen de EFTA zo klein is dat het verlies van de interne markt van de EU daarmee niet wordt opgevangen.

Noorwegen, IJsland en Liechtenstein hebben daarom gezamenlijk een verdrag gesloten met de EU en vormen samen de Europese Economische Ruimte (EER). De landen hebben toegang tot de Europese markt, maar in ruil daarvoor is er vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal tussen de EU en de EER en zijn ze verplicht om EU wetgeving in hun eigen land in te voeren. Toen het verdrag gesloten werd ging iedereen er namelijk van uit dat de landen snel bij de EU aan zouden sluiten en was dit slechts een overbruggingsperiode. Nu zijn de landen gebonden aan Europese afspraken, maar mogen niet meebeslissen. Voor Groot-Brittannië betekent dat alleen een verslechtering van de huidige situatie. Het merendeel van de bevolkingsgroei in Noorwegen (meer dan 70 procent inmiddels) komt door migratie uit EU- en niet-EU-landen.

Gewilde prooi
Zwitserland wilde ook deelnemen aan de EER, maar in een referendum stemde de bevolking tegen. Daarom heeft dat land meer dan 100 bilaterale verdragen gesloten met verschillende EU-landen. Over die verdragen is vaak jaren onderhandeld en ze zijn wederom gesloten met het idee dat Zwitserland uiteindelijk toch wel lid zou worden van de EU. Op het moment dat Groot-Brittannië besluit tot een Brexit blijft de status quo twee jaar bestaan om het land de ruimte te geven te onderhandelen. Daarmee zijn ze acuut in het nadeel, want die deadline is voor hen belangrijker dan voor Europa. De financiële instellingen die nu in Londen zitten zijn een gewilde prooi en door de onderhandelingen te saboteren hopen andere landen dat veel bedrijven eieren voor hun geld zullen kiezen en verhuizen. De interne markt van de EU is te belangrijk om er niet te zijn.

Een aparte douane-unie zoals die tussen Turkije en de EU is een optie, maar dan zal Groot-Brittannië waarschijnlijk vergaande toezeggingen moeten doen op het gebied van de opvang van migranten. Veel verder dan ze nu bereid zijn om te gaan. Uiteraard kan Groot-Brittannië ook gewoon apart lid worden van de Wereldhandelsorganisatie of WHO (de EU onderhandelt als een blok) en erop vertrouwen dat iedereen zich aan de internationale afspraken houdt. Maar de WHO is een onderhandelingsforum van 161 leden. Het idee is dat er iedere paar jaar nieuwe onderhandelingsrondes zijn waarbij alle bestaande afspraken worden geëvalueerd om waar nodig aangepast te kunnen worden. De Doha-ronde begon in 2001 en had in 2004 klaar moeten zijn. Dat werd 2013.

Britten hebben al een keer de boot gemist
Het vertrouwen van een aantal eurocritici dat er een speciale deal gesloten kan worden voor Groot-Brittannië waarmee ze wel de lusten krijgen en niet de lasten lijkt mij een utopie en Thatcher wist dat als geen ander. Ja, Groot-Brittannië heeft op dit moment een paar uitzonderingsposities, maar die zijn niet zomaar tot stand gekomen. Laat ik daarom beginnen met een klein stukje voorgeschiedenis. Ten eerste de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS).

De kolen- en staalproductie van alle deelnemende landen werd in de EGKS gereguleerd door een hogere autoriteit. In de praktijk kon Duitsland niet de eigen industrie bevoordelen en de andere landen hadden een veel lagere of geen eigen productie, waardoor zij slechts op papier macht overdroegen. Groot-Brittannië had wel een omvangrijke zware industrie en veel meer te verliezen, dus deden ze niet mee.

De EGKS was succesvol en al snel begonnen de onderhandelingen over verdere economische samenwerking: de Europese Economische Gemeenschap (EEG). De Britten werden uitgenodigd aan de onderhandelingstafel, maar haakten al snel af. De Britten wilden zelf hun importtarieven bepalen en waren ervan overtuigd dat investeren in het Gemenebest op de lange termijn de gunstigste keuze was. Toen de EEG succesvol werd richtte Londen de EFTA op om toch een alternatieve Europese markt te hebben zonder de nadelen van de EEG.

Veto
Het werkte wel, maar de EEG werkte beter. De Britse economie groeide veel minder sterk dan de economieën van de EEG-landen. Al in 1961 probeerden de Britten daarom om alsnog lid te worden van de EEG. Maar in Frankrijk was Charles de Gaulle na een periode van 13 jaar weer aan de macht gekomen in 1959. Hij wilde geen ‘Atlantische inmenging’ (voor hem was er geen verschil tussen Brits-Engels en Amerikaans-Engels). Hij sprak in ’63 en ’67 zijn veto uit.

4250453400_4f4b3b3774_o

In Groot-Brittannië waren veel politici er inmiddels van overtuigd dat ze de boot hadden gemist. Ze waren ineens afhankelijk van Frankrijk, instituties waren al gevestigd en ze hadden niet mee kunnen beslissen over beleidszaken die wel invloed hadden op hun eigen land. Ze waren soeverein, maar konden niet concurreren met de veel grotere Europese markt. In 1969 trad De Gaulle af en vrijwel direct begonnen de Britten voor de derde keer te onderhandelen over toetreding. Nu moesten de Britten hun positie veroveren aan een tafel waar de kaarten al geschud waren. Het belangrijkste struikelpunt was het landbouwbeleid. Landen als Frankrijk produceerden veel meer landbouwproducten dan ze nodig had en dus kregen boeren in Europa exportsubsidies en die werden betaald met importheffingen op landbouwproducten van buiten. Groot-Brittannië had een relatief kleine landbouwsector en importeerde veel producten, voornamelijk uit het Gemenebest.

De Britten wisten dondersgoed dat dit ze veel geld zou kosten, maar ze gingen ervan uit dat ze door toe te treden enorme economische groei zouden krijgen waardoor dat verlies opgevangen kon worden. Na een marathonvergadering van 300 uur hakte het Britse parlement met een kleine meerderheid de knoop door en de Britten werden deel van de EEG per 1 januari 1973. Tien maanden later brak de oliecrisis uit, stortte Europa in een enorme recessie en bleven de verwachte voordelen van een lidmaatschap uit voor de Britten. Door het landbouwbeleid van Europa werd Groot-Brittannië nettobetaler. Van iedere pond die naar Europa ging kwam de helft weer terug en de rest werd opgeslokt door voornamelijk Franse, Nederlandse en Italiaanse boeren.

Terug naar de onderhandelingstafel
Hoewel Labour in 1967 zelf ook een lidmaatschap van de EEG had aangevraagd, waren het de Conservatieven die tussen 1970 en ’72 de definitieve onderhandelingen waren begonnen en akkoord waren gegaan met de voorwaarden. Labour vond dat ze er een potje van hadden gemaakt en vooral de linkervleugel vond dat Groot-Brittannië op deze manier beter helemaal uit de EEG kon stappen. Hun leider Harold Wilson zette voor de verkiezingen in op nieuwe onderhandelingen en een referendum over wel of niet blijven om de linkerflank tevreden te stellen. Hij won in Groot-Brittannië, maar niet in Europa: de andere landen accepteerden geen grote wijzigingen in het landbouwbeleid, hoewel ze akkoord gingen met een andere verdeelsleutel voor importheffingen waardoor het leed van Groot-Brittannië een klein beetje verzacht zou moeten worden.

In maart 1975 waren de onderhandelingen afgerond en schreef premier Wilson een referendum uit. Hij en de meeste Labour-prominenten waren voor. Om een kabinetscrisis voor te blijven mochten de leden van zijn kabinet wel zelf hun standpunt bepalen. Meerdere leden van zijn eigen regering sloten zich aan bij de nee-campagne en het referendum was het begin van de scheuring die Wilson probeerde te voorkomen. Het nee-kamp was een allegaartje van extreemlinks tot extreemrechts en een aantal nationalistische partijen. Het ja-kamp (waarvan Thatcher één van de kopstukken was) was veel groter en werd gesteund door vrijwel alle media en het zakenleven.

Crisis
De opkomst was uiteindelijk hoger dan die van de parlementsverkiezingen in die jaren: 65 procent en ruim 2/3e was voor. Voor veel politici was het duidelijk: Groot-Brittannië had voor eens en voor altijd voor Europa gekozen. Maar de omvang van de economische crisis was op dat moment nog niet duidelijk. Iedereen dacht dat de markt ieder moment weer aan kon trekken en dat gebeurde steeds maar niet.  De compensatie voor de importheffingen waar Wilson zo hard voor had gevochten bleek in de praktijk nauwelijks verschil te maken en de andere Europese landen vonden het wel prima.

22337159185_a2cb08d826_zIn 1979 werd Margaret Thatcher premier en zette keihard in op een eerlijke compensatie. Het duurde weliswaar tot 1984, maar zij wist het voor elkaar te krijgen door te dreigen om maar gewoon helemaal niets meer af te dragen aan Europa. Zo vlak na de Falklandoorlog was wel duidelijk dat de Iron Lady niet van de loze dreigementen was en Europa boog. Diep. Thatcher stelde in 1979 simpelweg een doel (“we want our money back”) en werkte daar geduldig naar toe, als een krokodil die loert op een prooi. Op het juiste moment sloeg ze toe en de buit was binnen, de andere landen stemden in met een ‘rebate’, waardoor de Britten na ingewikkelde berekeningen tussen de 60 en 70 procent korting per jaar kregen op de officiële bijdrage.

De EU zal Groot-Brittannië niet tegemoet komen
De bijzondere afspraken waren dus een correctie van een eerder probleem. Als de Britten hadden gekozen om in 1957 mee te doen of als De Gaulle niet dwars had gelegen was de situatie waarschijnlijk totaal anders geweest omdat het beleid anders was geweest en de Britten veel meer hadden geprofiteerd van de economische baten van de EEG. Ik ontken zeker niet dat de Britten op een aantal terreinen aan het kortste eind hebben getrokken en het sentiment begrijp ik dan ook best. Maar het idee dat na een Brexit ‘even’ een nieuw akkoord gesloten kan worden waardoor Groot-Brittannië het beste van twee werelden zal krijgen (wel de economische voordelen en niet de politieke lasten) is ridicuul, zeker omdat ze geen goede uitweg hebben waar consensus over bestaat. Het Gemenebest is gewoon geen volwaardige vervanging.

Als Groot-Brittannië terug naar de onderhandelingstafel moet hebben ze maar twee jaar de tijd om het eerst zelf eens te worden over het beste alternatief, daar moet daarna nog over onderhandeld worden met andere partijen. En die onderhandelingen gaan tot ver, heel ver na de komma. Ik vrees dan ook dat Londen zich heel diep in de vingers zal snijden met een Brexit op deze manier. Wat mij tegen de borst stuit is dat rechts links er altijd van beschuldigt dat ze het probleem ‘niet serieus nemen’. Ik sluit mijn ogen niet voor de problemen, ik denk alleen dat de oplossingen waar rechts mee zwaait het probleem alleen maar erger maken.

Jo Cox
Neem dan toch de migratie: door de grenzen te sluiten stopt de migratiestroom niet, omdat mensen wanhopig zijn. Door het mensen die recht hebben op asiel onmogelijk te maken om op een veilige manier naar Europa te komen geef je macht aan mensensmokkelaars en doordat je de stroom vluchtelingen daardoor op geen enkele manier kunt reguleren kunnen mensen die kwaad in de zin hebben zich makkelijk verschuilen tussen al die mensen die gewoon veilig willen zijn. Jo Cox kwam op voor die laatste groep mensen en in haar laatste bericht, dat een paar dagen voor haar dood verscheen, waarschuwde ze dat een Brexit de migratieproblemen (die zij absoluut niet ontkende) niet op zal lossen.

Boris Johnson probeert uit alle macht recht te praten wat krom is, maar weet je wat ik denk dat Maggie in dit geval met hem zou doen? Ze zou hem in drie zinnen knock-out slaan met haar spreekwoordelijke iron fist. En in dat geval zou ik voor het eerst (en waarschijnlijk laatst) in mijn leven pro-Thatcher zijn.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op publieketribune.net
Cc-foto’s: TheArchesRobert Huffstutter, United Nations Photo

Geef een reactie

Laatste reacties (47)