801
12

Hoogleraar Openbare Financiën

Professor Harrie Verbon is econoom en momenteel werkzaam als hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek behelst onder meer de volgende terreinen: de macroeconomische effecten van vergrijzing, migratie, herverdeling en economische groei, overdrachten tussen generaties (inclusief pensioenen) en verhandelbare emissierechten. Professor Verbon is daarnaast lid van het bestuur van het Rathenau Instituut. Hij was eind jaren '90 lid van de programmacommissie van het CDA, maar heeft inmiddels het lidmaatschap van die partij opgezegd.

Waarom Nederland wereldkampioen kan worden en Engeland en Italië niet

De bemoeienis van de EU met de voetbalmarkt was slecht voor onze nationale competitie, maar goed voor ons nationale elftal.

Het zogenaamde Bosman arrest, in 1995 door het EU hof van justitie uitgesproken, bepaalde dat het beginsel van vrij verkeer van werknemers, een van de grondbeginselen in de EU, ook voor het voetbal geldt. In de voetbalwereld heeft dit er toe geleid dat de clubs uit de grote competities een sterkere onderhandelingspositie hebben gekregen op de spelersmarkt, ten koste van de clubs in de kleine voetballanden.

De reden daarvoor is dat volgens het Bosman arrest een speler wiens contract met een club is afgelopen zonder transfersom van club kan veranderen. De clubs in de kleine landen hebben daarom geen andere keuze dan hun betere spelers te verkopen aan de Europese topclubs voordat de contracten aflopen. Dan kunnen ze in ieder geval nog geld krijgen voor hun talenten. 

Door het vrije verkeer van voetballers zal een club uit een klein land, zodra die zich manifesteert als voetbalgrootmacht, zijn talenten kwijt raken aan de Europese topclubs en degraderen tot grijze voetbalmuis. Dat overkwam de Portugese club FC Porto nadat in 2004 het onmogelijke was gepresteerd door de Champions League te winnen.

Een ander gevolg van het Bosman arrest is zichtbaar in de nationale elftallen. Het zilveren WK team van 1974 werd geformeerd rond spelers van Ajax. Nu tijdens de WK voetbal spelen alleen opkomende sterren (Van der Wiel), of een speler op zijn retour (Van Bronckhorst) bij een Nederlandse club. De gevestigde sterren spelen allemaal bij een Europese topclub. Kennelijk is dat niet erg, want ‘we’ spelen zondag de finale. De bondscoach is er in geslaagd om van de Nederlandse sterren een samenhangende sterrenhemel te maken.

Engeland speelt de finale niet. Toch spelen de Engelse internationals in de Engelse competitie. Het is echter hun lot dat hun sterren in de Premier League nogal verbleken bij de glans van de buitenlandse sterren. Zij zijn slechts waterdragers die zelf niet mogen spuiten. Als ze wel zelf moeten spuiten, zoals in het nationale elftal, wordt hun optreden tamelijk lachwekkend. In Italië geldt inmiddels ongeveer hetzelfde. In de Champions League finale van dit jaar stond er zelfs geen enkele Italiaan in de basisopstelling van Inter.

We kunnen nu ook begrijpen waarom Spanje en Duitsland het wel tot de halve finale van het WK brachten. In de topclubs van deze landen (Barcelona en Bayern München) spelen nog vijf of zes autochtonen in de basiself. Hun nationale teams kunnen daarom nog voldoen aan het format dat Nederland in 1974 hanteerde, namelijk een opbouw rond de kern van de nationale topclub. In Italië en Engeland is dat niet meer mogelijk.

De bemoeienis van de EU met de voetbalmarkt was bij nader inzien dus een ‘blessing in disguise’. Hoewel onze nationale competitie er door verworden is tot een parodie op topvoetbal, vaart ons nationale elftal er wel bij.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)