432
9

Journalist, publicist

Uitgever en hoofdredacteur van www.amerika.nl

Waarom Republikeinse presidenten zelfs Republikeinen niet inspireren

Enig wantrouwen tegen de Republikeinen aan de regering is gerechtvaardigd

De gevatte schrijver P.J. O’Rourke zei er dit over: ‘De Democraten zijn de partij die zeggen dat de overheid je slimmer maakt, groter, rijker en het onkruid van uw gazon verwijdert. De Republikeinen zijn de partij die zegt dat de overheid niet werkt en dan als ze gekozen worden dat bewijzen.’

Ik wil u niet blijven lastig vallen over de rampen die Republikeinse presidenten aanrichten, maar het is toch nodig om als ‘deskundige’ erop te wijzen dat enig wantrouwen tegen deze partij aan de regering gerechtvaardigd is. Dat heeft niets te maken met vooringenomenheid, zoals sommige critici denken, maar gewoon, met een historische analyse van wat Republikeinen ervan terecht gebracht hebben.

Het is een respectabele partij, of in elk geval was het dat. Maar misschien was het veelzeggend dat de eerste president meteen de beste was, de beste zelfs die Amerika ooit heeft gehad: Abraham Lincoln. Het is niet zonder reden dat de gemiddelde Republikeinse theedrinker, vrouwenhater of seksfobist nooit teruggrijpt op deze grote man. De vergelijking valt toch altijd wat vervelend uit. Alleen Gingrich doet het wel, maar dan vooral om zichzelf op te pompen.

Laten we eens naar de feiten kijken, naar de presidenten sinds 1901. Ze spreken bijna voor zich. Zet de Republikeinse presidenten op een rijtje en kijk wie er uit springen. De onverwoestbaar activistische Theodore Roosevelt (1901-1909) was een succesnummer maar is inmiddels door de Democraten omarmd, hij was nou eenmaal iemand die een idee had over wat de overheid moest doen. Obama spiegelt zich aan Theodore en betekent dat hij voor Rush Limbaugh en andere roeptoeters taboe is.

Dwight Eisenhower (1953-1961) was eigenlijk geen Republikein en wordt dan ook door niemand ooit genoemd als voorbeeld van goed presidentschap – volstrekt onterecht, maar dat is een ander verhaal (het is goed te memoreren dat het Amerikaanse systeem van Interstate Highways, big government op zijn best, door Eisenhower werd voorgesteld). De perfide Richard Nixon (1969-1974) combineerde de slechtste Republikeinse basisaanvechtingen met zijn eigen demonen en werd afgezet. Wat hij binnenlands aan programma’s opzette, vervult nu de Republikeinse kleine geesten met afschuw.

Daarna komt inderdaad Ronald Reagan (1981-1989) die inmiddels tot halfgod is verheven maar wiens presidentschap ook in impeachment was geëindigd als dat van Nixon al niet zover was gekomen (door Iran Contra, opnieuw een exces dat voortvloeide uit die Republikeinse primaire emoties). Reagans kwaliteiten worden schromelijk overdreven maar vooruit, laat ik de Republikeinen hun enige voorbeeld niet ontnemen.

De oude Bush (1989-1993) was een capabel president maar de weinig populaire opvolger van de grote Reagan geldt voor niemand als voorbeeld. De kleine Bush (2001-2009) springt eruit door zijn incompetentie en de puinhopen die hij achterliet, en is weggepoetst uit de Republikeinse geschiedenis, voorlopig althans. Ik ben dan nog zo vriendelijk om hele en halve klungels als Taft, Harding, Coolidge en Hoover weg te laten. Gerald Ford (1974-1977) was een degelijke, eerlijke Republikein maar ja, hij werd dan ook nooit gekozen.
Het is lastig om trots te zijn op dit Republikeinse arsenaal. Alleen Reagan leent zich daarvoor en die is dan ook tot heiligenstatus verheven, wat stevig poetsen in zijn overgeleverde historische status vergt – zijn belastingverhogingen krijgen zelden aandacht. Van de naoorlogse Republikeinen was de oude George Bush eigenlijk verreweg de beste president. Hij hield de begroting op orde en verhoogde daarvoor zelfs de belastingen, en hij handelde zowel de eerste Irak oorlog als de val van de muur voorbeeldig af. Maar u zult zelden een Republikein de loftrompet horen steken over George H.W. Bush.

Er zijn mensen die menen dat de Republikeinen in Nederland ondergewaardeerd worden of onterecht in de hoek worden gezet. Gezien hun historische prestaties lijkt dat zo onterecht nog niet. In elk geval zijn de Republikeinen zelf het er over eens dat alleen Reagan zich leent voor enige trots. Deze geschiedenis in overweging nemend, moet je eigenlijk vaststellen dat Mitt Romney een voorbeeldige kandidaat is voor de Republikeinse Partij. Hij past in een traditie van kandidaten waarvan niemand enthousiast werd – de geriatrische Dole en McCain voorop.

De volgende vraag is natuurlijk hoe het komt dat een partij zo weinig kwaliteit weet te leveren. Ik denk dat het heeft te maken met de manier waarop Republikeinen in de samenleving staan, zowel de ietwat bedachtzamere silk stocking Republikeinen uit het establishment die met afschuw kijken naar de verzameling ongetalenteerde, ongeschikte lieden die hun partij oplepelt, als de radicale anti-overheid of beter gezegd, de overheid voor ons conservatieven, onder aanvoering van de Wall Street Journal, Fox News en andere Murdoch afdelingen. Republikeinen zijn anti-overheid in de meest fundamentele zin en als ze regeren misbruiken ze die overheid. Maar dat is een verhaal voor een andere keer. Boodschap van vandaag: lastig om een succesvolle president te vinden die als voorbeeld kan dienen voor de moderne Republikeinse partij.

Lees meer van Frans Verhagen op zijn website

Geef een reactie

Laatste reacties (9)