2.654
27

Voormalig parlementair verslaggever

Ik heb geruime tijd gewerkt als politiek verslaggever en correspondent Brussel van het ANP. Daarna heb ik onder meer gepubliceerd op de The Postonline, Historiek en Frontbencher. Ook verschenen er enkele boeken van mij. ‘Van verzuiling tot versplintering’ uit 2015 is het laatste.

Waarom Rutte IV de trap niet van bovenaf gaat schoonvegen

Een ploeg van twintig ministers is bij mijn weten nog nooit vertoond. Is dat aantal niet een beetje veel?

RutteAls het klopt wat ‘betrouwbare bronnen’ beweren krijgt Rutte IV twintig ministers. Dat zijn er niet alleen aanzienlijk meer dan waarmee Rutte III aan de start verscheen (zestien ministers), maar nóg veel meer dan in Rutte I (twaalf). De naamgever van al deze kabinetten vond elf jaar terug nog dat bewindslieden het beter ‘net iets te druk’ kunnen hebben dan dat ze elkaar voor de voeten lopen. Hij wilde een kleinere overheid en daarom moest ‘de trap van bovenaf worden schoongeveegd’.

Dat premier Mark Rutte tot andere inzichten is gekomen, was al eerder duidelijk. Dit voorjaar zei hij na het aftreden van de overspannen minister van Economische Zaken Bas van ’t Wout dat hij liever een kabinet heeft dat ‘vier jaar kan overleven en er ook gezond weer uitkomt’. Op dat moment had zijn team al afscheid moeten nemen van de aan te hoge werkdruk bezweken minister van Volksgezondheid Bruno Bruins, terwijl diens verre opvolgster Tamara van Ark het later met ‘nekklachten’ voor gezien zou moeten houden. Dan zwijgen we nog over minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken, die langdurig ziek thuiszat.

Ook verder diende Rutte III regelmatig nieuwkomers te begroeten omdat de oorspronkelijke kabinetsleden hun heil elders zochten. Doorgaans gebeurde dat omdat ergens ander een beter, althans lucratiever baantje wachtte. Maar je kunt niet helemaal uitsluiten dat de arbeidsomstandigheden bij hun beslissing om het kabinet vaarwel te zeggen ook een rol hebben gespeeld. Ministers mogen dan niet heel slecht betaald worden, het aantal uren dat ze moeten ploeteren is verre van kinderachtig.

Dat neemt niet weg dat het nu wel heel erg de andere kant opgaat. Een ploeg van twintig ministers is bij mijn weten nog nooit vertoond. Is dat aantal niet een beetje veel? Het is de vraag waarmee al die leden van Rutte IV zich moeten gaan bezighouden (behalve dan met ruziemaken). Vooral VVD-ministers zullen er meer dan genoeg zijn: maar liefst acht. Ook D66 zit goed in het personeel met zes ministers. Het CDA en de ChristenUnie blijven steken op hun huidige aantal van vier en twee. Maar omdat min of meer hetzelfde werk over meer personen verdeeld kan worden, kunnen zij het ook wat rustiger aan gaan doen. De kabinetsleden zullen het niet ‘net iets te druk’ krijgen, laat staan dat de ‘trap van bovenaf’ wordt gereinigd.

Hoe komt het dat Rutte nu opeens heel anders denkt dan vier jaar of nog langer geleden? Gaat zijn wens om het aantal overheidsdienaren terug te brengen niet langer op? Of spelen andere overwegingen misschien een rol?

Ik vrees dat het laatste het geval is. Dat Rutte III meer bewindslieden telde dan beide voorgaande kabinetten had natuurlijk vooral te maken met het gegroeide aantal regeringspartijen: vier in plaats van twee. Weliswaar zal Rutte IV ook bestaan uit vier coalitiepartners, maar de omvang ervan is wel veranderd. CDA en D66 waren in de vorige kabinetsperiode (vrijwel) even groot. Nu is D66 beduidend groter (tien Kamerzetels meer dan het CDA). Dat moet op enigerlei wijze tot uitdrukking komen. Zoiets kan door het CDA ministersposten te laten inleveren of door D66 flink laten groeien. Als je niet al vanaf het begin zure gezichten wil, kies je voor het laatste. Dat je je dan kunt beroepen op de voorziene hoge werkdruk is vanzelfsprekend mooi meegenomen.

Geef een reactie

Laatste reacties (27)