3.221
33

Senior Project Manager voor Oost-Europa en Zuid-Kaukasus bij Foundation Max van der Stoel

Marina Ohanjanyan is Senior Project Manager voor Oost-Europa en Zuid-Kaukasus bij Foundation Max van der Stoel. Ze houdt zich al 10 jaar bezig met politieke ontwikkelingen in die regio. Ze is geboren in Armenië, getogen in Nederland en heeft gestudeerd in Nederland en het Verenigd Koninkrijk, waar ze haar Master in conflictstudies behaalde.

Waarom we de komende dagen en weken op Armenië moeten letten

Armenië lijkt de oplossing in handen te hebben voor een transitie naar een democratisch land, zonder dat dit de relatie met Rusland aantast

Er is iets heel bijzonders aan de hand in Armenië. Een vreedzame revolutie tegen een corrupte regering die al minstens 10 jaar aan de macht is. De afgelopen drie weken is er een ware volksopstand aan de gang, gestart en gedreven door jongeren, die het samen met hun charismatische, oudere leider lukte om een heel land op de been te krijgen voor meer vrijheid, democratie en waardigheid. Bij velen roept dit beelden op van kleurenrevoluties zoals in Georgië en Oekraïne. Maar Armenië is een geval op zich. Het lijkt de demonstranten te lukken om volkomen geweldloos een regering naar huis te sturen. Dit lijkt ze ook nog te lukken zonder dat wereldmachten – zoals Rusland – zich ermee bemoeien. Armenië lijkt de oplossing in handen te hebben voor een transitie naar een democratisch land, zonder dat dit de relatie met Rusland aantast.

Armenië
cc-foto: Harout Arabian

De voetgangersrevolutie
Al drie weken zijn er protesten in Armenië. Het begon met studenten, onder leiding van journalist en oppositieparlementariër Nikol Pashinyan, maar ondertussen is het een brede volksbeweging. Jong en oud, arm en rijk, stedeling en provinciaal doen mee. Hele beroepsgroepen hebben zich in de afgelopen dagen aangesloten bij de burgerlijke ongehoorzaamheid die de demonstranten gebruiken om het land plat te leggen en de regerende partij – de Republikeinse Partij – weg te krijgen. Ze blokkeren straten en kruispunten, ministeries en rechtbanken, de metro en snelwegen. Dit doen ze uitsluitend geweldloos en alleen met spullen die al voorhanden zijn: prullenbakken, bankjes, straatschaakfiguren, en hun eigen lichamen.

Dit geweldloze karakter is geen toeval. De instructie van de protestleiders was vanaf het begin: we gebruiken onder geen beding geweld. Zelfs niet als we aangevallen worden door politie of provocateurs. Niet tegen mensen en niet tegen spullen: geen ruit of deur mag kapot. En het werkt. Op 13 april begonnen de protesten, op 23 april diende de premier, Serzj Sargsyan zijn ontslag in. Op 1 mei weigerde de regeringspartij alsnog om te stemmen op Pashinyan als de volgende premier, maar de volgende dag al, geconfronteerd met een ongekend massale volksstaking kwamen ze hierop terug. Tijdens de tweede poging, die op 8 mei plaatsvindt, zullen ze Pashinyan steunen mits hij 1/3 van het parlement achter zich heeft, en dat heeft hij.

Wat deze revolutie ook anders maakt is een compleet ander organisatieprincipe. Waar andere revoluties geconcentreerd waren op één plein, waar soms zelfs een tentenkamp kwam, blijven de Armeense demonstranten constant in beweging. Het protest is in hoge mate gedecentraliseerd en vindt overal en nergens plaats, zodat de politie elke keer achter de feiten aan rende. Mensen vormden zelf groepjes en bezetten vervolgens hun eigen wijk of straat. Daarom was het ook niet van substantieel belang toen Pashinyan en zijn collega’s kortstondig gearresteerd werden: de protesten gingen gewoon verder en werden zelfs groter.

Geopolitiek
Een ander kenmerk van het protest is dat de beweging er geen pro-EU of pro-Westers en net zo min een anti-Russisch protest van maakt. Er zijn alleen Armeense vlaggen, en alleen leuzen die gaan over Armenië. Dit is een interne Armeense zaak, is de impliciete en expliciete boodschap. Ook heeft Pashinyan al aangegeven dat hij geen van Armenië’s internationale verdragen zal opzeggen, en dat geen enkele externe relatie ten koste zal gaan van een andere relatie als hij premier wordt. Armenië zal een goede verhouding moeten hebben met zowel Rusland, de EU, de VS, als de buren Iran en Georgië, aldus Pashinyan.

Ook deze aanpak lijkt te werken: reacties uit Rusland zijn terughoudend, en soms zelfs positief. De woordvoerder van het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken Twitterde na Sargsyan’s aftreden dat “Rusland altijd naast Armenië zou staan” en noemde de Armeniërs een “groots volk.” Andere reacties zijn minder jubelend geweest, en nieuwsreportages op de Russische staatszenders belichten vooral de kant van de regering, maar de houding is onmiskenbaar neutraler dan bijvoorbeeld tegenover Oekraïne of Georgië ten tijde of na hun respectievelijke revoluties.

Een nieuw model?
Het is nog afwachten of de demonstranten de revolutie tot een succesvol einde weten te brengen, maar het ziet er op dit moment positief uit. Waarschijnlijk heeft Armenië op 8 mei een nieuwe premier, die van plan is het systeem te veranderen met eerlijke verkiezingen, een strijd tegen de corruptie en meer verantwoording van ambtenaren en de regering. En vooralsnog is Rusland niet tussenbeide gekomen in een democratische revolutie in haar achtertuin. Het lijkt er dus op dat de Armeniërs een oplossing hebben gevonden voor het dilemma waar elk Oost-Europees land mee te maken heeft of krijgt op het moment dat het wil democratiseren: wat te doen met Rusland? Als het Armenië inderdaad lukt om dit dilemma succesvol op te lossen dan is dit het land om de komende tijd in de gaten te houden.

Geef een reactie

Laatste reacties (33)