1.275
29

Psycholoog, auteur, columnist

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is daar onder meer betrokken bij de master-opleiding Gedragsverandering.

Daarnaast heeft ze jarenlange ervaring als coach en trainer op het gebied van zelfkennis, authenticiteit, en zelfontwikkeling. Ze staat bekend om haar talent om wetenschappelijke inzichten op begrijpelijke en onderhoudende wijze te presenteren aan een breed publiek.

Vonk heeft een column in Psychologie Magazine en schreef eerder de bestsellers Ego’s en andere ongemakken, Menselijke gebreken voor gevorderden en Liefde, lust en ellende.

Waarom we niet veel wijzer worden van enquêtes

Want als je meer van mensen wilt begrijpen, moet je kijken naar wat ze doen en niet naar wat ze daarover zeggen

Komende tijd bepalen politieke partijen wie hun lijsttrekker wordt. Doet het ertoe voor de kiezers? Misschien wel: de Nederlandse kiezer heeft behoefte aan een sterke leider, bleek uit onderzoek van de Vrije Universiteit en Trouw enkele jaren geleden. Of misschien niet: kiezers stemmen op de inhoud van het partijprogramma, niet op de persoon van de lijsttrekker, schreef Joop van Holsteyn onlangs in NRC.

Worden we hier wijzer van? Nee. Het zijn conclusies gebaseerd op zelfrapportage: de onderzoeker vraagt mensen naar hun overwegingen en drijfveren. Maar het feit dat ze daar antwoord op geven, betekent niet dat ze het weten. Mensen weten helemaal niet waarom ze doen wat ze doen. Dat komt door de enorme capaciteit van ons onbewuste informatieverwerkingssysteem. De meeste dingen die we doen, denken, beslissen en voelen komen via onbewuste processen tot stand. Autorijden, in grammaticaal correcte zinnen spreken, indrukken vormen van andere mensen, interpreteren wat je leest in de krant, een partner kiezen of een huis, een merk tandpasta, of een politieke partij: de onderliggende processen verlopen allemaal onbewust.

Kwebbeldoos
Volgens de Amerikaanse psycholoog Tim Wilson zijn we in wezen vreemden voor onszelf. Achter de coulissen verwerkt het onbewuste alle informatie, en alleen tussentijdse resultaten van dat proces worden zichtbaar: een gevoel, een gedachte, een beslissing of handeling.

Dit betekent dat we vaak wel weten op welke partij we willen stemmen – of wat we willen eten, of wie we leuk vinden en wie niet –, maar niet waaróm. We kennen onze eigen beweegredenen nauwelijks, ook al hebben we vaak wel die illusie. Ons brein bevat een verklarend stemmetje, een soort Mart Smeets die aan de zijlijn staat en commentaar geeft. Die innerlijke kwebbeldoos kent niet de drijfveren en oorzaken achter wat ie ziet, maar dat belet hem niet om er op stellige toon verhaaltjes over te verzinnen.

Dit ervaren we als rechtstreekse toegang tot onze beweegredenen, maar dat is een illusie. Onze bedenksels kloppen vaak helemaal niet met onze werkelijke drijfveren. Dit betekent dat het niet altijd zinvol is mensen te vragen naar hun redenen (zoals steevast gebeurt in verkiezingstijd). Ze denken dat ze het weten, maar ze hebben vaak geen idee.

Je bent wat je doet
Toen Frans de Waal in 2017 te gast was in Zomergasten zei hij: Ik ben blij dat apen geen vragenlijsten kunnen invullen, want dat levert per definitie onbetrouwbare antwoorden op; terwijl die antwoorden door de menswetenschappers wel als feiten worden verwerkt. Hij had gelijk met het eerste, maar met het tweede deed hij de wetenschappers in mijn vakgebied (sociale psychologie) tekort: zij weten dit al sinds de jaren zeventig (toen Telling more than we can know verscheen, een invloedrijk artikel over ons onvermogen tot introspectie) en houden daar ook terdege rekening mee. Ze maken gebruik van experimenteel onderzoek en gedragsobservaties wanneer dat mogelijk is (zoals ecologen dat ook doen in onderzoek naar apen). Want als je meer van mensen wilt begrijpen, moet je kijken naar wat ze doen en niet naar wat ze daarover zeggen.

In het geval van verkiezingen blijkt dan onder meer (uit Amerikaans onderzoek) dat mensen vaker stemmen op kandidaten die lang zijn; met krachtige, dominante trekken in het gezicht; met een lagere stem; die in hun lichaamstaal zelfvertrouwen uitstralen, blijkend uit bijvoorbeeld weinig knipperen met de ogen tijdens het debat. [1] Ook is gebleken dat mensen eerder instemmen met politieke standpunten als die worden gepresenteerd door een charismatische persoon dan door een grijze muis; ze vinden die standpunten dan meer lijken op hun eigen standpunt. Hierdoor hebben ze zelf het idee dat ze kiezen voor het standpunt, niet voor de persoon. Ze zien hun keuze als verstandig en weldenkend, gebaseerd op relevante informatie. Dat rooskleurige beeld zien we terug in de resultaten van enquêtes.

[1]Deze en andere resultaten staan samengevat in mijn boek De eerste indruk.


Laatste publicatie van RoosVonk

  • Je bent wat je doet

    van zelfkennis naar gedragsverandering

    2019


Geef een reactie

Laatste reacties (29)