3.186
48

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Waarom zijn verkiezingsdebatten zo oninteressant?

Ivan Wolffers over waar het wél over zou moeten gaan

Verkiezingsdebatten. Waarom zijn ze zo oninteressant? Omdat alle partijen om de hete brij heen draaien. Zeker als het op de zorg aankomt. Er is niet alleen een crisis in onze zorg omdat we het aantal zieke mensen dat er is niet meer behoorlijk kunnen verzorgen. Er is ook een crisis in de gezondheidszorg omdat we geen enkel effectief middel lijken te hebben om de enorme toename van het aantal zieke mensen te voorkomen. De visie ontbreekt en wat er aan visie is blijkt te beperkt. We willen ook snelle goedkope oplossingen. Misschien is die gedachte wel de grootste ziekte die ons bedreigt.

Na de boektitel ‘Wij zijn ons brein’, die voor een enorm succes zorgde voor het boek van Swaab waarin hij betoogt dat we eigenlijk alleen maar een stel samenwerkende zenuwcellen zijn, zag ik afgelopen weekend de krantenkop ‘Wij zijn onze genen’ in het NRC. Het zijn allemaal lekker pakkende combinaties van woorden om onze aandacht te vragen. Ze zouden de oplossing moeten zijn voor de uitdagingen in de zorg. Mantra’s van de wetenschappelijke geneeskunde, waar halve waarheden mee worden uitgedrukt. Wat zijn we nu eigenlijk? Als we dat weten dan kunnen er iets op bedenken.

Wij zijn het product van onze omgeving
Ik voeg daar met liefde nog zo’n slogan aan toe: ‘wij zijn het product van onze omgeving.’ Dan hebben we alles compleet: de genen die onze mogelijkheden bepalen en het systeem van hersenen, zenuwen, hormonen en neurotransmitters dat daar het gevolg van is en waardoor ons lichaam bestuurd wordt, maar ook de omgeving die uiteindelijk bepaalt waar de grenzen zijn voor de mogelijkheden.

Het is leuk om vrijblijvend over die dingen na te denken en ze verschaffen ons wel enig inzicht in waarom we zijn wat we zijn en doen wat we doen, maar het blijft krabben aan de buitenkant. Voor een echt begrip van de complexiteit van de menselijke biologie heb je een multidimensionaal perspectief nodig om alles op zijn juiste plek te zetten. In de wetenschap wordt echter te vaak geprobeerd om het aantal factoren te beperken en ons onderzoek te controleren en eindig je meestal met een eendimensionaal model.

Interventies
Uiteindelijk is alle onderzoek bedoeld om interventies te ontwikkelen om de complexe verstoringen van onze gezondheid aan te pakken. Ik geef het je te doen om een langdurig proces dat uiteindelijk leidt tot metabole verstoringen en aandoeningen zoals obesitas, diabetes type 2, stressstoornissen, verhoogde bloeddruk, hart- en vaataandoeningen, bepaalde kankersoorten, de ziekte van Alzheimer te kunnen keren, of beter helemaal te voorkomen. Moet je dan kiezen voor het aanpakken van de genetische achtergrond, voor een interventie die op het niveau van neurotransmitters of hormonen probeert in te grijpen via het gebruik van medicijnen, of zullen we de omgeving veranderen?

Neem obesitas, dat een vrij centrale rol speelt in de totale toename van de genoemde chronische aandoeningen, die veel mensen vele jaren van hun leven zullen plagen. Om op genetisch niveau in te kunnen grijpen moeten we nog enkele tientallen jaren wachten. Met geneesmiddelen kunnen neurotransmitters een beetje beïnvloed worden, maar het blijft een pappen en nathouden. De gezondheidszorg kan er wel aan bijdragen mensen wat ouder te laten worden, maar faalt als het aankomt op het voorkomen van de problemen.

De omgeving beïnvloeden? Ja, want onze genen zijn niet afgestemd op de omgeving waarin we leven. De ontwikkeling van de manier waarop ons lichaam onze gezondheid beschermt loopt gewoon een paar duizend jaar achter. Genetische veranderingen gaan niet zo snel. Het is niet afgestemd op de wereld waarin we nu leven en op de levens die we nu leiden. Zo’n opmerking lezen we en we denken: ‘Goh, wat interessant’ en doen er vervolgens niets aan. We hopen dat de genetici en de pillenmakers een snelle oplossing vinden en kunnen blijven leven zoals we dat nu doen. Maar dat is struisvogelpolitiek.

Andere leefstijl in een andere omgeving
Als ik het mocht zeggen, zou ik mijn geld zetten op het bevorderen van een andere leefstijl en omgeving. Hoe krijgen we het surplus aan nodeloze energierijke bestanddelen uit onze voeding, beperken we de overdaad aan stress die ons lichaam niet kan hanteren, mijden we de giftige stoffen die we zijn gaan tolereren, omdat ze een beetje helpen bij de stressmanagement en hoe zorgen we voor meer beweging? Kan het duidelijker? Dat is de opgave waar we voor staan, maar op dat gebied moeten we maar een beetje aanmodderen. Hoe creëren we samen een wereld waarin gezond leven vanzelfsprekend is en niet een voortdurende oefening in denksport?

Ben ik een alternatieve zonderling als ik over zulke dingen schrijf, een roepende idioot in de woestijn? Helemaal niet. Al een jaar of tien is er meer dan voldoende wetenschappelijk materiaal dat deze gedachte steunt. Zo stond onlangs in het vooraanstaande artsenvakblad de weerslag van het symposium, ‘Challenging Misconceptions About the Psychology of Food Choice’. Het vormt maar een onderdeel – een van de vele – maar samen zorgen ze voor een groeiend inzicht van de noodzaak dat het hierom gaat: wat doen we aan een wereld die ons dik en ziek maakt.

De westerse leefstijl
De ontnuchterende conclusie van wetenschappers is dat overal waar een moderne westerse leefstijl geïntroduceerd werd, mensen slechter zijn gaan eten. Het is een wereld met zoveel keus in goedkope voedingsmiddelen en dat zorgt ervoor dat we meer eten. Maar het is ook een wereld waarin het merendeel van de mensen geen tijd meer heeft om behoorlijk te koken en 70 procent van de mensen afhankelijk is geworden van de kant-en-klaar producten van de supermarkt. Plastic zakjes waaruit je iets schudt, een ander zakje met croutons en weer een ander zakje met geraspte Parmezaanse kaas, waarna je er een sausje uit een flesje overheen schudt. Jee, we zijn ged bezig en eten gezonde maaltijdsla.

Het is een wereld waarin we het normaal zijn gaan vinden dat we tussendoortjes krijgen en mogen kiezen waaruit we drinken, terwijl er eigenlijk geen keus is: water als je dorst hebt en limonade als er iemand jarig is. Een wereld waarin miljarden uitgegeven worden aan de marketing van voedingsmiddelen zorgt dat we meer gaan eten. Een wereld waarin je vervolgens ook nog wordt afgerekend op je gewicht (afgewezen, gediscrimineerd, moeilijker een baan te krijgen en promotie te maken) in plaats van op gezondheid en dat zorgt ervoor dat het steeds moeilijker wordt gezond te gaan leven. Het is een wereld waarin een gezonde leefstijl gereduceerd is tot het tellen van calorieën of het uitkiezen van speciale superfoods die jou moeten gaan redden. Dat alles brengt ons steeds verder weg van het inzicht wat er werkelijk in onze leefomgeving en leefstijl zou moeten veranderen.

Het is bovendien een wereld waarin het vrij staat aan onderzoekers van universiteiten banden te hebben met producenten van gif (nicotine, alcohol) of makers van voedingsmiddelen met een overdosis aan energiestoffen maar zonder voedingswaarde, zodat ze medeverantwoordelijk worden voor gewoontes, leefstijl, verslavingen en dat draagt alleen maar bij aan toename van chronische aandoeningen. En het begint al op jonge leeftijd. Een voorbeeld: Michael Moss beschrijft in zijn boek ‘Salt, Sugar, Fat’ hoe onderzoeksinstellingen meewerken aan het bepalen van ‘the moment of bliss’ van ontbijtproducten voor kinderen. Exact wordt bepaald hoeveel suiker erin moet om het  meest gewenste product te vinden. Het gaat om de markt en niet om de gezondheid.

Van de week werd duidelijk dat vervuilende stoffen mogelijk een rol spelen bij het ontstaan van overgewicht en dat de dikmakers (emulgeermiddelen) in voedingsproducten bijdragen aan een grotere kans op diabetes type 2. Goh, denk we en worden alleen maar onzekerder over wat we nog moeten eten en dus gevoeliger voor het meehobbelen in de hypes over het afzweren van brood en het geloof dat de gojibesjes ons zullen verlossen. Ik hoor echter nergens de verontwaardiging van mensen die in zo’n wereld moeten leven, er hun kinderen op moeten voeden en onderwijzen hoe die moeten eten.

Het is verkiezingstijd en ik hoor veel praatjes over de zorg, maar er is geen partij die een duidelijk programma heeft over hoe we onze wereld in gaan richten om hem gezonder te maken, want dan wist ik tenminste eindelijk wat ik moet stemmen.


Het laatste boek van Ivan Wolffers is ‘Als de tijd voor altijd stil zou staan

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Ivan schrijft voor Joop regelmatig een Gezond Weetje: 
klik hier voor een overzicht


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (48)