488
14

Tweede Kamerlid SP

Jasper van Dijk (1971) is Tweede Kamerlid voor SP. Hij is politicoloog en was docent en daarna fractiemedewerker in Tweede Kamer en Europees Parlement. In 2006 was hij raadslid in Amsterdam. In de Kamer is hij woordvoerder hoger onderwijs, cultuur, media en defensie.

Waartoe onderwijzen wij?

Als politici zwijgen over het doel van onderwijs, dan rest alleen nog het heersende paradigma. Ofwel het neoliberalisme: ieder voor zich en de markt voor ons allen

Sinds 1999 houd ik mij bezig met onderwijsbeleid in de Tweede Kamer. Eerst als fractiemedewerker en vanaf 2006 als Kamerlid. In die 12 jaar ging het vrijwel nooit over de vraag: waartoe onderwijzen wij?

Onderwijs in Den Haag gaat over taal en rekenen, zie het interview met minister Van Bijsterveldt afgelopen zondag in Buitenhof. De minister vindt onderwijs belangrijk vanwege de kenniseconomie en vanwege de concurrentie met China en India. Zij wil dat Nederland in de top 5 van Kennislanden komt. Helaas ontbreken daarvoor de investeringen, maar dat terzijde.

In de politiek gaat het zelden verder dan deze smalle, economische blik op onderwijs. Politici zijn huiverig voor grote ideeën en hervormingen. Wellicht hoort dat meer bij de jaren zestig en zeventig, de tijd van de maakbare samenleving.

Na de mislukte onderwijshervormingen uit de jaren negentig, zoals de basisvorming, het studiehuis en de tweede fase, werd het helemaal stil. Er kwam zelfs een parlementair onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen. De Commissie Dijsselbloem besloot dat politici alleen nog mochten zeggen wat er geleerd wordt, niet meer hoe dat moet gebeuren. Het ministerie mag dus zeggen dat leerlingen moeten leren lezen en rekenen. Maar de politiek mag niet meer zeggen hoe je dat doet: via samenwerken, via de computer of via klassikale les. Dat is aan de scholen en daarmee aan de besturen die hierdoor nog machtiger zijn geworden. Ze vinden het maar wat fijn dat ze nu ongehinderd kunnen bezuinigen op docenten, de politiek mag daar immers niets van vinden.

De macht van schoolbesturen komt ook voort uit de zogenaamde vrijheid van onderwijs. Scholen zijn van ouders, niet van de overheid, was de gedachte. Nog een reden waarom Den Haag weinig wil zeggen over de inhoud van het onderwijs. Maar is die opvatting nog van deze tijd? Op welke scholen zijn ouders werkelijk de baas? In de praktijk zijn het managers en bestuurders die de touwtjes in handen hebben. Maar zij besturen op afstand en bekommeren zich niet over de vraag waartoe wordt onderwezen. Als de cijfers maar kloppen. Maar als ook politici zwijgen over het doel van onderwijs, dan rest alleen nog het heersende paradigma. Ofwel het neoliberalisme: ieder voor zich en de markt voor ons allen. Dat maakt onderwijs tot een kale vlakte. Daarom mag het op school best over meer gaan dan alleen taal en rekenen en kenniseconomie.

Onderwijs gaat namelijk ook over samenleven. Net zo goed als dat opvoeding over meer gaat dan leren stilzitten. Zoals Micha de Winter zo goed illustreert in zijn boek: Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Hij schrijft: “Het is niet meer hip om opvoeding en de toestand in de wereld met elkaar te verbinden. Opvoeding is een individueel project geworden, een soort gedragstherapie.” Kijk maar naar al die opvoedprogramma’s op televisie over het in toom houden van kinderen. Ongetwijfeld handig, maar begrippen als democratie en sociale samenhang hoor je niet.

Het is te makkelijk om dit alles te wijten aan de ontzuiling en de individualisering. Die ontwikkelingen hebben zonder meer ook positieve kanten. Het is ook riskant om nu maar weer met allerlei pretentieuze plannen te komen, in de hoop dat wij van onze kinderen een soort supermensen maken. Dat is in de geschiedenis maar al te vaak gebeurt en de resultaten waren niet zelden rampzalig.

Tegelijk moeten we voorkomen dat onderwijs en opvoeding zich beperken tot je eigen carrière en de directe omgeving. Opvoeding is niet alleen voor thuis en onderwijs is niet alleen voor de economie. Het doel van onderwijs mag best worden verbreed. Niet alleen maar taal en rekenen, maar ook burgerschapsvorming, integratie en verheffing. Een beetje meer opvoeding in het onderwijs, zeg maar.
Dan maken we werk van gemengde scholen, zodat we de segregatie bestrijden. We investeren in  burgerschapsvorming, zodat begrippen als democratie en samenleving betekenis krijgen. We zorgen voor kleine scholen die onderdeel uitmaken van de buurt waarin ze staan. Deze aanpak kan beslist geen kwaad als je ziet waar de hebzucht en het gegraai toe hebben geleid. Een financiële crisis die zijn weerga niet kent. Niets wijst erop dat de oorzaak wordt aangepakt, terwijl het onderwijs daar bij uitstek geschikt voor is. Laten we dus snel aan de slag gaan.

Lezing gehouden op 3 oktober in Zeist bij de Vereniging tot Bevordering van de Studie der Pedagogiek (VBSP)

Geef een reactie

Laatste reacties (14)