1.005
6

Tweede Kamerlid PvdD

Esther Ouwehand (1976, Katwijk) werd op 30 november 2006 beëdigd als Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren. Na een carrière in de marketing van jongerentijdschriften bij Sanoma Uitgevers is zij sinds oktober 2002 betrokken bij de PvdD, waar zij in 2004 coördinator werd van het partijbureau. In die functie heeft zij gewerkt aan de opbouw van de partijorganisatie.

Wageningen, word wakker, de bijen sterven óók door pesticiden

Bijensterfte is inderdaad een complex probleem, maar erken, net als andere wetenschappers, de gevolgen van nieuwe bestrijdingsmiddelen

Esther Ouwehand legde afgelopen weekend een bijenreservaat aan op de Wageningen Universiteit. In een open brief aan Aalt Dijkhuizen legt ze uit waarom: Bijensterfte. Ouwehand roept Dijkhuizen op om het verband tussen bijensterfte en neonicotinoiden niet langer te ontkennen. Instituten in binnen- en buitenland erkennen inmiddels de negatieve gevolgen van deze nieuwe bestrijdingsmiddelen voor bijen.

Geachte heer Dijkhuizen,

Zojuist hebben we uw campus veranderd in een bijenreservaat. Niet voor niets is 2012 het Jaar van de Bij, want bijen hebben het moeilijk. In het volste vertrouwen dat ook Wageningen Universiteit & Research (WUR) graag bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving voor de bij, hebben we bloeiende struiken neergezet, bijenhotels opgehangen en bloemen gezaaid. Bijen zijn belangrijk, dat bent u ongetwijfeld met ons eens. Bestuiving door bijen en hommels is immers van essentieel belang voor de natuur en voor onze eigen voedselvoorziening. Uw eigen onderzoekers schatten de waarde van bestuiving voor de landbouw in Nederland op 1,1 miljard euro per jaar. Een derde van al het voedsel in de wereld is in meer of mindere mate afhankelijk van bestuiving door dieren, en in 80 procent van de gevallen vindt die bestuiving plaats door bijen. Ook in de vrije natuur zijn bijna alle planten afhankelijk van bestuivers als de bij.

Uw onderzoekers van bijen@wur hebben veel specialistische kennis op het gebied van bijen en hommels. Deze expertise waarderen wij zeer. Maar juist gezien die expertise, lees ik de rapporten die uw instituut over bijensterfte verspreidt met groeiende verbazing en grote bezorgdheid.

De onderzoekers van bijen@wur concluderen terecht dat bijensterfte een complex probleem is waarbij verschillende factoren een rol spelen. Het verlies van biodiversiteit op het platteland, het verdwijnen van bloeiende planten in de stad, plagen als de varroamijt en de Nosema-parasiet dragen allemaal bij aan de oprukkende bijensterfte. Tot zover zijn we het eens.

Maar volgens gerenommeerde onderzoekers uit binnen- en buitenland is er meer aan de hand. In alle literatuur die mij via andere wegen dan uw universiteit bereikt, wordt nóg een mogelijke oorzaak voor de bijensterfte genoemd: nieuwe bestrijdingsmiddelen die 7000 keer schadelijker zijn dan DDT. U weet vast waarover ik het heb: de neonicotinoïden. 

Het nieuwe aan neonicotinoïden is dat zij systemisch werken. Plantenzaden worden ondergedompeld in het middel, zodat de plant in zijn geheel giftig wordt, met de bedoeling om de plaaginsecten die van de plant eten te verdelgen. Sinds de introductie van neonicotinoïden hebben wetenschappers gewaarschuwd voor de gevolgen voor bestuivers. Verschillende peerreviewed studies toonden de afgelopen jaren al aan dat dit landbouwgif bijen extra vatbaar maakt voor dodelijke plagen, zoals de gevreesde varroamijt. In Science las ik recent nog over hommels die, nadat ze neonicotinoïden binnen hadden gekregen, veel minder koninginnen voortbrachten. Wel 85%! Ook las ik over bijen, die door het bestrijdingsmiddel gedesoriënteerd raakten en de weg naar hun korf niet meer konden vinden. In peer-reviewed onderzoeken van binnen- en buitenlandse instituten over bijensterfte lees ik steevast over negatieve invloed van neonicotinoïden op de bij. Ik maak me daar grote zorgen over.

Onderzoekers van uw universiteit lijken deze studies echter terzijde te schuiven. Ze stellen bijvoorbeeld dat de studies niet van toepassing zouden zijn op de Nederlandse situatie. Of dat de effecten alleen in het laboratorium zouden zijn waargenomen. En hoewel ook uw eigen onderzoekers wel toegeven dat zij de rol van neonicotinoïden bij de oprukkende bijensterfte niet kunnen uitsluiten, menen zij toch te kunnen vaststellen dat er geen reden zou zijn het gebruik van neonicotinoïden aan banden te leggen. Wetenschappers van andere instituten hebben meermalen gewezen op hiaten in de rapporten van uw onderzoekers, waaronder het ontbreken van belangrijke data en studies.

Het ministerie van landbouw en het college dat is belast met de toelating van bestrijdingsmiddelen op de Nederlandse markt, baseren hun besluiten op onderzoek van uw universiteit. De impact van de mening van de onderzoekers van bijen@wur is daarmee groot. Ik wil daarom mijn zorgen over de bijensterfte met u delen. Zorgen overigens, waarvan ik merk dat ze breed leven. Als we weten dat de mens zo afhankelijk is van de bij, als er zoveel op het spel staat, zou dan niet het voorzorgsbeginsel moeten gelden? Er staan ons enorme gevolgen te wachten als belangrijke factoren over het hoofd worden gezien. Kunt u het voor uw verantwoording nemen dat een van de ogenschijnlijke oorzaken van de bijensterfte niet wordt aangepakt – mede omdat uw instituut zegt dat daar geen reden voor zou zijn?

Ik zie zeer uit naar uw reactie.

Hoogachtend,

Esther Ouwehand
Plaatsvervangend fractievoorzitter Partij voor de Dieren

P.S.: We hebben voor het bijenreservaat natuurlijk gekozen voor biologische planten en zaden. Mogen we erop vertrouwen dat u het door ons aangelegde reservaat gifvrij onderhoudt? De struiken kunt u op een geschikte plek planten.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)