Laatste update 08:58
14.138
64

Journalist

Maarten Reijnders (1976) is journalist. Van december 2000 tot en met mei 2006 was hij redacteur bij Webwereld. Daarvoor werkte hij voor het dagblad Trouw. In september 1996 richtte hij met Koen Vrancken het e-zine SmallZine op. Toen SmallZine eind 2004 stopte, had het e-zine meer dan dertigduizend abonnees. SmallZine was daarmee één van de grootste Nederlandstalige e-zines.

Reijnders studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de London School of Economics and Political Science (LSE). In 1999 studeerde hij net niet cum laude af (story of his life) op de lage opkomst bij de Europese verkiezingen van dat jaar (titel scriptie: 'Ga stemmen op de zakkenvuller van uw keuze').

In 2016 verscheen zijn boek 'Complotdenkers: Hoe gevaarlijk is het geloof in samenzweringstheorieën?' In 2019 volgde 'Dat was niet de bedoeling: Waarom we minder kauwgom eten door de smartphone en 19 andere bizarre onvoorziene gevolgen'.

Wat als het virus toch uit een lab komt?

Hoe ik in de ban raakte van een door Trump en radicaal-rechts gepropageerde complottheorie

cc-foto: Ureem2805

Tot twee weken geleden was het idee dat het coronavirus uit een laboratorium afkomstig was voor mij vooral een theoretische mogelijkheid. Je moest het natuurlijk niet helemaal uitsluiten, maar de kans dat het virus via een wild dier was overgesprongen op de mens leek mij vele malen groter. Het wachten was alleen nog op het moment dat onderzoekers de diersoort vonden die het virus in het najaar van 2019 op de mens heeft overgedragen.

Deze overtuiging kwam op losse schroeven te staan, toen ik van twee kanten een artikel kreeg doorgestuurd van Nicholas Wade.

Deze gepensioneerde wetenschapsjournalist betoogt dat er wel degelijk een grote kans is dat het virus is ontsnapt uit het Wuhan Institute of Virology. Wade staat niet alleen. Op 14 mei verscheen in Science een oproep van een groep wetenschappers om met een open blik te kijken naar de lab leak-theorie.

Een van de ondertekenaars van de brief is Ralph Baric. Baric was betrokken bij de ontwikkeling van een technologie, de no-see’m-methode, waarmee je een virus in het laboratorium op zo’n manier kunt aanpassen dat je niet meer kunt zien dat het knutselvirus door mensen is gemaakt.

Knutselen aan virussen is precies wat ze in het onderzoekscentrum in Wuhan doen. De wetenschappers in het Chinese lab doen zogeheten gain of function-experimenten. Daarbij nemen ze bestaande virussen en passen die zodanig aan dat ze bijvoorbeeld besmettelijker of schadelijker worden. Het idee is dat de mensheid zich zo beter kan voorbereiden op toekomstige, gevaarlijke uitbraken.

Dat klinkt als fikkie stoken om het brandalarm te testen, en verklaart ook waarom dit type onderzoek omstreden is. In 2014 besloot de Amerikaanse overheid het na enkele incidenten niet meer te financieren (al werd de financiering eind 2017 weer hervat).

In 2018 luidden Amerikaanse diplomaten de noodklok vanwege riskante coronavirusexperimenten in Wuhan, maar dat maakte destijds geen enkele indruk. Pas toen de hele wereld in het voorjaar van 2020 in lockdown zat, werden de waarschuwingen afgestoft. Donald Trump, die toch al op ramkoers lag met Beijing, besloot sars-cov-2 het ‘China-virus’ te gaan noemen.

Complotdenkers
In 2016 schreef ik een boek over complotdenkers. Als ik iets heb geleerd van de gesprekken die ik heb gevoerd met samenzweringsgelovigen, dan is het wel hoe makkelijk ze informatie terzijde schuiven die niet in hun wereldbeeld past. Daarmee hielden ze mij, onbedoeld, een spiegel voor. Want ook ik heb de neiging om nieuwe feiten makkelijker aan te nemen als ze bevestigen wat ik toch al geloof of als ze afkomstig zijn van iemand die ik vertrouw.

Toen Donald Trump begon te roepen dat het coronavirus afkomstig was uit een laboratorium terwijl Anthony Fauci volhield dat het virus niet man-made was – geheel in lijn met wat ik al dacht – hoefde ik niet lang na te denken. De lab leak-theorie was voor mij iets van radicaal-rechts, niet van serieuze wetenschappers.

Ook bij Nicholas Wade gaan bij mij de alarmbellen af. Hij is de auteur van een controversieel boek over genetica en etniciteit, en in zijn boeiende artikel over Wuhan dendert hij op zijn conclusie af. Genoeg redenen om kritisch te zijn.

Ondertussen werpt Wade wel de nodige vragen op die tot nadenken stemmen. Om te beginnen: hoe is het coronavirus in Wuhan terechtgekomen? Virussen die in de natuur ontstaan, laten een spoor na. In het geval van sars-cov-2 is de route nog niet gevonden. We weten nog altijd niet welk wild dier het virus heeft overgebracht op mensen, en ook van de vleermuizen die het virus onder de leden moeten hebben gehad, ontbreekt vooralsnog ieder spoor.

Een coronavirus dat behoorlijk lijkt op sars-cov-2 (RaTG13, voor 96 procent hetzelfde) is aangetroffen in vleermuizengrotten in de provincie Yunnan in het zuiden van China, zo’n 1500 kilometer van Wuhan vandaan. Grote kans dus dat ook sars-cov-2 ergens in die contreien is begonnen.

Hoe kan het dan dat er tot nu toe nog geen gevallen bekend zijn van besmettingen onderweg, vraagt Wade. En hoe kan het dat dat virus uitgerekend opduikt in een stad waar een lab staat waar onderzoekers aan coronavirussen zitten te sleutelen en waar RaTG13 ook nog eens in de vriezer ligt?

A propos: het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft reden om aan te nemen dat verscheidene medewerkers van het Wuhan-lab in het najaar van 2019, nog voor het eerste bekende ziektegeval, symptomen vertoonden die kunnen duiden op covid-19.

Smoking gun
Wade heeft meer argumenten voor een ontsnapping uit het lab. De kenmerken van het virus bijvoorbeeld. Hij komt op de proppen met Nobelprijswinnaar en viroloog David Baltimore die wijst op de furine-splijtingsplaats van het virus. “De smoking gun voor de oorsprong van het virus”, zegt Baltimore tegen Wade.

Met die furine-splijtingsplaats is volgens Baltimore iets geks aan de hand: hij ziet er anders uit dan je zou verwachten als het virus in de natuur zou zijn ontstaan. Dit lijkt meer op hoe je zo’n virus in het lab zou maken.

En dan is er nog de genetische verscheidenheid van het virus. Als een virus overspringt van dier op mens verwacht je aanvankelijk een grote verscheidenheid: het virus past zich aan de mens aan. Op gezag van Baric schrijft Wade dat de genetische verscheidenheid bij sars-cov-2 aanvankelijk maar klein is, en dat “suggereert dat het virus mogelijk is geïntroduceerd vanuit een enkele bron” (lees: het lab in Wuhan). Het virus was al direct goed aan de mens aangepast.

Langzaam voel ik mezelf in een rabbit hole verdwijnen.

Hele ijverige onderzoeker
Via een Volkskrant-artikel van Maarten Keulemans beland ik bij een Twitter-draadje van Kristian G. Andersen. Die weet duidelijk nog veel meer van coronavirussen-moleculaire-biologie dan Baltimore, en concludeert dat de furine-splijtingsplaats allesbehalve een smoking gun is. Integendeel, vergelijkbare furine-splijtingsplaatsen vind je ook bij MERS en het verkoudheidsvirus HKU1 – geen virussen die uit het lab komen.

Los van de furine-splijtingsplaats bestaan er veel meer verschillen tussen sars-cov-2 en het meest verwante vleermuizenvirus (RaTG13) waarvan bekend is dat het in het Wuhan-lab in de vriezer ligt. Wat ligt dan meer voor de hand? Dat een hele ijverige onderzoeker eindeloos heeft zitten knippen en plakken? Of dat sars-cov-2 en RaTG13 decennia geleden een gezamenlijke voorouder hadden?

Ook over de genetische verscheidenheid bij het begin van de uitbraak denken sommige wetenschappers duidelijk anders dan Wade. Zo schrijft onderzoeker Robert F. Garry dat er al meteen aan het begin twee geslachten waren. Dat zou erop duiden dat het virus bijvoorbeeld via verschillende markten voor wilde dieren voet aan de grond heeft gekregen in Wuhan.

Een sterk argument voor verspreiding via wilde dieren op een markt lees ik in een artikel van Donald G. McNeil Jr., tot een paar maanden geleden de coronaverslaggever van The New York Times. Hij wijst erop dat er begin vorig jaar 600 monsters werden verzameld bij de wet market waar de eerste grote uitbraak plaatsvond.

“Van die monsters was volgens het Chinese persbureau Xinhua ongeveer 6 procent positief voor het virus. De meeste positieve monsters kwamen uit het westelijke deel van de markt waar de wilde dieren werden verhandeld. En de meeste waren afkomstig van plekken dichtbij of onder de vloer.”

Volgens een door McNeil geraadpleegde deskundige is 6 procent heel veel: meer dan je bijvoorbeeld in een ziekenhuis zou aantreffen tijdens het griepseizoen. “En de meest logische verklaring voor het vinden van zoveel virus op de vloer en in de riolering, was niet het hoesten van mensen.” Wat dan wel? “Het was het bloed van een geslacht dier, dat in het rond werd gespoten toen de markt werd schoongespoten.”

Dat er in december al mensen besmet raakten met het coronavirus die niet op de markt waren geweest, hoeft volgens McNeil ook niet te verbazen. “Dieren worden in verschillende ladingen verscheept, en Wuhan heeft andere markten waar levende dieren worden verkocht.” Dat maakt het allemaal weer een stuk waarschijnlijker dat sars-cov-2 toch ‘gewoon’ een zoönose is.

Onder de pet
McNeil schrijft hoe er vorig voorjaar op de redactie van The New York Times al grote verdeeldheid bestond over de vraag waar het virus vandaan kwam. “Regeringsbronnen verzekerden mijn collega’s die over nationale veiligheid schrijven, dat het een lab-lek was en dat de Chinezen dat onder de pet probeerden te houden. Op de wetenschapsredactie hoorden we van virologen en zoölogen dat de kans enorm was dat het geen lab-lek was.”

McNeil schrijft wel dat hij steeds ontvankelijker is geworden voor de theorie dat het virus toch uit het lab afkomstig is. Het gebeurt vaker dat er iets misgaat in een laboratorium. Berucht is een incident uit 1978 waarbij een medische fotograaf in Engeland overleed door de pokken – zij was daarmee de laatste persoon die door het uitgeroeide virus werd geveld.

Shi Zhengli, de viroloog die aan het hoofd staat van het onderzoeksinstituut in Wuhan, erkende in een interview in 2020 met Scientific American dat ook zij aanvankelijk bezorgd was dat het virus uit haar lab afkomstig was. “Ik kon er dagen niet van slapen.” Na bestudering van alle gegevens van de voorgaande jaren, slaakte ze een zucht van verlichting: sars-cov-2 kon volgens haar niet afkomstig zijn uit het Wuhan Institute of Virology. Het onderzoeksinstituut stelt ook dat geen van zijn medewerkers antistoffen heeft tegen sars-cov-2.

Zolang het pad dat het virus heeft afgelegd naar Wuhan niet wordt gevonden, zullen er vermoedelijk twijfels blijven bestaan over de lezing van Shi en het Wuhan Institute of Virology. Zelf zou ik mijn geld nog steeds op een zoönose zetten, maar helemaal zeker ben ik niet. Meer Chinese openheid is nodig.

Wat we ook nodig hebben is een discussie over de gevaren van gain of function-onderzoek. Want je moet er toch niet aan denken dat een door wetenschappers ontwikkeld virus op een kwade dag uit een laboratorium (is) ontsnapt.


Laatste publicatie van Maarten Reijnders

  • Dat was niet de bedoeling

    Waarom we minder kauwgom eten door de smartphone en 19 andere bizarre onvoorziene gevolgen

    2019


Geef een reactie

Laatste reacties (64)