Laatste update 14:52
2.888
42

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Wat een goed idee om meer aandacht te besteden aan de geschiedenis van de herkomstlanden

Heel goed om te beseffen dat het zaad van de beschaving niet specifiek hier in het westen geplant is

Ton van der Schans, voorzitter van de Vereniging van Geschiedenisleraren Kleio, ziet graag dat er meer aandacht komt voor de historie van landen die van betekenis zijn voor kinderen met een (vrij) recente migratieachtergrond. Bij alle commotie rond dit voorstel verdwijnt een belangrijk aspect op de achtergrond: hij had het over het middelbaar onderwijs. Daar staat algemene geschiedenis centraal en niet de vaderlandse.

Wereld in wording

Ai, vrienden en vriendinnen, wat word ik oud. Ik heb de tijd nog meegemaakt dat de broeder persoonlijk in woord en gebaar voor ons zichtbaar maakte hoe kapitein van Brakel de ketting over de Medway kapotvoer waarna onze pikbroeken (we waren te naïef om te giechelen over deze uitdrukking) bij de Engelsen (terecht) de hele klerezooi (mijn woorden) platbrandden en het vlaggenschip de Royal Charles roofden waarna ze het in Dordrecht weg lieten rotten. Dat soort dingen weet je nog als je een zekere leeftijd hebt bereikt. Ook herinner ik mij hoe dr. August Cuypers met zijn gepoederde haar, die uitsluitend omdat hij een heer was uit Den Haag met een wandelstok naar school kwam, hoe Cuypers zich naar voren boog en zacht zei, zodat we hem nog net konden horen: “Imperator, gedenk dat gij sterfelijk zijt”, want dat fluisterde een slaaf steeds de Romeinse overwinnaar in het oor, die een triomftocht was gegund. Deze vorm van geschiedenisonderwijs heeft groot effect maar uitsluitend wanneer de docent gezegend is met theatrale talenten en gevoel voor de veelzeggende anekdote. Anders word het een saaie bedoening. Ik zelf heb in de jaren zeventig ook nog wel eens een paar jaar voor de klas gestaan en mijn uitgangspunt was steeds: “Ongeveer tot hun veertiende zijn leerlingen geïnteresseerd in geweld en seks en daarna in seks en geweld”.

Wij werkten op de middelbare school een leerboek door met de titel “Wereld in Wording”. Dat was een samenvatting van de wereldgeschiedenis volgens de opvattingen van de jaren zestig: Egypte, Mesopotamië, klassieke oudheid, en vervolgens een grote nadruk op westelijk-Europa. India, China en de pre-Colombiaanse beschavingen waren verre zijtonelen. De rest van de wereld kwam pas in beeld als onderdeel van het Europese (en Amerikaanse) kolonialisme. En ja, er was aandacht voor de transatlantische slavernij.

Die oude manier van geschiedenisonderwijs is van het toneel verdwenen. Het aantal uren is ook verminderd. Op het eindexamen wordt grote aandacht besteed aan deelonderwerpen die van te voren zijn bepaald en in de lessen behandeld. Dat is ook logisch. Wat er bekend is over de wereld in wording en de opgang van de mensheid is zo rijk en gedetailleerd dat je er in de klas maar een paar hoofdpunten van kunt behandelen. En dan nog doe je de algemene geschiedenis geen recht. Dat is onmogelijk.

Je moet dus kiezen. Je moet elementen kiezen die voor leerlingen in het Koninkrijk der Nederlanden relevant en van belang zijn. En in dit licht zijn Van der Lans opmerkingen een nuttige leidraad en een handig criterium. Je geeft landen en culturen waarmee leerlingen zich door hun afkomst bijzonder verwant voelen, een streepje voor bij het kiezen van de examenonderwerpen. Dan komen  inderdaad Turkije in beeld, Marokko, India, West-Afrika, Polen, Roemenië en dat eerder dan bij wijze van spreken de Scandinavische landen of Nieuw-Zeeland of de New Deal. Een tweede criterium is belangstelling voor onze buurlanden, niet alleen België en Duitsland maar ook Venezuela, Colombia en op een bepaalde manier ook de Dominicaanse Republiek.

Je doet dat niet om Turkse, Marokkaanse of Hindoestaanse leerlingen een plezier te doen maar juist ook omdat het van belang is dat leerlingen met een andere afkomst er ook iets van weten. Kennis van het verleden is immers nuttig om het heden te begrijpen, bijvoorbeeld het relatieve succes van DENK of de volledige politieke en ideologische verscheurdheid van de Turken in Turkije en de diaspora.

En voor het overige is het voor leerlingen heel goed om te beseffen dat het zaad van de beschaving niet specifiek hier in het westen geplant is maar op tal van plekken in de wereld en daar zijn eigen ontwikkeling kende. Dat is des te wezenlijker nu door de moderne communicatiemiddelen al die beschavingen met elkaar verbonden zijn. Anders leidt het maar tot miscommunicatie en haat.

Overigens dient het in alle gevallen te gaan over geschiedenisonderwijs en niet om het overbrengen van nationale mythes en zwarte legendes. Behoorlijk geschiedenisonderwijs zonder taboes of parti pris leidt bij de leerlingen niet tot nationale trots of chauvinisme maar tot scepsis en het verlangen om door zelf na te denken tot een afgewogen oordeel te komen.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (42)