887
9

electrotechnisch ingenieur

Henk Daalder is elektrotechisch ingenieur, veranderkundige en windpark ontwerper. Hij zet zich in voor cooperaties en burger windparken omdat overheden burgers bijna altijd buiten sluiten van voordeel uit een windpark. Burgers invloed en voordeel gunnen zijn de sleutel factoren voor duurzaamheid. Hij blogt vaak over windenergie op http://www.duurzamebrabanders.nl/blog En hij onderzocht hoeveel ruimte er in ons land is voor mooi ontworpen burger windparken op het Windparken Wiki http://www.guldenlijn.nl/windparken/mwiki
Twitter @HenkDaalder

Wat er echt mis ging bij GroenLinks

De antwoorden van de commissie Van Dijk zijn niet de juiste

De GroenLinks-commissie Van Dijk doet een poging te beschrijven wat er mis ging binnen GroenLinks, maar helaas keek ze niet achter de problemen. Daardoor is het maar de vraag of de oplossingen om de partij beter te maken, zullen werken.

Ze constateren dat de GroenLinks fractie de rest van de partij met dedain tegemoet trad. Ook werkten de GroenLinks Kamerleden onderling niet samen. Maar waar kwam dat dedain vandaan?

Dat dedain had een reden, de oorzaak er achter is meer het echte probleem dan wat er van het rapport over GroenLinks in de media kwam. Voor de media is dat niet belangrijk, maar voor de de mensen die verder willen met GroenLinks is het nuttig te weten waardoor die afstand ontstond. Zonder de echte oorzaak te kennen, zou die afstand zomaar weer kunnen ontstaan.

In de Kamer spelen grote belangen, het is oorlog om geld en aandacht. Lobbyisten praten Kamerleden plat. Zo worden Kamerleden bestookt met niet-objectieve informatie en altijd een deel van de werkelijkheid. De leden van een politieke partij zijn geestverwanten voor de Kamerleden, maar door de afstand niet betrokken bij wat er in de Kamer gebeurt. Zij kunnen echter wel het eenzijdige beeld van lobbyisten balanceren, in perspectief te plaatsen. Maar dan moet de fractie wel het debat zoeken in de partij. En dat deden ze niet bij GroenLinks.

Debat en andere vormen van interactie zorgt voor aandacht bij de leden, die raken daardoor beter geïnformeerd, waardoor hun visie  waardevoller wordt voor de Fractie. Zo zou een politieke partij kunnen werken als de onderlinge afstand niet te groot is.

Belangenclubs
Omdat de politiek over belangen gaat, proberen belangenclubs een voet tussen de deur te krijgen bij de fractie. Dat is bijvoorbeeld de natuur en milieuclubs goed gelukt bij GroenLinks. De mensen uit deze clubs zitten nu in de fractieorganisatie en ook in de fractie, en is een lobbyist eenmaal binnen, dan is de rest van de partij niet meer nodig.

De fractie heeft die belangenclubs overigens bewust binnen gehaald. Bram van Ojik schreef in 2008 een rapport waarin hij 2 dingen adviseerde:
– “haal de belangenclubs in de partij” – dat is dus de fractie geworden.
– “democratiseer de besluitvorming in de partij” – dit is helaas niet gebeurd. Dat had tot gevolg dat de heel specifieke belangen van de belangenclubs werden doorgedrukt en de rest van de partij het nakijken had. De leden konden geen democratische controle uitoefenen.

Belangenclubs zijn op zich niet het probleem, maar bij GroenLinks was er geen democratische controle op hun invloed, ze konden hun gang gaan en dat schepte de afstand.

De belangenclubs en Kamerleden vergaten dat een politieke partij meer is dan een belangenclub en om zich staande te houden tegenover kritisch leden, gebruikten ze het instrument ‘dedain’.

Het partijbestuur is een middel om dit soort ontsporen te corrigeren, maar dat was niet krachtig genoeg, en belangrijker: het had geen effectieve instrumenten om GroenLinks politici en vasthoudende belangenclubs in het gareel te houden.

Instrumenten voor het Partijbestuur
Daarom is het belangrijk dat het partijbestuur die instrumenten wel krijgt. Het GroenLinks interim-partijbestuur stelt voor jaarlijks functioneringsgesprekken te houden. Maar eenmaal per jaar een feedback is veel te weinig, als je dagelijks de strijd aan gaat. In frequentie en in het aantal leden dat invloed heeft op de feedback.

Het partijbestuur  zal met ledenpeilingen en referenda onder alle leden de fractie regelmatig bij de les moeten houden. Dan kunnen de Kamerleden aan de peilingen zien of ze volgens de partij nog goed bezig zijn. En hun uitleg en argumenten verbeteren, of de koers aanpassen.

Dergelijke peilingen moeten zo belangrijk gemaakt worden dat er debat en interactie over ontstaat in de partij, zodat leden voldoende geïnformeerd zijn en met enige kennis van zaken een oordeel kunnen geven, of inhoudelijke feedback. De manier waarom dit soort peilingen belangrijk gemaakt worden, moet een organisatie wel leren.

Het gaat niet om het gedachteloos doorklikken van een webpagina, maar een aankondiging en van het vraagstuk, de gevolgen van de voorgenomen keuze, en een online debat plek, en leesvoer. Na een paar weken debat volgt de peiling en weet de fractie waar de rest van de partij staat.

Op deze manier heeft het partijbestuur instrumenten om de afstand tussen fractie en de rest van de partij te verkleinen.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)