2.877
66

Socioloog/Criminoloog

Jan Dirk de Jong is socioloog en criminoloog. Hij heeft een eigen onderzoeks- en adviesbureau en is gastdocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling strafrecht en criminologie.

Wat is er mis met discriminatie?

Nep-krakers en wannabe-activisten wijzen graag naar rechts en schreeuwen dan dat 'hullie' slecht zijn omdat ze discrimineren. Wat een gebrek aan realiteitszin ten bate van het eigen ego

Afgelopen woensdag 21 maart is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. De Gemeente Amsterdam maakt al wat langer reclame voor zichzelf met de slogan: “Discriminatie. Amsterdam is er klaar mee” (zie de website: amsterdam.nl/discriminatie). Maar wat een onzinnig idee eigenlijk. Mensen discrimineren nu eenmaal. Zo scheppen zij orde in de overweldigende diversiteit van hun sociale omgeving. Zonder onderscheid te maken in verschillende categorieën mensen (met de bijbehorende vooroordelen), zouden wij als persoon niet eens normaal kunnen functioneren. Dus zien wij geslacht, leeftijd, huiskleur, en soms ook seksuele voorkeur of religieuze overtuiging. Wij delen andere mensen automatisch in op basis van dergelijke groepskenmerken en dichten die groeperingen vervolgens allerlei typerende eigenschappen toe – zolang onze persoonlijke ervaring met leden van die groepen die vooroordelen niet tegenspreekt. Deze vorm van discriminatie is zo natuurlijk als de mens zelf en daar is helemaal niks mis mee.

Waar wel wat mis mee is, zijn de mensen die vorige week woensdag zo nodig op de barricades moesten gaan staan om te propageren dat zij tegen discriminatie zijn. Deze mensen bedienen zich meestal van simpele en onjuiste leuzen, zoals: iedereen is gelijk. Ik ken dat soort types maar al te goed. Ik kwam er onder meer mee in aanraking toen ik werd uitgenodigd om te spreken op een anti-Wilders bijeenkomst op de Universiteit van Amsterdam een paar jaar geleden. Ik was uitgenodigd vanwege mijn onderzoek onder ‘Marokkaanse’ straatjeugd in Amsterdam Nieuw-West. Toen ik de zaal in mijn lezing uitlegde dat veel straatjongens meer respect hadden voor Nederlanders als Pim Fortuyn en Geert Wilders (omdat die in hun ogen tenminste met open vizier strijden), werd mij dat door de aanwezige salonsocialisten niet in dank afgenomen. Ik verklaarde verder dat ik zelf destijds ook het vertrouwen van mijn onderzoeksgroep had gewonnen door eerlijk te zijn en toe te geven dat ik een hekel had aan Marokkanen (ik kende er namelijk toen nog geen één). Deze realiteit bleek wat veel voor de organisatie van de anti-Wilders beweging en ik werd dan ook vriendelijk doch dringend verzocht om weer te vertrekken.

Kijk, wat dat soort anti-discriminatie mensen beoogt is natuurlijk ook helemaal geen verbetering voor groepen medemensen die als tweederangs burgers worden behandeld, maar een gemeenschappelijke verheffing van het eigen zelfbeeld. Het zijn vaak mensen die zelden een stap zetten in Amsterdam Zuid-Oost of Nieuw-West, maar wel graag de allochtonen in hun kennissenkring tellen: “Ik discrimineer niet, want ik ken drie (hoogopgeleide) Surinamers.” Deze vaak roomblanke elite bestaande uit nep-krakers en wannabe-activisten (echt links distantieert zich doorgaans van dergelijke opportunistische figuren) wijst graag naar rechts en schreeuwt dan dat ‘hullie’ slecht zijn omdat ze discrimineren. Wat een gebrek aan realiteitszin ten bate van het eigen ego! Ze zouden zich moeten schamen, maar de Nederlandse socialistische bovenlaag kent helaas geen ‘schaamtecultuur’ zoals onze Noord-Afrikaanse gemeenschap.

Aan de andere kant is er wat etnische minderheden betreft natuurlijk wel degelijk sprake van sociale ongelijkheid in de Nederlandse samenleving en het is zinnig daar wat aan te doen. Gevoelens van onveiligheid en onvrede zullen daardoor verminderen, met name in de grote steden zoals Amsterdam. Los van het verminderen van sociaal-economische ongelijkheid, het wegwerken van taalachterstanden in het onderwijs en een toename van ander cultureel kapitaal, is de beeldvorming van groot belang. Zo zou het bijvoorbeeld goed zijn als er eens een politicus opstond die in heldere bewoordingen de oneerlijke toonzetting in de mediaberichtgeving over jeugdcriminaliteit aan de orde stelt. ‘Marokkaanse’ straatjongens in Amsterdam hoeven maar een scheet te laten en het is voorpaginanieuws (tenminste tot straks de ‘Poolse’ jongemannen het stokje van ze overnemen). Maar als de burgermeester van Urk onlangs door een lokale Hollandse hanggroep met de dood wordt bedreigd – iets wat allochtone jongens uit Amsterdam West naar mijn weten nog nooit hebben geflikt bij Cohen of Van der Laan–, stelt niemand Kamervragen.

Het punt dat men zou moeten maken is dat iedereen als mens weliswaar uniek en dus ongelijk is, maar als medemens wel gelijkwaardig. Bovendien hebben we allemaal dezelfde menselijke behoeften; met als belangrijkste de behoefte om je verbonden te voelen met andere mensen en erkend te worden als een goed mens (binnen je eigen groep). Als we ons daarop focussen – op die algemene behoefte om onvoorwaardelijk geaccepteerd te worden door andere mensen – dan kunnen we ons allemaal inleven in andere groepen mensen. Etnische of religieuze groeperingen die ogenschijnlijk sterk van Hollanders verschillen qua uiterlijke verschijning, qua waarden en normen, en qua geschiedenis, worden opeens toegankelijk. Met dat uitgangspunt is ieder mens dan inlevend te begrijpen, zijn vooroordelen over verschillen te vervangen door kennis van gemeenschappelijkheden, en kan het onzalige idee van gelijkheid worden vervangen door gelijkwaardigheid. Zo gezien moeten mensen die een positieve bijdrage willen leveren aan de achtergestelde situatie van hun ‘allochtone’ of ‘islamitische’ medemensen, zich niet langer profileren als anti-discriminatie, maar juist als pro-empathie.

Dit artikel is verschenen in Het Parool van 3 april

Geef een reactie

Laatste reacties (66)