2.786
217

Ondernemer/ Publicist

Michael Blok is geboren in 1970 in de regio Den Haag. Hij woont sinds 1988 in Amsterdam, met tussenpozen in Londen en Parijs. Hij studeerde economie en bedrijfskunde, en begon zijn carrière als zakenbankier bij Morgan Stanley. Later was hij strategieconsultant bij McKinsey, en in 2004 richtte hij met 3 collega's The Anders & Winst Company op, een adviesbureau op het gebied van duurzaam en strategisch zakendoen. Van 2007 t/m 2010 was hij voorzitter van GroenLinks in Amsterdam-Oost. Sinds begin 2011 is hij actief binnen het Platform Stop Racisme en Uitsluiting en publiceert hij regelmatig over het minderhedenonvriendelijke klimaat in Nederland.

Wat nou “populisme”?

Wie nationalisme populistisch noemt, doet het debat te kort

Nederland heeft een sterke traditie in het kiezen van ongelukkige benamingen voor politieke vraagstukken. De term “allochtoon” betekent in de praktijk “de anderen”, en heeft zeker een rol gespeeld bij de steeds strengere maatregelen tegen immigratie en minderheden. De gezondheidszorg ging ooit opeens “zorg” heten, waardoor iedere ouder of geraniumbezitter zich nu een beetje arts kan voelen. Politici kunnen geld uitgeven “investeren” noemen zonder dat ze worden uitgelachen. De nieuwste loot aan deze stam is het woord “populisme”. Ook hier wordt een woord op een manier gebruikt die de kwaliteit van het debat niet dient.

Het wordt populisme bestaat al heel lang, en wordt traditioneel gebruikt voor een stijl van politiek voeren. Meestal spreekt de politicus in grote woorden namens “het volk”, dat de macht moet terugpakken van de elite in de hoofdstad. In Latijns-Amerikaanse landen bestaat een sterke populistische traditie. In de jaren ’80 deed in de VS de zakenman Ross Perot een gooi naar het presidentschap met een vlammende campagne tegen zittende politici. Hier maakte in de jaren ’60 Boer Koekoek furore met wilde uitspraken die hem dè grote protestpoliticus maakte van de Nederlandse 20e eeuw.

Geert Wilders heeft ook een populistische stijl, maar gek genoeg is ook zijn politieke programma populistisch gaan heten. Dit komt ook omdat het maar niet wil lukken om een goede naam voor dat programma te bedenken. We probeerden nationaal-liberaal en nieuw-radicaal-rechts, maar het dekte de lading toch niet. Extreem-rechts of fascistisch vinden de meesten te ver gaan. Bij gebrek aan beter is door een proces van kruisbestuiving zijn ideologie dezelfde naam gaan dragen als zijn stijl: populisme.

Zo kan het gebeuren dat de qua stijl keurige, maar qua inhoud keiharde speech die CDA-leider Maxime Verhagen onlangs gaf over “terechte” angst voor vreemdelingen werd onthaald als een koerswijziging van het CDA richting het populisme. Ook de VVD wordt populistisch genoemd als ze netjes geformuleerde maar minderhedenonvriendelijke voorstellen doet. Terwijl populistische politici uit het verleden vaak niets tegen minderheden hadden.

Door een woord met een zo rijke historie een zo rare betekenis te geven doen we onszelf tekort. In de eerste plaats verdient de populistische stijl in de politiek natuurlijk een apart woord. Een partij als de SP, (die soms populistisch is qua stijl) wordt nu opeens geassocieerd met vreemdelingenhaat. Ook wordt extreem beleid op deze manier weer een stukje acceptabeler gemaakt, want populisten zijn er altijd geweest. Over Wilders hoeven we ons dus ook geen zorgen te maken. En wie kan er iets hebben tegen luisteren naar de wil van het volk?

Het woord populisme moet dus weer terug in zijn hok. Er is gelukkig een prima alternatief. Wilders steunt op twee pilaren: het verminderen van de invloed van het buitenland en het in stand houden van verworvenheden zoals de 65-jarige pensioenleeftijd. Het eerste noemen we meestal nationalisme, het tweede noemen we sociaal. We moeten die termen niet in die volgorde aan elkaar plakken, want dan brengen we Wilders in verband met misdaden die hij waarschijnlijk niet van plan is.

Maar we moeten er ook niet bang voor zijn om de ideologie van Wilders te benoemen met een term waar een beetje venijn in zit. Dat zit immers ook in zijn bewoordingen en zijn politieke programma, dat de meeste mensenrechten wil inperken of afschaffen.

Sociaal-nationalisme is dus de beste benaming voor het denken van Wilders. Het is niet te flauw, en ook niet te gepeperd. En als CDA of VVD weer eens met verregaande minderhedenonvriendelijke plannen komen, dan kunnen we die ideeën gewoon nationalistisch noemen. Want “sociaal” kunnen we daar rustig weglaten.

Geef een reactie

Laatste reacties (217)