1.833
200

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Wat te doen met de problemen van een multireligieuze samenleving?

Het is mooi dat de problemen nu eindelijk benoemd worden, maar wat kan er aan worden gedaan? En wat kunnen moslims er aan doen?

Nu zelfs Angela Merkel de multiculturele samenleving failliet heeft verklaard lijkt de consensus compleet: in West-Europese landen is het toelaten van een aanzienlijke moslimgemeenschap op een mislukking uitgelopen. Maar deze consensus heeft vooral betrekking op de signalering van een maatschappelijk probleem en de overstijging van een politiek taboe. Hoe we dat probleem vervolgens zouden moeten aanpakken is een heel andere vraag.

Henk Hofland stelt in de NRC van 20 oktober terecht dat de radicale denkbeelden van Wilders er in gaan als koek, maar dat er geen begin van een oplossing wordt aangedragen om die denkbeelden om te zetten in praktisch beleid. Wat doen we met de moslims in Europa, vraagt hij zich af: “Al die miljoenen deporteren? Hoe? Waarheen? De Koran verbieden, alle exemplaren verbranden? De moskeeën afbreken?” Dat zijn geen aanlokkelijke perspectieven.

In zijn column in Trouw van 22 oktober stelt ook Rob de Wijk de vraag wat het alternatief zou moeten zijn voor de multiculturele samenleving. Hij heeft weinig vertrouwen in het idee van veel politici dat nieuwkomers simpelweg door een inspanning op het gebeid van taal, werk en onderwijs kunnen worden geïntegreerd in de Europese samenlevingen. De wij-zij gevoelens zullen daarmee niet zomaar verdwijnen. Er zullen in Europa eerder parallelle gemeenschappen ontstaan volgens De Wijk, “eilanden van vreemde cultuur,” die door autochtone bevolkingen zullen worden geaccepteerd zolang ze geen antiwesterse haat gaan koesteren.

Hofland en De Wijk leggen de vinger op de zere plek. Het is mooi dat de problemen nu eindelijk benoemd worden, maar wat kan er aan worden gedaan? En wat kunnen moslims er aan doen? De radicale oplossingen die Hofland opsomt zijn vooralsnog ondenkbaar. Er zijn simpelweg geen aanvaardbare, praktische maatregelen die aansluiten bij de wilde anti-islam retoriek van Wilders. Maar ook het redelijke alternatief dat meer gematigde stemmen in de Nederlandse politiek naar voren brengen is niet zonder problemen.

Zouden nieuwe Nederlanders zich werkelijk met een inburgeringcursus kunnen omtoveren in modelburgers die dan opeens overal als goede buur welkom zijn? Zouden Henk en Ingrid de nieuwe Nederlanders echt gaan accepteren als ze maar de hutspot omarmen en correct Nederlands leren spreken?

We kunnen de dilemma’s van de moslimgemeenschap van nu misschien vergelijken met die van de Joodse diaspora in de 19e eeuw. Toen er nog een aanzienlijke joodse gemeenschap bestond in Europa werden aan de joodse cultuur soortgelijke verwijten gemaakt als aan de moslimgemeenschap nu: Joden hadden cruciale historische ervaringen zoals de Verlichting niet doorgemaakt en waren cultureel niet toegerust op volwaardige deelname aan de moderne westerse samenleving.

In het interessante essay “Judaism and Politics in the Modern World” beweert de Engelse opperrabbijn Jonathan Sacks dat dit in de 19e eeuw leidde tot een dubbele crisis voor de joodse gemeenschap in Europa. Ten eerste werd de joodse cultuur en religie onder druk gezet door het vooruitgangsdenken van de Verlichting. De traditionele joodse manier van leven werd algemeen als onverenigbaar beschouwd met het westerse streven naar emancipatie en modernisering. Dit bracht een enorme identiteitscrisis teweeg, waardoor veel joden zich van hun geloof afkeerden en de moderniteit omarmden.

Met deze afwijzing van de joodse wortels en omarming van het moderne Westen kwam echter geen acceptatie, maar juist meer argwaan. Dit is de tweede crisis waarmee joden werden geconfronteerd. Hoezeer ze zich ook probeerden aan te passen, hun pogingen leidden vooral tot meer wantrouwen. Kort gezegd ging dat zo: Als men bereid was om de oorspronkelijke joodse identiteit zo snel bij het grof vuil te zetten, dan bewees dat ofwel de superioriteit van de westerse cultuur, ofwel de onwaarachtigheid van de bekeerling. Verwesterde Joden werden zo inferieure na-apers of onoprechte veinzers met een dubbele agenda. Aanpassing leidde op die manier tot steeds irrationelere vooroordelen.“The more assimilated they became,” merkt Sacks op, “the more anti-Semitism grew.”

Het zou treurig zijn als in de omgang met moslims in Europa dit patroon zou worden herhaald. Een aantal voortekenen zijn niet hoopgevend. De integratie van moslims werd zo onlangs nog geplaatst in de sleutel van tamelijk obscure leerstuk van “takiyya”, de aansporing aan moslims in een niet-islamitische omgeving om te liegen over hun geloof. Dit suggereert dat moslimimmigranten die zich voordoen als geïntegreerde medeburgers eigenlijk radicale zeloten zijn die antiwesterse denkbeelden aanhangen. Het is ook zichtbaar in het wantrouwen jegens Barack Obama. Hoewel Obama een volledig aangepaste, succesvol geïntegreerde immigrant is die zich nota bene heeft bekeerd tot het christendom, geeft het feit dat zijn vader een moslim was nog steeds aanleiding tot de wildste verdenkingen en complottheorieën. Iets soortgelijks is zichtbaar in de kritiek op de integratieboodschap van hoogleraar Tariq Ramadan ― die met een dubbele tong zou spreken ―, of op Feisal Abdul Rauf die met zijn boodschap van verzoening eigenlijk de bouw van een overwinningsmoskee op Ground Zero zou willen verhullen.

De les die de joden volgens Sacks uit hun historische ervaring hebben getrokken is dat zij het antisemitisme niet zelf kunnen wegnemen door zich te veranderen in modelburgers. Antisemitisme kan uiteindelijk alleen door antisemieten worden weggenomen. De vraag vandaag is niet alleen of het wantrouwen tegen moslims puur een probleem van en voor moslims is, of dat de onomkeerbare aanwezigheid van deze groep vereist dat ook wij ze leren verdragen. De vraag is ook of al die ferme maar welbedoelde maatregelen voor de integratie van moslimimmigranten in de Nederlandse samenleving geen onbedoelde en averechtse effecten kunnen krijgen.

Vrouwen werden ooit te irrationeel en emotioneel gevonden om als volwaardige burgers deel te nemen aan de Nederlandse democratie. Stel dat van vrouwen was geëist dat ze eerst een inburgeringscursus voltooiden om te leren rationeel te zijn en hun emotionele karakter onder controle te krijgen voordat ze als volwaardig burger mochten meedoen in de Nederlandse democratie. Een dergelijke procedure had waarschijnlijk niet de gelijkheid bevorderd, maar een vraagteken geplaatst bij de bekwaamheid van iedere vrouw om een gelijkwaardige rol te spelen in het democratische bestel. Het gevaar van ferme maatregelen die zijn bedoeld om Wilders de wind uit de zeilen te nemen, is dat ze impliciet zo’n vraagteken zetten bij de bekwaamheid van moslims om volwaardige Nederlandse burgers te worden

Geef een reactie

Laatste reacties (200)