2.466
39

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Wat we in het westen kunnen leren van de demonstranten in het Midden-Oosten

De meeste mensen in het Midden-Oosten blijven verlangen naar de burgerlijke waardigheid van een liberale democratie. Wij in het vrije westen zouden van hen moeten leren.

Cc-foto: Shahen books

Bagdad en Beirut zijn al dagen in handen van de burgers. Dwars door de etnisch-religieuze scheidslijnen heen protesteren Libanezen en Irakezen hand in hand. Ze protesteren tegen het ontbreken van een waarlijke rechtstaat en tegen de corruptie.

Zij verlangen naar een burgerlijke samenleving, zelfbeschikking van het individu en zelfbeschikking van de natie. Na de Groene Beweging (2009) in Iran en de Arabische Lente die in 2010 in Tunesië begon en als een vuurzee door het hele Midden-Oosten trok, zijn we nu opnieuw getuige van een revolutionair momentum in het Midden-Oosten.

Je zou denken dat de westerse democratieën de natuurlijke bondgenoten van deze naar liberale democratie smachtende burgers zouden zijn. Dat zij met woorden en daden de derde democratische golf in het Midden-Oosten zouden toejuichen.

Maar helaas, de politieke arena in het westen zelf is in de greep van het politieke cynisme. Of het nu de huidige gevestigde politieke partijen zijn of hun voornaamste populistische uitdagers, bewondering voor en compassie met het democratische verlangen van de burgers uit het Midden-Oosten valt niet van hen te verwachten.

Neem nu de Nederlandse politiek. De onfortuinlijke voormalige minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra, die moest aftreden na gebluf over een ontmoeting met president Poetin en tegenwoordig lobbyist is voor de bouwsector – hoeveel cynisme wilt u hebben? –, verklaarde ooit eerlijk wat de huidige westerse consensus is over het Midden-Oosten.

In een interview met de Volkskrant zei Zijlstra, toen nog fractievoorzitter van de VVD: “Nederland moet dictators aan de randen van Europa voortaan niet meer met opgeheven vinger tegemoet treden. Het te snel omverwerpen van ‘stabiele regimes’ van onderdrukkers leidt tot chaos en daarmee een extra vluchtelingenstroom naar Europa.”

Van zijn partijgenoot en de huidige minister van Buitenlandse zaken Stef Blok, die blijkens zijn vorige zomer uitgelekte toespraak de eigen multiculturele samenleving al eng vindt, valt niet veel beters verwachten.

Men noemt de backlash van Arabische Lente, die zogezegd een winter is gebleken, vaak als reden voor zoveel cynisme. Een erg onvolwassen redenering, dunkt mij. Alsof de westerse democratieën in een nacht geworden zijn wat ze zijn. Alsof de eerste Franse Republiek meteen een baken van liberale rechten was. Alsof onze democratische rijping in het westen zo feilloos is verlopen, en nooit gegijzeld zou zijn geweest door het fascisme en nazisme.

Nee, het huidige cynisme van de westerse buitenlandpolitiek valt niet te wijten aan wat dáár in het Midden-Oosten gaande is. Het heeft alles te maken met wat híer met onze democratieën aan de hand is. Gevestigde politici in het westen zijn groot geworden in het neoliberale tijdperk en “bevrijd” van welk utopie of visie dan ook. En marktdenken heeft niet veel met revoluties en andere voor beursgenoteerde bedrijven onvoorzienbare risico’s.

Tegenover deze bange technocraten staan in onze politieke arena de lefgozers van de Trump-school: “America First!”. De populisten die het vooral moeten hebben van het egoïsme, het etnocentrisme en de xenofobie van hun kiezers. Van een universalistisch moreel kompas is binnen deze stroming geen sprake. Zie de wanstaltige wijze waarop president Trump, het icoon van deze politieke stroming, in afgelopen weken is omgegaan met de Koerden in Syrië.

Tot zover de huidige bezetting van onze politieke arena. Ik kan het niet mooier maken dan het is. Ik kan het eerlijk gezegd ook niet goed uitleggen aan mijn collega-socioloog en oude vriend uit Iran die recent enkel vanwege het vertalen van boeken over de civil society drie maanden in de gevangenis belandde. Noch aan de stadhistoricus uit Beirut die deze dagen een hele schorre stem heeft aan de telefoon na dagenlang demonstreren. Of aan de schrijver uit Bagdad die vanuit zijn ballingschap in Europa, wankelend tussen hoop en vrees, vele slapeloze nachten aan de sociale media gekluisterd is. En ik kan het helemaal niet uitleggen aan de jonge, fijnzinnige Arabische Lente-generatie van romanciers uit Egypte. Hoe kan de afslachter van de Egyptische democratie, generaal Sisi, nu de beste bondgenoot zijn van het westen?

Zij vragen zich oprecht af hoe het komt dat het westen – welvarender dan ooit, vrediger en stabieler dan ooit, waar een individu meer zelfbeschikking heeft dan ooit, tot aan het recht om te beslissen of hij uit het leven wil treden – zo weinig compassie toont met het liberale democratische verlangen van de Ander? Ik kan het hun niet uitleggen. Omdat ik me schaam om tegenover hun burgerlijke moed een systeemverklaring over onze moedeloosheid neer te zetten.

Natuurlijk, de neoliberale en materialistische samenlevingen hebben van de burgers egocentrische “ondernemers” gemaakt die ondanks collectieve rijkdom en overvloed voortdurend in overlevingsmodus zijn. Een zielloze, eenzame toestand die eigen cynische demonen oproept: nationalisme en xenofobie.

Maar het lot van onze politiek hoeft toch niet door een tweestrijd tussen neoliberale technocraten versus populistische xenofoben bepaald te worden? Wij zijn er toch ook nog? Dat we in deze catch-22 zitten is aan onszelf te wijten. Wij, de burgers kunnen de “game changer” zijn. Wij zouden op zijn minst een poging moeten doen. Wij zouden onze democratieën hun gepassioneerde waardigheid kunnen teruggeven.

Het is het waard om voorbij het door cynisme gedreven buitenlandbeleid van de huidige politici in het westen solidariteit te tonen met alle burgers die elders naar dezelfde rechten streven. Niet vanuit de illusie dat wij hier in het westen de lotsbestemming van de Ander kunnen bepalen, maar vanuit verlangen om onze eigen waardigheid als burgers terug te winnen. Laat Bagdad en Beirut ons lichtende voorbeeld zijn.


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (39)