1.934
6

Schrijver en jurist

Claire Schut (28 februari 1956, Amsterdam) is schrijver en jurist. Ze heeft ruim 25 jaar ervaring bij de overheid, o.m. op het terrein van ambtenarenrecht, klachtrecht en onderzoek naar discriminatie, seksuele intimidatie en ambtelijke integriteit. Als freelance tekstschrijver en journalist schreef ze o.m. voor de Economische Voorlichtingsdienst (EVD), SNS bank Randstad, Centraal Orgaan Opvang asielzoekers (COA), Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO), Federatie van Nederlandse Exporteurs (Fenedex), ISW Opleidingen en Literair Theater Branoul.

WC-eend adviseert WC-eend? De asbestbranche pakt dat nog handiger aan

Zo gaat het waarschijnlijk overal met de asbestsanering in Nederland. Op papier in orde. Eenmaal gecertificeerd, altijd gecertificeerd. Regels zijn regels.

De asbestsanering in het pandje van de huisjesmelker was klaar. Althans, op papier. Alles perfect en gecertificeerd in orde. Of er asbestvezels in het huizenblok en de speeltuin lagen, wist niemand. Ook de gemeente niet. Een kwestie van risicobeoordeling – asbest versus gezondheid en milieu – uitbesteed aan een gecertificeerd bedrijf, dus dat zat wel snor. En het werk moest door. Grote stad, veel pandjes. Heel veel werk, weinig handjes.

“Denk je dat het veilig is?” vroeg buurvrouw An.
“Neen”, zei buurman Jan, hij dacht van niet.
Meer buren maakten zich zorgen. Buurman Piet had een voorstel: “Beste gemeente, het asbest is niet volgens de veiligheidsvoorschriften verwijderd. Er is geknoeid aan alle kanten. Dat zeggen ook de deskundigen. Kunt u bij de eindcontrole laten onderzoeken of er asbestvezels op de balkons van de huisjesmelker liggen?”

Goed plan, geen applaus. Het bleef stil. Belrondje langs de loketten. Telefoniste 1 kon niet doorverbinden. De stadsdeelinspecteur was onbereikbaar. Loket B was dicht. De ombudsman deed in deze fase niet aan interventies. Telefoniste 2 kon wel doorverbinden. Mevrouw T. van Toezicht hoorde het aan en zou terugbellen. Stilte. De tijd drong. Op deze dag was de eindcontrole, hèt moment voor onderzoek. Nog eens bellen. Sound of silence.

Om 11.00 uur belde de teammanager van de afdeling Toezicht. Mevrouw T.? Nooit van gehoord. Waar ging het over? Oh. Nee. Nee, dat kon niet. De afdeling Toezicht was niet bevoegd om opdracht te geven tot nader onderzoek. Ze kon er de controlerende instantie alleen om vragen. Nee. Nee, dat ging ze niet doen. Daar was geen enkele aanleiding toe. Alles was perfect in orde.

“Hier neem ik geen genoegen mee”, zei An. “Dan ga ik naar de krant.” 

Het roer ging om. Er werden alsnog kleefmonsters op de balkons van de huisjesmelker en bij de buren genomen, beloofde het hoofd Toezicht: “De stadsdeelinspecteur zal u in een email bevestigen wat ik tegen u heb gezegd. En daarna belt u hem of u dat onderzoek nog wilt.”

“Dat kan ik u gelijk zeggen”, zei An. “Dat willen wij buren allemaal.”

Maar die email moest en zou er komen, het startsein voor een hele reeks.

Stadsdeelinspecteur (11.10 uur): “Naar aanleiding van de commotie deel ik u het volgende mede. Op basis van het beeldmateriaal en gesprekken met de deskundige toezichthouder asbest, is de gemeente van mening dat er gewerkt wordt volgens de richtlijnen en zien wij geen noodzaak om een melding te maken aan de certificerende instelling van een zorgelijke situatie.” Over het telefoongesprek en de beloofde kleefmonsters geen woord.

An (12.09 uur): “Wij willen het onderzoek dat uw leidinggevende heeft beloofd in het telefoongesprek waar u bij zat. Kleefmonsters. Ik ga u nu bellen om dat te bevestigen.” 
Stilte. 

An (12.58 uur): “Geachte teammanager van de gemeente, ik heb uw stadsdeelinspecteur nu tweemaal gebeld (vast en mobiel). Ik kan hem niet bereiken. We maken ons vreselijke zorgen over dat asbest. We willen graag die beloofde kleefmonsters. Alvast bedankt.”

Teammanager (13.15 uur): “De inspecteur heeft geen oproep van u gemist. Hij heeft u zojuist gebeld. Helaas bent u niet bereikbaar. U kunt hem terugbellen. Dan zal hij de vervolgstappen met u bespreken.”

“Die afgrijselijke spelletjes”, gromde An en zat heel even stuk.

“Dacht het niet”, zei Jan en stuurde een mail (14.57 uur): “U bent als Hoofd Toezicht voldoende geïnformeerd om de gevraagde en toegezegde maatregelen in werking te stellen, zonder dat wij ons eerst nog met uw inspecteur moeten verstaan. Uw opdracht telt. Dat moet voldoende zijn. Stuurt u alle foto’s en filmpjes mee? Dan weet degene die het eindonderzoek doet wat er zoal is misgegaan.”

Twaalf minuten later kwam er witte rook uit de emailbox.

Teammanager Toezicht (15.09 uur): “Vanmiddag zijn ze langs geweest om kleefmonsters te nemen op de balkons. Helaas waren de bewoners niet thuis. Er zijn wel kleefmonsters op de locatie genomen waar de asbest is gesaneerd.”

“Fijn dat er in elk geval kleefmonsters op de balkons van de huisjesmelker zijn gemaakt”, zei An en Jan mailde: “Bedankt. Op welke adressen zijn er kleefmonsters genomen en bij welke buren moet dat nog gebeuren? Is er ook een kleefmonster genomen van het puin dat iemand in de linkerhoek van het bovenste balkon van de huisjesmelker heeft geveegd? Wanneer komt de uitslag? Het is snikheet, zoals u weet. Maar wij zitten opgehokt, alle ramen dicht. Fijn als u snel laat horen of we veilig buiten kunnen zitten.” 

Er kwam een automatisch antwoord : “Beste mailer, Ik ben afwezig op 2 en 3 augustus. In deze periode wordt uw mail niet gelezen.” Ook de stadsdeelinspecteur reageerde niet. Sendeschluss.

Direct na kantoortijd beklommen twee mannen het dak van de huisjesmelker. Jan mailde: “Hallo. Zijn de kleefmonsters al door het lab gecheckt, de melding vrijgegeven? Ze staan op het dak te werken.” 
Er kwam geen reactie. Niet diezelfde avond en ook niet daarna. Ook de Inspectie SZW (voormalige Arbeidsinspectie) deed niets. De foto’s en filmpjes van twee zwarte mannen op gladde gympen, zonder witte pakken en zonder valbescherming op het hoge dak worstelend met een gigantisch, in de felle wind tegenstribbelend dekzeil, tot ’s avonds laat in het donker – het maakte geen indruk. Het was bovendien geen heterdaadje.

Drie dagen later mailde de stadsdeelinspecteur dat het vrijgavebewijs van de asbestsanering was ontvangen: “Op het moment van inspectie door de deskundig toezichthouder asbest zijn geen zichtbaar asbestresten c.q. asbestverdachte materialen of stof aangetroffen. Ter aanvulling op de visuele inspectie zijn er 3 kleefmonsters genomen. De officiële rapportage moet ik nog ontvangen van het laboratorium, dit neemt enige tijd in beslag, zodra deze binnen is zal ik u hierover informeren. De asbestlocatie is vrijgegeven op basis van een visuele inspectie zoals het staat voorgeschreven in de richtlijnen vastgelegd in het SC-350 certificaat.”

“Wow jezus echt, deze gemeente is zo kansloos, niet normaal!” reageerde Jan. Buurman Piet vond het “krankjorem” en An schreef: “Het is helder dat u de regels toepast. Maar u weet nog niet wat er uit die kleefmonsters komt. Toch zet u het licht op groen, zodat die huisjesmelker zijn buitenlandse werknemers kan laten werken in een mogelijk met asbest vervuilde omgeving. Schokkend.” 

De stadsdeelinspecteur reageerde niet. Wat had hij moeten zeggen? Zo gaat het waarschijnlijk overal met de asbestsanering in Nederland. Op papier in orde. Eenmaal gecertificeerd, altijd gecertificeerd. Regels zijn regels. Dit is niet mijn loket.

In het weekend verscheen op Joop.nl het stukje ‘Is geld verdienen belangrijker dan asbest veilig verwijderen?’ Vooral de foto deed het goed bij de asbestsector, bleek uit de reacties op Facebook. “D’r zitten geen filters op de motor”. “D’r zitten niet eens filters op, aanblaas unit.” “Komt lucht doorheen.” “Wat een kneus.” “Laarzen(schoenen) en handschoenen niet afgetapet.” “Prima valbescherming ook.” “Geven jullie geen filters meer tijdens het saneren?” “Ouwe sokken dr in proppen en besparen.” “Jullie zijn gek.” “Helemaal geen masker op. Veel te warm.” “Nee kerel, dat is serieuze shit. K sterf liever jong met een hartaanval i.p.v. dat k 80 word met een stikkende dood.” “Filters, tape, bronmaatregelen, veters, valbeveiliging, raam open, zal ik doorgaan?”

Na het weekend mailde de stadsdeelinspecteur: “Zoals afgesproken hierbij het officiële asbestvrijgave rapport. In de rapportage is ook de uitslag van de kleefmonsters terug te vinden, welke ieder negatief zijn.”

Jan zat tegen een deadline, An had schele koppijn. Het bleef bij een snelle blik op het rapport. Niets over de balkons. Wel foto’s van blauwe plastic potjes genummerd 1, 2 en 3 op een ruwhouten vloer. “Zo ziet mijn zoldervloer er ook uit”, zei An en Jan herkende die planken ook. 
Weer een email: “Klopt het dat de kleefmonsters op de zoldervloer zijn gemaakt? Nogal wiedes dat die brandschoon is. Ze stonden de avond voor de inspectie met drie man de zolder te stofzuigen. Om half tien ’s avonds, in het halfdonker. Natuurlijk is daar geen asbest gevonden. Het gaat erom wat er buiten ligt. U weet waarom. Er is met koevoeten gebroken. De asbestplaten zijn stuk getrokken. Er zijn stukken asbest langs het huis naar beneden gevallen. Kijkt u nog maar eens naar de filmpjes. Als er asbestvezels zijn vrijgekomen, blaast de wind die nu steeds verder door de buurt.”
De stadsdeelinspecteur zat blijkbaar al te wachten, want hij mailde onmiddellijk terug: “Vanmiddag nog worden er kleefmonsters genomen van de balkons aan de achtergevel. Zodra de resultaten bekend zijn wordt u geïnformeerd.”

Ditmaal hoefden ze niet vijf dagen te wachten. Binnen 24 uur lag er een rapport. De stadsdeelinspecteur stuurde het gelijk door. Blijkbaar in vliegende haast, want zijn gebruikelijke ondertekening namens de gemeente (naam, functie, telefoonnummer, logo gemeente) evenals zijn altijd vriendelijke groeten ontbraken: “Bijgaand het certificaat met (SEM) analyseresultaten van de kleefmonsters afkomstig van de balkons van de woningen Asbeststraat 1, 3A, en 3B. Zoals u kunt zien zijn er geen verontreinigingen aangetroffen. De sloopmelding wordt hiermee afgehandeld.”
“Pfff”, zei buurvrouw An en iedereen was blij.

Tot er tijd was om de rapporten goed te lezen. Er was geen overheid aan te pas gekomen. In het eerste rapport stond wel de naam van een inspecteur, maar van welke instantie hij was, stond er niet bij. In het tweede rapport stond niets over een controlerende instantie, zelfs de gemeente niet. Het eerste rapport was keurig ondertekend. Er zaten foto’s bij, tabellen en toelichtingen. Het tweede rapport telde één A4tje, was niet ondertekend, foto’s ontbraken en alle geteste locaties, zelfs de railing van de balkons, waren even groot: 25,5 vierkante meter. Het bedrijf dat de tweede kleefmonsters had genomen, maakte op de eigen website reclame met een foto van een man in een wit pak zonder masker en handschoenen die ‘op locatie’ lachend de tang in een asbestdak zette.

“Zei die teammanager dat de kleefmonsters ’s middags zijn gemaakt? Klopt niet”, zei buurman Piet. “Ze zijn gemaakt op hetzelfde moment dat ze met An belde,‘s morgens tussen 10 en half 12.”

“Waarom zijn die kleefmonster toen al gemaakt?” vroeg Jan. “Ze konden ’s morgens toch niet weten dat de gemeente daar ’s middags om zou vragen?” 

“Misschien als bewijs voor henzelf, dat het echt schoon was. En de gemeente heeft daar ’s middags een creatieve slinger aan gegeven”, bedacht Piet. “Dat is ook wat.”

An bladerde verder. “Weet je wie de opdrachtgever van dat eerste onderzoek was?” 
Jan had geen idee. “De gemeente?” Nee. “De Inspectie SZW of zo?” Ook niet. Jan gaf het op.

“Het asbestsaneringsbedrijf zelf”, zei An naar adem happend. “Het is niet te geloven. Ze kiezen hun eigen lab. Ze geven de opdracht. Ze zijn aanwezig bij de eindcontrole. Zo kun je het dus sturen. De slager keurt zijn eigen vlees. ”

“Oh, dat is heel normaal binnen de overheid”, zei buurman Piet. “Bij de Voedsel en Warenautoriteit doen ze dat ook zo. Overal. De bedrijven zijn zelf verantwoordelijk. De toezichthouder gaat ervan uit dat de bedrijven deugdelijk onderzoek laten doen.”

“Neoliberaal geneuzel”, vond Jan. “Vertrouwen is goed, controle beter. Als ze willen rommelen, kraait er geen haan naar. De overheid controleert toch niet.” 

“Wie betaalt, bepaalt”, knikte An en las ondertussen verder. “Hier: ‘Inspectie kon niet tot op 5 meter van het bouwwerk/constructie i.v.m. muur en werken op hoogte.’ En dat asbestverwijderingsbedrijf kon er wel bij?”

“Ik heb niemand op de nok gezien,” zei Piet. “Jullie wel?”

“Neen”, zei An en voelde zich een beetje moe. “Moet je dit lezen:‘De bodem valt buiten de scope.’ Hebben wij weer. En dit: ‘Beperkingen visuele inspectie: alle naden, kieren, spleten, dieptes, oneffenheden en ruwe structuren in het werkgebied’. Tjonge, jonge. Ja, hier: ‘Verdieping onder zolder was geen inspectie mogelijk’. Hoezo niet? Het is één huis, één eigenaar. Het staat leeg. Ah, daarom zei de gemeente dat de bewoners niet thuis waren. De opdrachtgever heeft zitten sturen. Die wilde daar geen controle. Maar het is gewoon niet waar. Er woont daar geen hond. Ze hadden wel kleefmonsters op de balkons kunnen nemen, gelijk die eerste dag.”

“Nu wil ik het zeker weten”, zei Jan en An liep mee. 

“Ja, dat klopt”, zeiden de achterburen van nummer 3. Er was inderdaad iemand langs gekomen om kleefmonsters te nemen. 
“We mochten zelf aangeven waar ze die moesten nemen.” zei buurvrouw 3B. “Dus ik zei: doe maar tegen het tussenschot en op de railing. Dat heeft-ie gedaan.”

Buurman 3A had ook voor de railing en het tafeltje op zijn overdekte balkon gekozen. Er waren foto’s gemaakt. De kleefmonsters waren in blauw potjes gedaan. Dekseltje dicht, in plastic zakjes. Klaar. Nee, het rapport hadden ze niet gezien, maar dat hoefde niet. Alleen als er iets mis was, was de afspraak. 
Toen moesten de achterburen naar binnen, puin ruimen. Er waren bij de asbestsanering acht dakpannen en een ventilatiepijp gesneuveld. Het dekzeil was onder de dakgoot vastgezet. De wolkbreuk in het weekend kon het zó naar binnen stromen. Het liep uit de keukenkastjes, in de matrassen, de elektriciteitsbedrading. Drie etages lager klotste het regenwater nog langs de plinten.

“Mooie boel”, zei buurman Jan. “Biertje op het balkon?”

“Mmm”, zei buurvrouw An. “Denk je dat het veilig is?”

Op 3 september behandelt de Tweede Kamer in plenaire vergadering enkele, ook voor huizeneigenaren ingrijpende wetswijzigingen met betrekking tot de Wet milieubeheer (verwijdering asbest en asbesthoudende producten). Het is te hopen dat de Kamer – zo vlak na het zomerreces, als iedereen nog moet opstarten – zich het wetsontwerp niet door de strot laat prakken, maar bij de regering erop aandringt om eerst het huidige systeem van asbestverwijdering te evalueren en grondig te saneren (één loket), alvorens met de voorgestelde wijzigingen in te stemmen. Want de versnippering in asbestland is totaal, het overzicht zoek en de controle (toezicht, handhaving, certificering) een papieren tijger, een wassen neus.

De enige die er wijzer van worden, zijn de bedrijven in de asbestbranche. Die verdienen zich blind. Schaterlachend.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)