3.618
70

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

We hebben een ingenieus Deltaplan nodig

Shervin Nekuee: Er is intellectuele durf en innovatie nodig om uit het huidige, slecht functionerende opvang- en integratiesysteem te komen

Dat ik met lede ogen aanzie hoe Europa met de vluchtelingenstroom omgaat, heeft natuurlijk met mijn eigen vluchtelingenachtergrond te maken. Maar het is vooral pijnlijk te zien hoe het continent dat binnen zijn eigen grenzen zo geslaagd is zijn humanistische idealen gestalte te geven, zo weinig souplesse toont in het verwerken van nieuwe impulsen van buitenaf.

Ik geef om Europa, en niet alleen omdat ik als Europese burger privileges bezit. Europa is voor mij een lichtend voorbeeld, ook voor het Midden-Oosten waar ik vandaan kom. Al bedekt de as van ellende het huidige Midden-Oosten, de toekomstige generatie daar zou vroeg of laat toch opzoek gaan naar inspiratie om vreedzaam om te gaan met diversiteit. Ze zullen onenigheden en ongelijkheden niet met geweld, maar met democratische en sociale arrangementen willen managen. Het Europees voorbeeld is daarom mijn toeverlaat, om aan deze hoop vast te houden en te cultiveren.

Bovendien ben ik Europa heel veel schuldig. Ik heb van kinds af aan de moderne Europese literatuur en het denken over de betekenis van het menselijk bestaan mee gekregen dankzij mijn ouders. Sinds mijn aankomst in Nederland ging de één na de andere deur voor mij open, zodra men zag dat ik hier was om iets van mijn leven te maken. Nu zie ik mijn positieve inslag omslaan in die van de sombermannen. Een houding die ons steeds meer richting politieke apathie en uiteindelijk in de duistere en rancuneuze politiek duwt.

We moeten durven ingenieuze en redelijke alternatieven te bedenken, geworteld in werkbare Europese idealen. Er is zoveel geldverspilling die noch de asielzoeker/immigrant noch de samenleving ten goede komt. Het autistische rendementsdenken als leidraad voor beleid zet de maatschappelijke cohesie zoals in Oranjedorp onder druk. Ik zie ook zoveel onbenul in de relatie tussen het buitenlandbeleid en de vluchtelingenstroom en de consequentie daarvan voor de mobiliteit van mensen binnen de Europese grenzen.

Ik voel dringend de nood om me hierin te engageren. Niet alleen als socioloog, maar ook als betrokkene die 27 jaar lang voortdurend met het onderwerp te maken heeft. Eerst als asielzoeker, daarna als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk, vervolgens als tolk en uiteindelijk als onderzoeker en maker van publieke debatprogramma’s.

De laatste maanden ben ik in gesprek geraakt met een groep bevriende ex-vluchtelingen over onze tijd bij aankomst in Nederland en hoe het ons is vergaan. We vroegen ons af waarom bij zoveel andere vrienden, kennissen en landgenoten die tegelijk met ons asiel hebben gekregen, de integratie niet goed of erg moeizaam verlopen is. Waarom het cynisme jegens asielzoekers in de loop der jaren de overhand heeft gekregen, boven sympathie? In veel gevallen zijn hun vroege enthousiasme en hoop omgeslagen in wanhoop en passiviteit.

Die succesvolle ex-vluchtelingen, mijn huidige gesprekpartners, zien net als ik teveel software-denken in het huidige vluchtelingendebat, terwijl er behoefte is aan design van een hardware voor opvang en integratie. De persoonlijke verhalen van ex-vluchtelingen die de Hollandse media gretig in beeld brengen, zijn zeker waardevol en ontroerend. Maar wat er aan inzichten voor de bredere maatschappelijke oplossingen van deze humaninterest verhalen beklijft, is enkel software-denken. Alsof alles afhangt van het opleidingsniveau, de thuiscultuur van de vluchteling, de Nederlandse taalvaardigheid en het maatschappelijk teneur. Oh ja, en ook aan wie ze als eerste buurvrouw hebben getroffen.

Dat geeft onvoldoende inzicht over de integratiemachinerie die ons miljarden kost en weinig oplevert. Een schokkend groot percentage vluchtelingen – meer dan 50 procent – blijft na tien jaar verblijf in Nederland nog werkloos en afhankelijk van de uitkering. Aan afkomst en opleiding kan het echt niet alleen liggen. Het werkloosheidspercentage blijft torenhoog, al hou je rekening met deze individuele en groepsverschillen. Als de integratie van zo veel vluchtelingen hier mislukt, is het een macro-mankement waar wij mee te kampen hebben. Aan de micro-verschillen tussen de individuele lotgevallen van de vluchtelingen ligt het niet.
Als socioloog kan ik niet anders concluderen dan dat we moeten nadenken over hoe we de samenleving anders moeten ordenen en organiseren. Dat vergt design van een nieuwe hardware. Zeker in tijden van een snelle toename van de vluchtelingenstroom en een slinkend maatschappelijk draagvlak. Maar durven denken over een nieuwe hardware design voor een samenleving vergt scherpe sociologische analyse, lef en politieke vergezichten. De watersnoodramp van 1953 was zo’n moment. Het Deltaplan was blijvend: meer dan mensen waterbewustzijn bijbrengen en leren zwemmen. Het landschap ging op de schop.
Waar te beginnen?

–    Een eerlijk verhaal van politici aan de Nederlandse bevolking voor de lange termijn, groots denken over de integratie van vluchtelingen. De meeste vluchtelingen die er komen, zullen namelijk voorgoed  hier blijven. Dat is al sinds de komst van de eerste stroom naoorlogse vluchtelingen in 1956 zo.

–    Stop met grootschalige opvang en het daarbij behorende korte termijn rendementsdenken. Het is op lange termijn in alle opzichten contraproductief, zowel voor de integratie van de vluchteling als de lokale cohesie: weg met de COA-fabriek! Laat particulieren meedingen in een verspreide opvang op menselijke maat.

–    Emancipatie van achtergestelden (vrouwen; arbeiders; homo’s) kreeg in Nederland pas gestalte toen het vertaald werd naar de wettelijke en institutionele veranderingen

–    Maak ruimte voor innovatie en experiment:
1) Geef Nederlands leren een motief door het concreet te koppelen aan de toepassing en een persoonlijk doel: waarom eerst lang op taalles wachten voordat je het arbeidsproces in mag of mag studeren?
2) Betrek professionals met een vluchtelingenachtergrond erbij als taal- en carrièrecoach: ten eerste leren volwassenen een tweede taal vaak beter als het gekoppeld is aan hun eigen taal. Voor Arabisch, Dari en Farsi zijn er meer dan voldoende potentiële taalcoaches die veel effectiever en efficiënter de nieuwkomer kunnen helpen zich thuis te voelen in de Nederlandse taal.
3) Betrek succesvolle ex-vluchtelingen bij advies en begeleiding van de maatschappelijke carrières van nieuwkomers. Zij kennen het meest de culturele en sociale hobbels die vluchtelingen hier te wachten staat.

–    Geef vluchteling in het begin minder rechten en meer kansen. Mijn ervaring heeft ook hier mij geleerd: zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Waarom zou de nieuwkomer een shortcut van 5 jaar mogen nemen? Voorrang op huizenmarkt – als eerste opvang kleinschalig wordt – is ook niet nodig.

–    Koppel uitkering aan een verplichte en zinnige stage. Het Nederlands burgerschap is een lot uit de loterij. Laat dus de gezeten burgers zien dat je er alles aan doet om de potentiële nieuwe burgers te verbinden met de samenleving, ook om productief te zijn. Aan de ander kant: investeer veel in het omarmen van vluchtelingen door ze heel snel binnen de maatschappelijke basisinstituties (onderwijs; arbeidsmarkt; zorg) in te sluiten en stimuleer start-ups en bedrijfsleven om talent en energie van vluchtelingen te benutten door wettelijke ruimte te maken voor een op maat gemaakte opleidingsstage met behoud van uitkering.

–    De Nederlandse samenleving moet erkend worden in zijn grieven. Toegelaten worden tot haar midden gaat geleidelijk. Het proces van naturalisatie mag wat mij betreft wel 10 tot 12 jaar duren. Dat is te vergelijken met socialisatieproces van onze kinderen. Zij  worden op zijn minst gemiddeld 10 tot 12 jaar blootgesteld aan het Nederlandse onderwijssysteem. Het meest effectieve socialisatieproces van deze democratische samenleving. Dan pas krijgen deze aspirant-burgers de rechten van een volwaardige burger, om te mogen stemmen en meedingen over de toekomst van dit land. Dat zou voor vluchtelingen niet anders hoeven te zijn.

We kunnen en moeten veel veranderen om de integratie van vluchtelingen in Nederland ten goede te keren. Er is intellectuele durf en innovatie nodig om uit het huidige, slecht functionerende opvang- en integratiesysteem te komen en te kunnen denken. Bovenal is er moedige en inspirerende leiderschap nodig om ons mee te krijgen voor een nieuw Deltaplan.


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (70)