Laatste update 16:24
2.482
43

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

We leven in een wereld van fraude

Karakterloze leiders die vooral bezig zijn met zelfpromotie zijn een groter probleem dan het populisme

Als deskundigen reflecteren op de onhandelbare problemen van deze tijd, dan mondt dat vaak uit in een klaagzang over het hedendaags populisme. Laagopgeleiden kunnen de ontwikkelingen van de wereld niet bijbenen, heet het dan. In een wereld die snel globaliseert en die onderhevig is aan stormachtige technologische verandering verlangen mensen terug naar een geïdealiseerde goede oude tijd; toen we nog gezellig onder elkaar waren zonder onaangepaste vreemdelingen; toen we nog ons hele leven bij dezelfde baas konden werken; en toen we nog sociale zekerheid hadden voor als het tegenzat in het leven.

Verantwoordelijke bestuurders weten dat we niet terug kunnen naar dat droomverleden en proberen duurzame nieuwe arrangementen op te bouwen voor de burgers die tegemoet komen aan de uitdagingen van deze tijd. Volksmenners als Wilders, Le Pen, De Wever en Trump hebben de onvrede onder het electoraat echter uitgebuit en de burgers verleid met simpele oplossingen. De opstandige burgers maken het vervolgens bestuurders onmogelijk om de noodzakelijke maatregelen te nemen. Ziedaar het politieke dilemma van vandaag: voor maatregelen die echte oplossingen bieden voor de zorgen van verontruste burgers is geen draagvlak meer. Dat klinkt plausibel, maar wat in deze vertelling ontbreekt, is de eigenstandige rol die de elites zelf hebben gespeeld in de politieke malaise.

The Big Short
In The Big Short, de film over de eigenzinnige investeerders die in 2008 rijk werden van de dwaasheid en hebzucht van de rest van de wereld, zegt een van de hoofdrolspelers Mark Baum dat we in een tijd van alomtegenwoordige fraude leven. Fraude die zich niet beperkt tot de bankwereld, maar die zich uitstrekt tot de overheid, onderwijs, voedsel, religie, journalistiek, gevangenissen, en honkbal. We hebben onze waarden ingeruild voor een mentaliteit van: “Fuck it, let’s grab what we can for now and the hell with tomorrow.”

The Big Short speelt zich af in de Verenigde Staten, maar het verval dat Baum benoemt, is ook in Europa en Nederland overal zichtbaar. De afgelopen jaren hebben een eindeloze rij van ontmaskeringen gezien, van helden die van hun voetstuk vielen en instituties die hun glans verloren. De banken hebben ons bij de neus genomen en de verzekeraars hebben ons rommel verkocht. De financiële crisis heeft daarin weinig veranderd. De financiële sector heeft de rekening bij de burgers gelegd en is daarna ijverig gaan lobbyen om alles bij het oude te laten. Politici op zoek naar snel succes hebben de noodzakelijke herstructurering van de economie nagelaten en gokken weer op financiële alchemie als formule voor een rappe economische opleving.

Fraude
We hebben de laatste jaren zwendelpraktijken gezien in het voetbal, de atletiek, het wielrennen, het tennis, en het cricket. We hebben slachtbedrijven gehad die paardenvlees als rundvlees verkochten, en horeca die pangasius als kabeljauw opdienden. We hebben de bestuurders van de hogescholen gehad die onverdiende diploma’s uitdeelden om betere rendementen te halen. We hebben incompetente en roekeloze managers gehad bij de woningbouwstichtingen die met onwaarschijnlijke resultaten voor korte tijd furore maakten, maar die met hun onnozele risico’s het vermogen van de woningbouwstichtingen verspeelden.

We hebben de fraudeurs in de wetenschap gehad, die publicatielijsten oppompten, onderzoeksdata uit hun duim zogen en plagiaat pleegden. We hebben vermaarde automerken gezien die vieze, vervuilende auto’s verkochten als het groene alternatief van de toekomst, en officiële onderzoeksinstituten die dat jarenlang niet opviel. We hebben incompetentie gezien bij de rechterlijke macht met een hele reeks rechterlijke dwalingen. En we hebben onbekwaamheid gezien bij de spoorwegen waar geen hogesnelheidstrein geregeld kon worden ― iets wat in Japan al vijftig jaar geleden lukte ― voor de langzaam in de klei wegzakkende nieuwe spoorlijn die met veel gemeenschapsgeld was gebouwd.

Het is de elite, stupid!
Het aanzien van de elite is overal tanende. Het laatste debacle in Nederland is de hernieuwde ontmaskering van de VVD crime fighters ― niet alleen heeft Fred Teeven zich laten gebruiken voor het witwassen van crimineel geld, ook is jarenlang geprobeerd dat verborgen te houden. Toen dat niet lukte is de schuld daarvoor in de schoenen geschoven van de professionals van de IT-afdeling die het prutswerk van Teeven al jaren eerder hadden opgeduikeld, om van hogerhand vervolgens de opdracht te krijgen het weer onvindbaar te maken. Teeven en Opstelten zien eruit als bullebakken, als no-nonsense misdaadbestrijders, maar dat bleek vooral imago en pose, een publieke rol die de twee met verve speelden. Achter die rol ― zo wordt langzaam duidelijk ― ging vooral incompetentie schuil. Als je dat allemaal overziet is het misschien niet zo vreemd dat de burgers zo boos zijn en hun leiders niet meer vertrouwen.

Misschien is het eerder vreemd dat de burgers al die jaren zo rustig zijn gebleven en dit lijdzaam hebben ondergaan. Het blijft de vraag wat ten grondslag ligt aan deze verloedering, aan dit verval van de elite. Een verklaring die voor de hand ligt, is het alomtegenwoordige neoliberalisme, de religie van de 21ste eeuw en de officiële leer van onze instituties. Waren elites vroeger vaak vertegenwoordigers van een levensbeschouwelijke stroming met een ethos en een maatschappelijke missie, dan heerst nu vooral technocratisch pragmatisme en de logica van economisch succes. Een systeem dat louter leunt op het nastreven van eigenbelang kan echter gemakkelijk ontsporen.

Sprookjes
Volgens onze neoliberale staatsreligie zal de voorzienigheid van de markt ―het heilige spel van vraag en aanbod, ― onze natuurlijke drang naar eigenbelang kanaliseren, de realisering van steeds betere producten en diensten faciliteren, en een rechtvaardige beloning voor hard werk, creativiteit en durf verwezenlijken. Elites zijn dol op dit sprookje. Het is hun ultieme legitimatie. Als ze zo rijk beloond worden, dan moet dat wel komen door hun inzet, durf en harde werk, en als mensen falen, dan moet dat wel komen door hun luiheid, domheid en gebrek aan karakter.

Het is de wijsheid van professor Pangloss: “Alles is optimaal in deze beste van alle mogelijke werelden.” Behalve dat niet alles optimaal is. In ieder geval niet voor veel laagopgeleiden en kansarmen ― voor wie marktwerking al jaren een wrange grap is, ― maar ook niet voor het dagelijks bestuur en management van instellingen en bedrijven, waar steeds vaker charlatans en poseurs komen bovendrijven. Waarom het harde werk verrichten, als de illusie van daden en prestaties ook voldoende is. Met een façade van succes kun je de bonus, de promotie, en de stijging van aandeelhouderswaarde ook binnenhalen.

Eindafrekening
Het management van de banken was zowel incompetent als frauduleus, maar heeft daarvoor nooit de rekening gepresenteerd gekregen. Teeven zat niet op zijn plek om zijn uitstekende werk, maar omdat hij een sluwe vos is die zijn miskleunen verbergt achter zijn publieke rol als de ‘Dirty Harry’ van de rechterlijke macht.

De IT-afdeling van het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft goed werk geleverd, maar wordt als dank de zondebok gemaakt voor het verzonnen falen van het ministerie. Toch is dit denk ik maar een deel van het verhaal. Een aantal jaren terug sprak de Engelse denker Tony Judt zijn teleurstelling uit in George Bush en Tony Blair. Ze behoorden volgens hem tot een generatie gewichtsloze politici en bestuurders die leiding gaven in een tijd ― nu vaak ‘the Nice Decade’ genoemd ― zonder fundamentele economische of politieke vraagstukken. Het was een periode waarin het niet leek uit te maken welke politieke keuze je maakte, omdat geen enkele keuze ooit tot echte desastreuze gevolgen zou leiden.

Voor de mooi-weer politici die in deze tijd gevormd zijn, is de politiek vooral een spel geworden. Als je werkelijke politieke daden toch zo weinig uitmaken, dan kun je vol gaan voor de beeldvorming, voor een strategische framing van de issues, voor manipulatie van het media narratieve en voor een politiek die gedreven wordt door focus groups zonder je al te druk te maken over de effecten van je beslissingen in wereld buiten de politiek.

Deze generatie politici ― voor een deel mijn generatie moet ik tot mijn spijt erkennen ― was een flutgeneratie vond Judt. En deze flutgeneratie wordt nu opeens geconfronteerd met een aantal echte problemen en existentiële dreigingen ― een taaie en diepe economische crisis, de langzame desintegratie van Europa, klimaatverandering, oorlog en instabiliteit in de periferie, vluchtelingenstromen, en Poetinisme in Rusland.

Opeens maakt het wel wat uit wat ze doen. De politieke vaardigheden die ze hebben geperfectioneerd schieten duidelijk tekort voor de problemen waarmee ze nu worden geconfronteerd, ― gaan we Poetin aanpakken door hem in een ander frame te plaatsen, de vluchtelingenstroom het hoofd bieden met een nieuw narratief? Karakterloze leiders die vooral bezig zijn met zelfpromotie is een groter probleem dan het populisme.

cc foto: Caruba

Geef een reactie

Laatste reacties (43)