973
16

Innovator en strateeg

Jan van der Sluis is tussen de 55 en 60 jaar oud en zit niet bepaald stil. Zo is hij bestuurslid geweest van onder meer (groot)stedelijk welzijnswerk, van een provinciale steunfunctie-instelling, van een groot regionaal jongerencentrum, maar ook teammanager en bestuurslid van een ereklasse rugbyclub en lid van de klachtencommissie van een politiekorps. Hij heeft aan de Rijksuniversiteit van Leider gewerkt, voor het Sociaal en Cultureel Planbureau, het PSW en het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. In 2012 is hij aan een ‘sabbatical’ begonnen om eens na te denken hoe zijn kennis en ervaring op andere manieren en plekken zijn te gebruiken.

We liegen wat af

Ik ben werkloos en al heb ik me als onderzoeker bezig gehouden met het dagelijks leven van (langdurig) werklozen en zou ik dus moeten weten wat er gaat gebeuren met me, overrompelt de situatie me volkomen

Je kent vast het verschil tussen ‘voornemen’ en ‘doen’. Er zijn maar heel weinig mensen die géén uitstelgedrag – procrastinatie – kennen. Die nooit een vervelende klus uitstellen door er een andere vóór te laten gaan. Je ergens toe zetten kost energie (en dat schijnen wij mensen bijna automatisch te willen voorkomen).

Onderzoekers hebben er ook last van. Een bekende onderzoeksfout is vragen aan je respondenten wat ze van plan zijn, wat ze gáán doen. Dat is gebaseerd op het idee dat mensen logische paden volgen. En voorspelbaar zijn. Als dat zo was, zouden de stembusprognoses stukken beter zijn dan ze in werkelijkheid zijn. Want zelfs tussen wat mensen zéggen te gaan stemmen bij binnenkomst van het stembureau en het vragen wat men werkelijk hééft gestemd – een paar minuten later – zit in een aanzienlijk aantal gevallen een verschil.

Dat maakt het voor velen van ons moeilijk. Ontwerpers van diensten, maar ook beleidsmakers, baseren zich vaak op ‘wat klanten willen’. En omdat er zo’n verschil bestaat tussen vooraf (ex ante) en achteraf (ex post) onderzoek, kan eigenlijk iedereen, met wat goede wil en enig creatief boekhouden, wel argumenten vinden die zijn standpunt ondersteunen. Onderzoek neemt in de meeste gevallen dan ook eerder de rol in van statusverschaffer dan van argumentenleverancier. En voordat je denkt ‘en die belangenbehartigers dan?’; die spreken, net als onderzoek, namens iemand en ook nog eens geabstraheerd, waardoor onduidelijk wordt wíe wordt vertegenwoordigd.

En we kunnen er groots naast zitten, in het inschatten van wat we zúllen gaan doen.

Dat het beoordelen van jezelf moeilijk is, maak ik aan den lijve mee. Zoals je hebt kunnen lezen – ook via twitter – ben ik werkloos. Eind jaren tachtig heb ik me als onderzoeker bezig gehouden met het dagelijks leven van (langdurig) werklozen. Je zou dus kunnen zeggen dat ik zou moeten weten wat er gaat gebeuren met je. En toch overrompelt de situatie me volkomen. Futloos en initiatiefloos kijk je naar de toekomst en denk je van alles alleen nog maar het slechtste. Een redeloze radeloosheid maakt zich bij vlagen van je meester.

En dan heb je dus, ook als oudere, ervaren en goed opgeleide werknemer, hulp nodig. Wat dat betreft, moet ik ook echt nog eens gaan bloggen over het onzalig beleid van UWV om de dienstverlening vooral digitaal te gaan maken. Dat is dus net waaraan ik géén behoefte heb. Ik zoek ménsen, zeker deze eerste maanden.

In zo’n situatie waarin je wereld op z’n kop is gezet en de basis ineens verdwenen lijkt, zoek je houvast. En daarvoor bestaat een hele industrie van psychologen, coaches en outplacementbureaus. Al die mensen hebben goed advies. En eigenlijk maakt het geen bal uit wát ze adviseren als je maar kunt práten. In dat opzicht zoek je overal waar dat maar kan houvast.

Het maakt ook niet uit of je rationeel wéét wat je te wachten staat. Het proces is veel subtieler en veel ingrijpender dan buitenstaanders begrijpen.

Een arts – en zeker een kritisch arts – wéét wat de situatie en de prognose is. Toch? Dan moet je het blog van Ivan Wolffers of zijn boeken over het omgaan met prostaatkanker eens lezen. Wat mij daarin jaren geleden trof, is zijn vaststelling dat hij, óók arts, zich helemaal ‘onderwierp’ aan de mening van een vakgenoot. Dat van een kritische blik weinig overbleef.

Zo’n zelfde soort ervaring heeft Bas Haring, filosoof en columnist voor de De Volkskrant zoals hieronder weergegeven in zijn column van 19 mei 2012:

Het zijn van die ogenschijnlijk vanzelfsprekendheden. ‘Tuurlijk snappen we dat mensen in zo’n stress-situatie anders reageren’, ‘da’s toch normaal?’, ‘ik kan me dat wel voorstellen, hoor’.

En toch, en tóch stappen we er met het grootste gemak van de wereld overheen als we het weer eens hebben over de marktwerking in de zorg, de zelfbewuste en geïnformeerde patiënt en de rationale van de wachtlijstkeuze; beknotten we de vrijheid en het léven van uitkeringsafhankelijken zonder ons rekenschap te geven van de gevolgen van dat leven.

Zo werkt het niet.

Dit artikel staat ook op de website van Jan van der Sluis

Volg Jan van der Sluis ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (16)